Evangelie van de zondag (Lucas 8, 4–15)
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien.
En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht.
Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen.
Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods. Waar het op de weg valt, — dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel en neemt het woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het op rotsige bodem valt, — dat zijn zij, die het woord met vreugde aannemen, doch geen wortel hebben; zij geloven een tijdlang, maar vallen af wanneer de beproeving komt. Wat tussen de doornen valt, — dat zijn zij, bij wie door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens het woord verstikt wordt en geen vrucht draagt. Maar wat op goede bodem valt, — dat zijn zij, die het woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren en vrucht voortbrengen door te volharden.
De heilige Gregorius de Grote merkt terecht op dat deze gelijkenis geen uitleg behoeft, aangezien de eeuwige Wijsheid Zelf ons haar betekenis heeft meegedeeld. Alles wat ons te doen staat, is van deze goddelijke leer voordeel te trekken en goede aarde te worden, waarin het hemelse zaad een rijke oogst kan voortbrengen.
Hoe vaak hebben wij tot dusver toegelaten dat dit zaad werd vertrapt door hen die voorbijgingen, of werd weggerukt door de vogels des hemels! Hoe vaak heeft het ons hart gevonden als een steen, die geen vocht kon geven, of als een doornige grond, die slechts kon verstikken!
Wij hebben naar het Woord Gods geluisterd; wij hebben er behagen in geschept het te horen; en daaruit hebben wij goede gevolgtrekkingen over onszelf gemaakt. Ja, wij hebben dit Woord dikwijls met vreugde en bereidwilligheid ontvangen. Soms zelfs heeft het in ons wortel geschoten. Maar helaas, er kwam steeds iets tussen dat zijn groei belette. Voortaan moet het niet alleen groeien, maar ook vrucht dragen.
Het zaad dat ons is gegeven, is van zulk een aard, dat de goddelijke Zaaier het recht heeft een honderdvoudige opbrengst te verwachten. Indien de grond — dat wil zeggen ons hart — goed is; indien wij de moeite nemen hem voor te bereiden door gebruik te maken van de middelen die de Kerk ons aanreikt; dan zullen wij onze Heer een overvloedige oogst kunnen aanbieden op die grote dag, waarop Hij, zegevierend opgestaan uit zijn graf, zal komen om met zijn gelovige volk de glorie van zijn Verrijzenis te delen. Dom Guéranger.
Oude Franse hymne
De dagen die voorbijgingen zijn verstreken;
de dagen van heilige onthouding keren terug.
De tijd van ingetogenheid is aangebroken:
laten wij onze Heer zoeken met een zuiver hart.
Door onze hymnen en onze schuldbelijdenis
zal onze soevereine Rechter worden verzoend.
Hij zal de vergeving niet weigeren
aan wie nederig om genade vraagt.
Het slaafse juk van Farao,
en de boeien van het wrede Babylon,
zijn te lang gedragen.
Laat de vrije mens nu zijn vaderland zoeken:
het hemelse Jeruzalem.
Laten wij vluchten uit deze ballingschap;
laten wij wonen bij de Zoon van God.
Is het niet de heerlijkheid van de dienaar
mede-erfgenaam te zijn van zijn Heer?
O Christus, wees Gij voor ons de leidsman van dit leven.
Gedenk dat wij uw schapen zijn,
voor wie Gijzelf, als Herder,
uw leven hebt afgelegd in de dood.
Eer zij de Vader en de Zoon,
en gelijke eer aan de Heilige Geest;
zoals het was in het begin,
zo ook nu en altijd,
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.