Evangelie van de zondag (Johannes 6, 1–15)
In die tijd begaf Jezus zich naar de overzijde van het meer van Galilea, of Tiberias. Een grote menigte volgde Hem, omdat zij de wonderen zagen die Hij aan de zieken verrichtte. Jezus besteeg het gebergte en zette zich daar neer met zijn leerlingen. Het was kort vóór Pasen, het grote feest van de Joden. Toen Jezus de ogen opsloeg en zag dat er zeer veel volk tot Hem kwam, zei Hij tot Filippus: Waar zullen wij brood kopen, zodat zij te eten hebben? Hij zei dit echter om hem op de proef te stellen, want Hij wist zelf wel wat Hij zou doen. Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd denariën brood is nog niet genoeg om ieder ook maar een weinig te kunnen geven. Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei tot Hem: Hier is een jongen die vijf gerstebroden en twee vissen heeft; maar wat betekent dat voor zovelen? Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. Er was namelijk veel gras op die plaats. De mannen gingen zitten, ongeveer vijfduizend in getal. Toen nam Jezus de broden, sprak een dankgebed en deelde ze uit aan hen die daar zaten; ook van de vissen, zoveel als ieder wilde. Toen zij verzadigd waren, zei Hij tot zijn leerlingen: Verzamel de overgebleven brokken, zodat er niets verloren gaat. Zij verzamelden ze en vulden twaalf korven met brokken die van de vijf gerstebroden waren overgebleven, nadat men had gegeten. Toen de mensen het wonder zagen dat Jezus had verricht, zeiden zij: Deze is werkelijk de Profeet die in de wereld moet komen. Maar Jezus begreep dat zij zouden komen om Hem mee te nemen en koning te maken; daarom trok Hij zich opnieuw terug op het gebergte, Hij alleen.
De wonderbare broodvermenigvuldiging
De wonderen die onze Heer Jezus Christus heeft verricht, zijn goddelijke werken. Zij wekken de menselijke geest op om vanuit de zichtbare dingen op te stijgen tot het verstaan van God. Want God zelf kan niet met de ogen worden gezien; en omdat de wonderen die Hij dagelijks in het bestuur van de wereld en in de orde van de schepping verricht zo gewoon zijn geworden, letten de mensen er nauwelijks nog op. Bijna niemand beschouwt de wonderbare werken van God die zich reeds in een enkel graankorrel openbaren. Daarom heeft Hij in zijn barmhartigheid sommige werken buiten de gewone orde van de natuur verricht, opdat de mensen, die de dagelijkse wonderen gering achten, door het zien van zeldzame tekenen tot verwondering zouden worden gebracht. Het besturen van de hele wereld is immers een groter wonder dan vijfduizend mensen te verzadigen met vijf broden; en toch verwondert niemand zich over het eerste, terwijl men zich over het tweede verbaast, niet omdat het groter is maar omdat het zeldzaam is.
Wie voedt ook nu de hele wereld, anders dan Hij die uit enkele korrels het graan laat groeien? Wat Christus hier deed, heeft God altijd gedaan. Uit dezelfde kracht waaruit de oogst van de velden voortkomt, heeft Hij ook de vijf broden vermenigvuldigd. In dit wonder wordt dus iets aan onze ogen getoond waardoor de geest tot nadenken wordt gewekt. Maar wij moeten niet alleen het wonder bewonderen; wij moeten ook onderzoeken wat het betekent. De vijf broden betekenen de vijf boeken van Mozes en zij worden gerstebroden genoemd omdat de gerst een harde schil heeft: zo is ook in het Oude Testament de geestelijke betekenis verborgen onder de letter. Wanneer de Schrift wordt geopend en verklaard, wordt zij als het ware gebroken en vermenigvuldigd, zodat velen door hetzelfde woord worden gevoed. En de brokken die overbleven betekenen dat in de heilige Schrift nog vele diepe betekenissen verborgen liggen die de menigte niet kan dragen, maar die aan de leerlingen worden toevertrouwd. (H. Augustinus)

De vijf broden, zegt Augustinus, betekenen de vijf boeken van Mozes. Zij worden gerstebroden genoemd omdat de gerst een harde schil heeft: zo is ook de letter van de Wet omgeven door een omhulsel dat eerst moet worden geopend voordat men tot het innerlijke voedsel komt.
De twee vissen duiden volgens hem op de twee gezalfde waardigheden die in Israël werden erkend: het priesterschap en het koningschap. Beide vinden hun vervulling in Christus zelf, die tegelijk de ware Priester en de ware Koning is.
Het breken van de broden betekent de uitleg van de Schrift. Wanneer de Wet wordt geopend en verklaard, wordt zij als het ware vermenigvuldigd, zodat velen gevoed kunnen worden door dezelfde goddelijke waarheid.
De twaalf manden met overgebleven brokken betekenen dat de volheid van deze verborgen betekenissen wordt toevertrouwd aan de twaalf apostelen, die na de verrijzenis het Evangelie aan de wereld zullen verkondigen.