Feest van de Heilige Familie

Evangelie van de zondag (Lc. 2, 42–52)

En toen Hij twaalf jaar oud was geworden, trokken zij weer naar Jerusalem op, zoals dit voor het feest gebruikelijk was. Maar toen zij na afloop der feestdagen terugkeerden, bleef het Kind Jesus te Jerusalem achter. Zijn ouders bemerkten het niet, maar meenden dat Hij Zich onder het reisgezelschap bevond; zij reisden dus de hele dag voort en zochten Hem toen onder familie en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, gingen zij Hem zoeken en keerden naar Jerusalem terug. Na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij te midden der leraren zat, naar hen luisterde en hen ondervroeg; allen die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn schranderheid en over Zijn antwoorden. Zij stonden versteld van dat schouwspel. Maar Zijn moeder zei tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik zoeken in doodsangst naar U. Hij sprak tot hen: Waarom hebt gij Mij gezocht? Wist gij dan niet dat Ik in het huis van Mijn Vader moet zijn? Maar zij begrepen niet wat Hij tot hen sprak. Nu ging Hij met hen naar Nazareth terug. En Hij was hun onderdanig. Zijn moeder bewaarde dit alles in haar hart. En Jesus nam toe in wijsheid en jaren, en in welgevallen bij God en de mensen.

Het feest van de Heilige Familie

Het feest van de Heilige Familie van Jezus, Maria en Jozef is een relatief jong feest in de liturgische kalender. Het werd voor de gehele Kerk vastgesteld door paus Benedictus XV bij decreet van 26 oktober 1921, om het huisgezin van Nazareth opnieuw voor te stellen als voorbeeld en norm van het christelijk gezinsleven.

Aangezien de huiselijke gemeenschap, die het fundament is van de menselijke samenleving, vooral in deze tijd ernstig wordt ondermijnd, achtte de paus het passend de gelovigen het allerheiligste voorbeeld van het huisgezin van Nazareth voor ogen te stellen als norm voor elk christelijk gezin. Daarom wordt het feest van de Heilige Familie van Jezus, Maria en Jozef voor de gehele Kerk gevierd op de zondag binnen de octaaf van Epifanie.

PREEK van de Heilige Augustinus over het Evangelie

De Heer Jezus Christus, die de Wijsheid van God is, wilde als kind gevonden worden te midden van de leraren. Niet omdat Hij iets moest leren wat Hij niet wist, maar om ons te tonen hoe wij moeten zoeken naar wijsheid. Want Hij was het Woord, en toch luisterde Hij; Hij was de Leraar, en toch stelde Hij vragen. Hij hoorde hen en Hij ondervroeg hen, niet om onderricht te ontvangen, maar om door Zijn vragen onderricht te geven. En allen die Hem hoorden, stonden verbaasd over Zijn verstand en Zijn antwoorden. Zij zagen een kind, maar zij hoorden wijsheid; zij zagen zwakheid, maar zij ontmoetten kracht.

Zijn ouders zochten Hem en vonden Hem niet waar zij verwachtten. Zij zochten Hem onder verwanten en bekenden en vonden Hem niet. Zo zoekt ook gij Christus tevergeefs, wanneer gij Hem zoekt volgens menselijke verwachting. Zij vonden Hem in de tempel. Daar moet gij Hem zoeken: in de dingen van Zijn Vader, in de heilige Schrift, in het huis van God, in het gebed.

En toen Zijn moeder tot Hem zei: “Zoon, waarom hebt Gij ons dit gedaan?” antwoordde Hij: “Wist gij niet dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader?” Hij leerde daarmee dat Hij niet alleen zoon van Maria is, maar eerst Zoon van God. Hij verliet haar niet, maar Hij stelde orde in de liefde: Hij toonde wie vóór wie komt. En toch, nadat Hij dit had gezegd, ging Hij met hen mee naar Nazareth en was hun onderdanig. O grote nederigheid! Hij aan wie engelen onderdanig zijn, was onderdanig aan mensen.

Maria begreep dit woord niet onmiddellijk. En toch: zij bewaarde al deze dingen in haar hart. Zij zocht niet te begrijpen door te eisen, maar door te bewaren. Ook gij, broeders, wanneer gij iets van God hoort wat gij nog niet begrijpt, wees niet ongeduldig. Bewaar het in uw hart. Want het geloof gaat vóór het inzicht, en wie gelooft, zal eenmaal verstaan.

Zo groeide Jezus in wijsheid, in leeftijd en in genade bij God en de mensen. Hij groeide niet als God, want God groeit niet, maar als mens. En Hij wilde groeien, opdat gij niet zou weigeren te groeien. Volg Hem dus, eerst in nederigheid, dan in gehoorzaamheid en ten slotte in wijsheid. Want wie met Hem groeit, zal met Hem ook verheerlijkt worden.