6 januari – Op deze dag viert de Kerk het Hoogfeest van de Openbaring des Heren, in de volksmond Driekoningen genoemd. Dit feest behoort tot de oudste van het liturgisch jaar en vormt de voltooiing van Kerstmis.
Op Kerstmis wordt Christus geboren; op Epifanie wordt zichtbaar wie Hij is en voor wie Hij gekomen is. Driekoningen is het feest waarop de Kerk belijdt dat Christus niet verborgen blijft, maar openbaar wordt aan de wereld.
Het Evangelie volgens Matteüs vertelt hoe Wijzen uit het Oosten, geleid door een ster, naar Bethlehem komen om het Kind te aanbidden. Zij vertegenwoordigen de heidense volken, die door Gods leiding tot Christus worden gebracht en het licht ontvangen dat Hij in de wereld heeft gebracht.
Meditatie bij het bezoek van de Driekoningen
Er verscheen dus een nieuwe ster in het Oosten, niet behorend tot de gewone orde der sterren, maar op wonderbare wijze geschapen tot dit ene doel: om de geboren Koning aan te wijzen. Zij was helderder dan de andere, onderscheiden van aanblik, en bewoog zich op een nieuwe en ongebruikelijke wijze.
Toen de Wijzen haar zagen — mannen die wijs waren en ervaren in de sterrenkunde — begrepen zij terstond dat zulk een ster de geboorte aanduidde van een grote en bijzondere Koning, niet een aardse, maar een hemelse. En hoewel zij de Schriften van de profeten niet bezaten, hadden zij toch een innerlijk licht, hun door God zelf ingegeven.
En onmiddellijk, alles achterlatend — huizen, bezittingen en vaderland — begonnen zij aan een lange en moeizame reis. Zij zochten geen gemak en geen zekerheid, maar volgden slechts het licht dat hun gegeven was. O, hoe groot was hun geloof! O, hoe groot de bereidheid van hun hart!
Want de ster werd gezien, maar de Koning werd niet gezien; het teken verscheen, maar de waarheid bleef verborgen. Toch twijfelden zij niet, zij talmden niet, zij raadpleegden geen vlees en bloed, maar zij stonden op en gingen op weg.
Overweeg hoe God roept wie Hij wil, wanneer Hij wil en door wie Hij wil. Sommigen roept Hij door de Schrift, anderen door de prediking, weer anderen door beproeving, en weer anderen door een innerlijke ingeving. Deze echter riep Hij door een ster, omdat dit voor hen passend was.
De reis van de Wijzen en het verdwijnen van de ster
Zo gingen de Wijzen voort op hun reis, terwijl de ster hen voorging, en gedurende vele dagen en nachten gingen zij verder, verdroegen zij moeite, kou, dorst en allerlei ontberingen. Toch werden zij niet moedeloos, want het verlangen dat in hun hart brandde, maakte alle moeite licht.
Maar toen zij het land Juda naderden en tot Jeruzalem kwamen, trok de ster die hen geleid had zich van hen terug, opdat hun geloof beproefd zou worden. Zij verscheen hun niet meer, totdat zij zouden vragen.
Zij echter raakten niet in verwarring en wanhoopten niet, maar gingen vol vertrouwen de grote stad binnen en begaven zich naar de plaats waar koning Herodes was. En zij zeiden openlijk: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster gezien in het Oosten en zijn gekomen om Hem te aanbidden.
Overweeg hier hun standvastigheid in het geloof. De ster verschijnt niet, en toch houden zij vol. Het teken ontbreekt, maar het verlangen blijft. Want God onttrekt soms de vertroosting, opdat de mens leert niet op het teken, maar op God zelf te vertrouwen.
Hoor nu hoe Herodes en heel Jeruzalem met hem ontsteld raakten. Want wereldse vrees wordt altijd verontrust bij de aankondiging van de waarheid. Herodes vreesde immers zijn koningschap te verliezen en zocht daarom het Kind niet om het te aanbidden, maar om het te verderven.
Daarom riep hij de hogepriesters en schriftgeleerden bijeen en vroeg hun nauwkeurig waar de Christus geboren zou worden. En zij antwoordden: In Bethlehem van Juda, zoals door de profeet geschreven staat.
Toen riep Herodes in het geheim de Wijzen bij zich en vernam van hen nauwkeurig het tijdstip waarop de ster verschenen was. En hij veinsde dat ook hij het Kind wilde aanbidden en zei: Gaat heen en onderzoekt nauwkeurig het Kind; en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij, opdat ook ik kom en Hem aanbid.
Maar dit zei hij niet uit geloof, maar uit bedrog. Zo zoeken ook nu velen Christus met woorden, terwijl zij in hun hart slechts zichzelf zoeken.
Het opnieuw verschijnen van de ster en de aanbidding van de Wijzen
Na deze woorden gingen de Wijzen bij Herodes weg, en zie: de ster die zij in het Oosten hadden gezien, verscheen hun opnieuw en ging hun voor, totdat zij kwam te staan boven de plaats waar het Kind was.
Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met een zeer grote vreugde. Overweeg hier hoe groot de vertroosting van God is na de beproeving. Eerst had Hij de ster onttrokken om hun geloof te beproeven; nu geeft Hij haar helderder terug om hun harten te verblijden.
En zij gingen het huis binnen en vonden het Kind met Maria, zijn Moeder. Zij vonden geen koninklijke pracht, geen soldaten, geen praal, maar armoede, nederigheid en stilte.
Toch ergerden zij zich hieraan niet en twijfelden zij niet, maar zij vielen neer en aanbaden Hem. O wonderbaar geloof! Zij zien een klein Kind en aanbidden een grote God; zij zien een broos lichaam en geloven in oneindige macht.
Daarop openden zij hun schatten en boden Hem hun gaven aan: goud, wierook en mirre. Goud als aan een Koning, wierook als aan God, mirre als aan een sterfelijk mens die zou lijden. Zo belijden zij in de ene Christus zijn koningschap, zijn godheid en zijn sterfelijkheid.
Overweeg ook de onderscheiding van de Heilige Geest, die hen onderrichtte wat zij moesten aanbieden en op welke wijze. Zij brachten geen overbodige gaven, maar mystieke gaven, vol betekenis.
En nadat zij Hem hadden aanbeden, werden zij in een droom gewaarschuwd niet naar Herodes terug te keren, maar langs een andere weg naar hun land terug te gaan. Dit betekent dat wie Christus waarlijk heeft gevonden, niet moet terugkeren naar zijn vroegere leven, maar een andere weg moet gaan.
Overweeg nu, gelovige ziel, hoe ook gij de Wijzen moet navolgen. Sta op uit uw traagheid, verlaat het vaderland van uw zondige gewoonten, volg de ster van het geloof, verdraag de moeite van de weg, en bezwijk niet wanneer het licht soms wordt onttrokken.
Wanneer gij Christus vindt in nederigheid en armoede, veracht Hem dan niet, maar aanbid Hem. Open de schat van uw hart en bied Hem het goud van de liefde, de wierook van het gebed en de mirre van de versterving aan.
Zo zult gij Christus eren in dit tegenwoordige leven, en Hij zal u leiden tot de eeuwige heerlijkheid.
Bron: Meditationes Vitae Christi (anoniem; middeleeuwse devotionele tekst).