Evangelie van de zondag (Johannes 15:26–27; 16:1–4)
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Wanneer de Helper komt, die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, Hij zal Mij getuigenis geven. Alleluja. En ook gij zult getuigen, omdat gij van het begin af met Mij zijt. Ik heb u over deze dingen gesproken om te voorkomen, dat gij geërgerd wordt. Men zal u buiten de synagogen sluiten; het uur komt zelfs, dat iemand die u zal doden, zal menen een dienst te bewijzen aan God. En zij zullen u dat aandoen, omdat zij noch de Vader kennen, noch Mij kennen. Maar Ik heb u dit alles voorzegd, opdat gij, als het uur daarvan komt, u zult herinneren, dat Ik het u gezegd heb.
Dom Prosper Guéranger over het evangelie van de zondag na Hemelvaart
Hier zien wij hoe onze Heer Jezus ons zegt welke uitwerkingen de komst van de Heilige Geest in onze zielen zal voortbrengen. Deze woorden werden het eerst tot de Apostelen gericht bij het Laatste Avondmaal. Hij zei hun dat de Paracleet van Hem getuigenis zou afleggen, dat wil zeggen: hen zou onderrichten aangaande Zijn Godheid en hun leren Hem trouw te blijven, zelfs tot het geven van hun leven voor Hem. Enige ogenblikken vóór Zijn Hemelvaart sprak Jezus opnieuw tot hen over de Paracleet en noemde Hem de Kracht uit den hoge.
Zware beproevingen wachtten deze Apostelen. Zij zouden weerstand moeten bieden tot bloedens toe. Wie zou hun steun zijn, daar zij uit zichzelf slechts zwakke mensen waren? De Heilige Geest, die bij hen zou blijven. Door Hem zouden zij overwinnen en zou het Evangelie aan alle volken worden gepredikt. Deze Geest van de Vader en de Zoon staat nu op het punt ook over ons neer te dalen. En wat is het doel van Zijn komst anders dan ons toe te rusten voor de strijd en ons te sterken tegen de aanvallen van onze vijanden?
Zodra deze heilige Paastijd voorbij is en wij niet langer de viering van haar grote mysteries hebben om ons te verlichten en te verblijden, zullen wij ons opnieuw bevinden in de oude strijd tegen de drie vijanden: de duivel, die vertoornd is om de genaden die wij hebben ontvangen; de wereld, waartoe wij helaas moeten terugkeren; en onze hartstochten, die na deze stilte weer zullen ontwaken en ons lastigvallen. Indien wij met de Kracht uit den hoge zijn bekleed, hebben wij niets te vrezen. Laten wij dan vurig verlangen Hem te ontvangen. Laten wij voor Hem een waardige woning bereiden. Laten wij alles doen om Hem bij ons te doen blijven. Dan zullen ook wij de overwinning behalen, zoals de Apostelen.

De zondag der Rozen
In de middeleeuwen werd de zondag binnen het octaaf van Hemelvaart de Zondag der Rozen genoemd, in het Latijn Dominica de Rosis, omdat het gebruik was de vloer van de kerken met rozen te bestrooien, als hulde aan Christus, die ten hemel was opgevaren toen de aarde in haar bloeitijd stond.
Hoe goed verstonden de christenen van die tijden de harmonie die God heeft gelegd tussen de wereld van de genade en de natuur. Het feest van Hemelvaart is, naar zijn eigen karakter beschouwd, een feest van blijdschap en jubel, en de schoonste dagen van de lente zijn gemaakt voor zijn viering.
Onze voorvaderen bezaten de geest van de Kerk. Zij vergaten voor een ogenblik de droefheid van de arme aarde, die haar Emmanuel verloor, en herinnerden zich hoe Hij tot Zijn Apostelen had gezegd: Als gij Mij liefhadt, zoudt gij u verheugen, omdat Ik naar Mijn Vader ga.
Laten ook wij hetzelfde doen. Laten wij Jezus de rozen aanbieden waarmee Hij onze aarde heeft gesierd. Hun schoonheid en geur moeten ons doen denken aan Hem die ze gemaakt heeft, aan Hem die Zichzelf noemt: de bloem des velds en de lelie der dalen.
Nazareth betekent bloem. Ook die naam herinnert ons eraan hoeveel bekoorlijkheid en zoetheid er is in Hem die wij dienen en liefhebben als onze God. (Dom Guéranger)