Zondag onder het octaaf van Kerstmis

Evangelie van de zondag (Lc. 2, 33–40)

En zijn vader en moeder waren verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd. En Simeon zegende hen en sprak tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat weersproken zal worden; ja, een zwaard zal uw eigen ziel doorboren, opdat de overleggingen van vele harten openbaar worden. Er was ook een profetes, Anna, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was hoogbejaard; na haar maagdelijke staat had zij zeven jaren met haar man geleefd, en zij was weduwe tot haar vierentachtigste jaar. Zij week niet van de tempel, maar diende God nacht en dag met vasten en gebeden. En zij kwam op datzelfde ogenblik naderbij, prees God en sprak over Hem tot allen die de verlossing van Jeruzalem verwachtten. Toen zij alles volgens de Wet des Heren volbracht hadden, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth. Het Kind groeide op en werd sterk, vervuld van wijsheid, en de genade Gods was op Hem.

De Opdracht van de Heer in de tempel – Simeon ontvangt het Kind Jezus en spreekt zijn profetie tot Maria.
De Opdracht van de Heer in de tempel. Simeon ontvangt het Kind Jezus en spreekt zijn profetie tot Maria. (Fra Angelico)

Simeon is een rechtvaardige en godvrezende man, die in de tempel leeft in verwachting van de Messias. Door de Heilige Geest is hem beloofd dat hij de dood niet zal zien vóór hij Christus, de Heer, heeft aanschouwd. Wanneer hij het Kind Jezus ontmoet, herkent hij Hem als de vervulling van Gods beloften aan Israël.

In zijn woorden wordt duidelijk wie Christus is: niet alleen licht en heil, maar ook een teken dat weersproken zal worden. Met Zijn komst wordt een scheiding zichtbaar tussen geloof en ongeloof; door Hem worden de harten openbaar.

Tot Maria spreekt Simeon afzonderlijk. Zij wordt aangewezen als de Moeder die niet alleen het Kind heeft voortgebracht, maar ook deel zal hebben aan Zijn weg. Het zwaard dat haar ziel zal doorboren wijst vooruit naar het lijden van Christus, waarin zij zwijgend en trouw zal delen.

Zo laat dit evangelie zien dat de Menswording van de Zoon van God van meet af aan gericht is op het offer. Kerstmis draagt reeds het teken van het kruis, en Maria staat vanaf het begin in dit mysterie opgenomen. Het begin van dit tempelverhaal wordt op 2 februari (Maria-Lichtmis) gelezen; vandaag klinkt het vervolg, met de profetie van Simeon, gelezen binnen het octaaf van Kerstmis.

Van de profetes Anna weten wij, buiten dit ene evangelieverhaal, vrijwel niets. Zij treedt nergens anders in het Nieuwe Testament naar voren en de Schrift bewaart voor ons geen verdere bijzonderheden over haar leven. En toch tekent de evangelist Lucas haar hier zo volledig en zo menselijk, dat zij voor ons tot een levende en herkenbare gestalte wordt.

Zij was vierentachtig jaar oud. Zij was oud, en toch had zij nooit opgehouden te hopen. De ouderdom kan de bloei en de kracht van ons lichaam wegnemen; maar zij kan nog erger doen: de jaren kunnen het leven uit ons hart wegzuigen, totdat de hoop die wij eens koesterden sterft en wij mat en somber berusten in de dingen zoals zij zijn.

Ook hier hangt alles af van hoe wij over God denken. Als wij Hem beschouwen als ver en onbetrokken, kunnen wij gemakkelijk tot wanhoop vervallen; maar als wij Hem zien als innig verbonden met het leven, als Degene die zijn hand aan het roer houdt, dan zullen ook wij zeker weten dat het beste nog moet komen en dat de jaren onze hoop nooit zullen doden.

Hoe was Anna dan, zoals zij was? Zij hield nooit op met aanbidden. Zij bracht haar leven door in het huis van God, te midden van Gods volk. God heeft ons zijn Kerk gegeven om onze moeder in het geloof te zijn. Wij beroven onszelf van een onschatbare rijkdom wanneer wij nalaten één te zijn met zijn aanbiddend volk.

Zij hield nooit op met bidden. Openbare eredienst is groot; maar persoonlijke eredienst is dat evenzeer. Zoals iemand terecht heeft gezegd: “Zij bidden het best samen, die eerst alleen hebben gebeden.” De jaren hadden Anna zonder bitterheid gelaten en in onwankelbare hoop, omdat zij dag aan dag haar verbondenheid bewaarde met Hem die de bron van kracht is, en in wiens kracht onze zwakheid tot volmaaktheid komt.

Bron: Barclay, Study Bible, St Luke.