H. Eusebius van Vercelli

16 december – bisschop en belijder, verdediger van het katholieke geloof † 371

Eusebius van Vercelli was een van de bisschoppen in het Westen die in de vierde eeuw standhielden tegen de door keizers gesteunde ketterij van het arianisme. In een tijd waarin de godheid van Christus openlijk werd betwist en kerkelijke besluiten onder politieke druk tot stand kwamen, bleef hij vasthouden aan de orthodoxie die op het Concilie van Nicea was beleden en vastgelegd in de geloofsbelijdenis van Nicea: Deum de Deo, lumen de lumine, Deum verum de Deo vero, genitum, non factum, consubstantialem Patri.

Gemeenschappelijk leven van de clerus

Eusebius gaf zijn bisdom een bijzondere vorm. Hij liet zijn priesters niet afzonderlijk leven, maar samen in gemeenschap, onder vaste kerkelijke tucht. Gebed, vasten en eenvoud hoorden bij hun dagelijks leven. Deze levensvorm was in het Westen nog uitzonderlijk en geldt als een vroege voorloper van de latere reguliere kanunniken.

Arianisme

In de vierde eeuw werd de Kerk diep verdeeld door de ketterij van het arianisme, genoemd naar Arius. Deze leer ontkende dat Christus waarachtig God is en leerde dat de Zoon niet één in wezen is met de Vader. Het arianisme was geen randverschijnsel: het werd langdurig begunstigd door keizers en gesteund door invloedrijke bisschoppen.

Daardoor raakte het katholieke geloof van het Concilie van Nicea (325) in grote delen van het rijk onder zware druk, ook in het Westen. Eusebius nam niet deel aan het Concilie van Nicea. Hij was toen nog geen bisschop. Zijn betekenis ligt in het verdedigen van Nicea dertig jaar later, toen deze belijdenis door de keizerlijke macht werd bestreden.

Dat gebeurde op de synode van Milaan (355). Daar werd van bisschoppen geëist dat zij de heilige Athanasius zouden veroordelen. Eusebius weigerde te tekenen zolang het geloof van Nicea niet werd beleden. Daarmee bracht hij het conflict terug tot de kern: wie is Christus?

Keizer Constantius II (337–361). Onder zijn bewind werd de ketterij van het arianisme begunstigd en werden bisschoppen die het geloof van Nicea verdedigden afgezet en in ballingschap gezonden. (Muntportret, 4e eeuw.)

Vervolging en ballingschap

Na Milaan werd Eusebius afgezet en verbannen. Hij bleef bisschop door wijding en roeping, maar werd door de keizerlijke macht uit zijn zetel verwijderd. Zijn afzetting was politiek, niet kerkelijk.

Hij werd achtereenvolgens verbannen naar Scythopolis in Palestina, Cappadocië en ten slotte naar de Thebaïs in Egypte. In deze ballingschap onderging hij opsluiting, mishandeling en zware ontberingen, zonder zijn geloof in Christus te verloochenen.

Terugkeer en laatste jaren

Na de dood van Constantius kwam keizer Julianus aan de macht (361–363). Hij verwierp het christendom en trachtte het heidendom opnieuw tot bevoorrechte staatsgodsdienst te maken. Om verdeeldheid in de Kerk te bevorderen, liet hij verbannen bisschoppen terugkeren. Zo kon Eusebius zijn zetel in Vercelli opnieuw innemen. Eusebius herstelde de kerkelijke orde en bevestigde de gelovigen in het katholieke geloof. Eusebius stierf omstreeks 371, getekend door het lijden dat hij om Christus had gedragen.

Eusebius van Vercelli wordt vereerd als patroon van het bisdom en de stad Vercelli, als beschermer van de Kerk tegen dwaling — in het bijzonder tegen het arianisme — en als voorbeeld voor bisschoppen en clerus die standhouden onder politieke druk, evenals voor canonieke en kloosterlijke clerus in gemeenschappelijk leven. H. Eusebius, bid voor ons.