Op 20 december richt de Kerk haar aanroep tot Christus als Clavis David, de Sleutel van David. Hij alleen bezit de macht om te openen en te sluiten: wat Hij opent, blijft geopend, wat Hij sluit, blijft gesloten. Hij wordt aangeroepen als de Bevrijder die de gevangene uit de kerker leidt en het licht brengt in de duisternis van de dood.
O Clavis David,
et sceptrum domus Israël;
qui aperis, et nemo claudit;
claudis, et nemo aperit:
veni, et educ vinctum de domo carceris,
sedentem in tenebris et umbra mortis.
O Sleutel van David en schepter van het huis van Israël;
Gij opent en niemand kan sluiten,
Gij sluit en niemand kan openen:
kom en leid de geboeide uit de kerker,
hem die zit in de duisternis en de schaduwen des doods.
Schrift
De titel Sleutel van David is ontleend aan de profeet Isaias, die spreekt over de macht om te openen en te sluiten als teken van door God gegeven gezag (Isaias 22,22). Het beeld van de gevangene die in duisternis en schaduw van de dood zit, verwijst naar de messiaanse verlossing die door Isaias wordt aangekondigd (Isaias 9,1). In het Evangelie neemt Christus deze macht op zich, wanneer Hij spreekt over de sleutels van het Koninkrijk (Matteüs 16,19). De Kerk belijdt in deze antifoon Christus als Degene die de geslotenheid van zonde en dood doorbreekt en de mens binnenleidt in het licht van het leven.