Vierde zondag van de Advent (Rorate)

Evangelie van de zondag (Lc. 3, 1–6)

In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broeder Philippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene, onder de hogepriesters Annas en Caiphas, kwam het Woord des Heren tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn. En hij trad op in geheel de Jordaanstreek en verkondigde een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis van zonden, zoals geschreven staat in het boek der voorspellingen van de profeet Isaias: De stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt Zijn paden recht. Elke kloof moet worden gedempt, iedere berg en heuvel geslecht. De kronkelpaden moeten recht, de oneffen wegen effen worden. En alle vlees zal het heil van God aanschouwen.

Preek

Vanaf de eerste jaren van onze geloofslessen leerden we dat de Advent een tijd van verwachting is, een tijd van voorbereiding. We zouden ook kunnen zeggen dat de Advent een uitzien naar Iemand is, naar Iemand die zal komen, naar de Heer Die komt voor een eeuwig Kerstmis. Maar we herdenken ook de eerste komst van Christus in de stal van Bethlehem. Dus is de Advent ook een terugzien naar Iemand die gekomen is, die op een precies bepaald punt van de geschiedenis voor een eerste keer gekomen is, nadat er duizenden jaren lang op Hem werd gewacht.

Toch kunnen we niet zeggen dat de Advent ons tussen het verleden en de toekomst plaatst. Er is namelijk nog een andere komst van Christus, die wat al gebeurd is en wat nog zal gebeuren met elkaar verbindt, en dat is de komst van onze Verlosser met Zijn genade. Dat gebeurt in het heden. En op deze komst moeten we ons ook voorbereiden.

Voorbereiding komt voort uit liefde, liefde verlangt naar vereniging. De ziel van de liefde is het verlangen naar vereniging. Wat wil dat zeggen voor ons christelijk leven? Met het kleine Kindje in de kribbe kunnen we ons niet meer verenigen; dat is geen werkelijkheid meer. Christus komt niet meer als kind in de nacht van 25 december. De eerste Kerstnacht betekende “Het Woord is vlees geworden” – en dat is al verleden tijd.

Maar de mensgeworden God heeft onder ons gewoond. En dat is niet verleden tijd, dat duurt nog steeds voort. De Emmanuël, de ‘God-met-ons’, kwam in de eerste Kerstnacht niet om slechts 33 jaar bij ons te zijn, maar om voor eeuwig bij ons te zijn. In de Kerstnacht in Bethlehem is er iets heel nieuws op onze aarde gebeurd, dat er sindsdien is en dat voorduurt en doorwerkt tot er een eeuwig Kerstmis aanbreekt.

In de goddelijke geboorte drong de hemel zelf binnen op aarde, de eeuwigheid binnen in de tijd. En God blijft onder ons. Hij blijft in de heilige Communie. Het is dus waar dat onze Verlosser niet alleen gekomen is en zal wederkomen, maar ook dat Hij aanwezig is en aanwezig blijft. Zijn eerste en Zijn laatste komst worden samengebonden door Zijn aanwezigheid.

Elk verlangen naar de komende Heer moet geconcentreerd worden op de Heer Die nu in dit uur van de Heilige Mis tot ons komt. We zullen Hem ontvangen, maar zijn we gereed voor Hem? Sint Johannes de Doper roept met luide stem: “Bereidt de weg des Heren”. Deze woorden waren niet alleen tot de Joden gericht, maar ook tot ons.

Het gaat er niet alleen om dat we voorbereid zijn op de wederkomst van Christus op het einde van de wereld; we moeten nu reeds voorbereid zijn. Als wij nu klaar zijn om Hem te ontvangen, als wij nu bereid zijn om Zijn komst in genade te aanvaarden, dan hoeven we niet bang te zijn wanneer Hij terugkomt. Dan kan ons hart met vreugde en vertrouwen vervuld zijn.

Kerstmis nadert. Misschien hebben we tot nu toe niet zo veel tijd besteed om ons op het feest voor te bereiden. Misschien verwachten we niets bijzonders omdat Kerstmis alleen een traditie en een familiefeest is. Maar het is nog niet te laat om de weg van de Heer voor te bereiden. Het is nog niet te laat om de echte betekenis van de komst van Christus te vinden.

Als wij Christus echt willen ontvangen, dan moeten wij voor Hem een plaats bereiden in ons hart. Ons hart moet zuiver zijn om Christus te kunnen ontvangen. Die zuiverheid verkrijgen wij door de sacramentele biecht. Daar wachten de barmhartigheid en de liefde van God op ieder van ons.

Proberen wij de laatste dagen voor Kerstmis goed te gebruiken – de Heer is dichtbij. Amen.

Rorate caeli

Rorate caeli is de introitus van deze zondag. De zang gebruikt woorden van de profeet Isaias (45,8) en verwoordt het roepen van de wereld om de komst van de Verlosser. In het Evangelie antwoordt Johannes de Doper: de weg moet bereid worden. Hier wordt het bijzonder mooi en devoot gezongen.

Dauwt, hemelen, van boven,
en laat de wolken de Rechtvaardige neerdalen;
de aarde opene zich en brenge de Verlosser voort.


Wij hebben gezondigd en zijn allen onrein geworden,
wij zijn als verwelkte bladeren;
onze ongerechtigheden hebben ons weggevoerd als de wind.
Gij hebt uw aanschijn voor ons verborgen
en ons overgeleverd aan onze schuld.

Zie neer, Heer, op de ellende van uw volk,
en zend Hem die Gij zenden zult;
zend het Lam, de Heerser der aarde,
van de rots der woestijn naar de berg van Sions dochter,
opdat Hij het juk van onze gevangenschap wegneemt.

Weest getroost, weest getroost, mijn volk,
spoedig zal uw heil komen;
waarom zijt gij verslagen door smart,
waarom heeft droefheid u aangegrepen?

Ik zal u redden, vrees niet;
want Ik ben de Heer, uw God,
de Heilige van Israël, uw Verlosser.

← Terug