Op 22 december roept de Kerk Christus aan als Rex gentium — Koning der volkeren. Hij is de vurig verlangde van alle naties en de hoeksteen die het verdeelde tot één maakt. In deze aanroeping klinkt het gebed om eenheid en verlossing: dat Hij kome en de mens redde, die Hij uit aarde heeft gevormd.
O Rex gentium,
et desideratus earum,
lapisque angularis,
qui facis utraque unum:
veni, et salva hominem,
quem de limo formasti.
O Koning der volkeren, vurig verlangde,
Gij hoeksteen, die beide muren verbindt:
kom en red de mens,
die Gij uit aarde hebt gevormd.
Schrift
In deze antifoon wordt Christus bezongen als de Koning der volkeren en als de “desideratus” — de door allen begeerde. Hij is de “lapis angularis”, de hoeksteen die het gebouw samenhoudt: de steen waarop God zijn volk bijeenbrengt en het verdeelde tot één maakt. Dit beeld sluit aan bij de profetische belofte van een beproefde, kostbare hoeksteen (Isaias 28,16), en bij de apostolische verkondiging dat Christus onze vrede is, die twee tot één heeft gemaakt en de scheidsmuur heeft weggenomen (Ephes. 2,14–20). De laatste bede grijpt terug op het begin: de mens is uit aarde gevormd (Genesis 2,7); Hij die de mens schiep, komt nu om hem te redden.