9 februari — Heilige Cyrillus van Alexandrië, bisschop en kerkleraar † 444
Cyrillus van Alexandrië was een neef van de Alexandrijnse bisschop Theofilus. Hij bleek reeds in zijn jeugd buitengewoon begaafd te zijn. Na de dood van Theofilus nam hij diens plaats in en verwierf zich de naam van een zeer goede herder, een voorbeeld voor zijn kudde. Zijn uitzonderlijke ijver voor de zuiverheid van het katholieke geloof kwam pas goed tot uiting in zijn strijd tegen Nestorius, de bisschop van Constantinopel, die leerde dat Jezus Christus uit de Maagd Maria alleen als mens was geboren en dat de Godheid hem geschonken was wegens zijn verdiensten.
Nadat Cyrillus tevergeefs getracht had hem tot betere gedachten te brengen, klaagde hij hem bij paus Celestinus aan. Celestinus benoemde Cyrillus tot pauselijke delegaat. In deze hoedanigheid zat Cyrillus enkele zittingen van het concilie van Efese voor, waar het Nestorianisme volledig verworpen werd. Nestorius werd veroordeeld en als bisschop afgezet.
Men kondigde het katholieke dogma af over de ene, goddelijke persoon in Christus en over het moeder-van-God-zijn van de glorierijke Maagd Maria. De zuiverheid van het geloof ging Cyrillus boven alles, zodat hij veel te verduren heeft gekregen. Na voor de Kerk Gods veel werk verzet en een groot aantal geschriften te hebben gepubliceerd, stierf hij een zalige dood in 444, het 32e jaar van zijn episcopaat.
Het Concilie van Efese werd in 431 bijeengeroepen om het geschil rond de leer van Nestorius te beslechten. De heilige Cyrillus van Alexandrië trad hierbij op als leidende figuur en vertegenwoordigde het pauselijk gezag. Onder zijn voorzitterschap verwierp het concilie de leer dat in Christus twee personen zouden bestaan.
Het concilie bevestigde daarentegen dat Christus één Persoon is, het vleesgeworden Woord van God. Daarom werd de titel Theotokos — Moeder van God — voor de heilige Maagd Maria plechtig bevestigd. Deze titel betekent niet dat Maria de Godheid voortbrengt, maar dat Degene die zij naar het vlees baarde waarlijk God is.
De twaalf Anathema’s tegen de Nestoriaanse leer
In 430, in de aanloop naar het Concilie van Efese, formuleerde de heilige Cyrillus zijn twaalf Anathema’s, die blijvende invloed zouden uitoefenen op de christologische leer van de Kerk. De Anathema’s zijn gericht tegen de Nestoriaanse leer dat Christus uit twee personen zou bestaan. Door de formule anathema wordt deze leer als ketters veroordeeld en onder kerkelijke ban gesteld.
- Indien iemand niet belijdt dat Emmanuel waarlijk God is, en dat daarom de heilige Maagd waarlijk Moeder van God (Theotokos) genoemd moet worden — want zij heeft naar het vlees het vleesgeworden Woord van God gebaard — die zij anathema.
- Indien iemand niet belijdt dat het Woord van God de Vader persoonlijk met het vlees verenigd is, en dat Christus één is, met één Persoon, die zij anathema.
- Indien iemand Christus na de vereniging verdeelt in twee personen of twee zonen en deze slechts door waardigheid, macht of gezag met elkaar verbindt, en niet door een waarachtige, natuurlijke vereniging, die zij anathema.
- Indien iemand de uitspraken van de Schrift over Christus verdeelt en sommige slechts op de mens toepast, andere slechts op het Woord, en niet op één en dezelfde Persoon, die zij anathema.
- Indien iemand durft te zeggen dat Christus een door God gedragen mens is, en niet veeleer dat Hij waarlijk God is, als eniggeboren Zoon, naar de natuur uit de Vader voortgebracht, die zij anathema.
- Indien iemand zegt dat het Woord van God de Vader de God of Heer van Christus is, en Hem niet belijdt als één en dezelfde, tegelijk God en mens, die zij anathema.
- Indien iemand zegt dat Jezus door het Woord is bezield als door een vreemde macht, en niet belijdt dat het Woord Zelf vlees is geworden, die zij anathema.
- Indien iemand durft te zeggen dat de aangenomen mens samen met God vereerd moet worden, en niet dat één en dezelfde Christus met één aanbidding wordt vereerd, die zij anathema.
- Indien iemand zegt dat Christus door de Heilige Geest is bekrachtigd alsof deze Hem vreemd was, en niet belijdt dat Zijn eigen Geest door Hem werkt, die zij anathema.
- Indien iemand niet belijdt dat het Woord van God de Vader onze Hogepriester en Apostel is geworden, toen Hij vlees aannam en mens werd zoals wij, die zij anathema.
- Indien iemand niet belijdt dat het vlees van de Heer levendmakend is en dat het het eigen vlees van het Woord van God is, maar het slechts beschouwt als toebehorend aan een andere persoon, die zij anathema.
- Indien iemand niet belijdt dat het Woord van God naar het vlees heeft geleden, dat Hij is gekruisigd, gestorven en begraven, en zo de eerstgeborene uit de doden is geworden, die zij anathema.