Onze Lieve Vrouw van Lourdes

11 februari — Verschijning van de Heilige Maagd Maria te Lourdes

Op 11 februari 1858 vond bij de grot van Massabielle, nabij Lourdes in Zuid-Frankrijk, de eerste van achttien verschijningen plaats aan het veertienjarige meisje Bernadette Soubirous. De verschijningen duurden tot 16 juli van datzelfde jaar en speelden zich af in een rotsnis aan de oever van de Gave, buiten de stad, op een plaats die destijds als verlaten en onbeduidend gold. Bernadette was afkomstig uit een arm molenaarsgezin; het gezin woonde in het Cachot, een voormalige kerker die tot woning was omgevormd, een vochtige en donkere ruimte. Zij was zwak van gezondheid, leed aan astma en had nauwelijks onderwijs genoten; getuigen beschreven haar als eenvoudig, eerlijk en standvastig in haar verklaringen.

Onze Lieve Vrouw van Lourdes — verschijning aan Bernadette Soubirous

Onze Lieve Vrouw van Lourdes in de rotsnis van Massabielle, verschenen aan de heilige Bernadette Soubirous — onderaan de bron die op haar aanwijzing ontsprong en sindsdien onafgebroken stroomt. Schilderij van Virgilio Tojetti, 1877.

De verschijningen van Onze Lieve Vrouw

Tijdens de eerste verschijning zag zij in de rotsnis een Vrouw in een wit gewaad met een blauwe ceintuur, met twee gele rozen op de voeten en een rozenkrans in de handen. Bernadette duidde de verschijning aanvankelijk aan als aquero, dat daar. Er was geen kroon en geen Kind Jezus; de houding was ernstig en rustig. De boodschappen die zij doorgaf waren kort en beperkt: bidden van de rozenkrans, boete doen, bidden voor zondaars. Op aanwijzing van de verschijning groef Bernadette in de grond, waar een bron begon te ontspringen; aanvankelijk was het water modderig, later werd het helder en bleef het overvloedig stromen. De Vrouw gaf geen uitgebreide uitleg of nieuwe leer.

Op 25 maart 1858, het hoogfeest van de Aankondiging, sprak de Vrouw: Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis. Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis was vier jaar eerder, in 1854, door paus Pius IX afgekondigd; Bernadette kende de theologische betekenis van deze titel niet en herhaalde de woorden fonetisch, zonder ze te kunnen verklaren, wat later een rol speelde in het kerkelijk onderzoek. De verschijningen gingen gepaard met nieuwsgierigheid, spot en ondervraging; Bernadette werd verhoord door burgerlijke autoriteiten en de geestelijkheid stelde zich aanvankelijk terughoudend op. Na langdurig onderzoek verklaarde de bisschop van Tarbes in 1862 dat het bovennatuurlijk karakter van de verschijningen kon worden aangenomen en stond hij de devotie officieel toe.

Sindsdien is Lourdes uitgegroeid tot een belangrijk bedevaartsoord. Meer dan zevenduizend genezingsclaims zijn in de loop der jaren gemeld; een klein aantal daarvan is na streng en langdurig medisch onderzoek officieel erkend als medisch onverklaarbaar. Centraal staat het sacramentele leven: biecht, Eucharistie en gebed. Op 11 februari viert de Kerk de gedachtenis van Onze Lieve Vrouw van Lourdes; sinds 1992 wordt deze dag tevens wereldwijd gehouden als Werelddag van de Zieken. De verschijningen eindigden op 16 juli 1858; daarna volgde geen verdere openbaring. Bernadette trad later in bij de zusters van Nevers en leidde een verborgen kloosterleven, zonder nieuwe visioenen of enige publieke rol.

Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis te Lourdes

De Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis te Lourdes (Basilique Supérieure), gebouwd boven de grot van Massabielle tussen 1866 en 1871 en gewijd in 1876; zij verheft zich direct boven de plaats van de verschijningen van 1858.

Herderlijk schrijven

over de verschijningen die in 1858 plaatsvonden bij de grot van Massabielle, nabij Lourdes

Henri-Dominique, door Gods genade en de Apostolische Stoel bisschop van Tarbes, aan de geestelijkheid en de gelovigen van ons bisdom: heil en zegen in Onze Heer Jezus Christus.

Sedert vier jaren heeft een buitengewone gebeurtenis de aandacht getrokken van ons bisdom en ver daarbuiten. In de nabijheid van de stad Lourdes, bij een rots die bekend staat onder de naam Massabielle, heeft een eenvoudig en onwetend kind, Bernadette Soubirous, verklaard meermalen een verschijning te hebben gezien, die zij herkende als de Allerheiligste Maagd Maria.

Deze verklaringen, die aanvankelijk met terughoudendheid werden ontvangen, hebben zich snel verbreid en zijn door velen onderzocht. Van alle zijden werden wij verzocht ons gezag te doen gelden, hetzij om deze gebeurtenissen te verwerpen als bedrog of verbeelding, hetzij om ze te erkennen als een werk van God. Getrouw aan de voorschriften van de Kerk en overtuigd dat niets zozeer haar eer dient als de waarheid, hebben wij gemeend niet overhaast te moeten oordelen en daarom een zorgvuldig en langdurig onderzoek bevolen.

Wij hebben een commissie van eerbiedwaardige en geleerde priesters aangesteld, belast met het onderzoeken van de persoon van het kind, de inhoud van haar verklaringen, de omstandigheden waaronder deze verschijningen plaatsvonden en de vruchten die daaruit zijn voortgekomen. Na rijp beraad en na het horen van talrijke getuigen zijn wij tot de overtuiging gekomen dat het kind steeds met eenvoud, bescheidenheid en standvastigheid heeft gesproken, zonder tegenstrijdigheid of eigenbelang, dat de leer niets bevat wat strijdig is met geloof of zeden, en dat de geestelijke vruchten – bekeringen, hernieuwde vroomheid en liefde tot de sacramenten – het zegel dragen van een goddelijke oorsprong.

Bijzonder gewicht hechten wij aan het feit dat de verschijning op de vraag naar haar naam heeft geantwoord: Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis. Deze titel, slechts vier jaren tevoren door de plechtige uitspraak van de Heilige Vader gedefinieerd, kon door een arm en ongeletterd kind niet uit zichzelf zijn uitgevonden noch begrepen.

Daarom verklaren wij dat de Onbevlekte Maagd Maria werkelijk verschenen is aan Bernadette Soubirous op 11 februari 1858 en de daaropvolgende dagen bij de grot van Massabielle, nabij Lourdes, en dat deze verschijningen een bovennatuurlijke oorsprong hebben. Wij verklaren dat de gelovigen gerechtigd zijn deze feiten te geloven en moedigen hen aan zich met vertrouwen te wenden tot de Moeder van God onder de titel van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.

Wij keuren de verering goed die aan deze plaats is ontstaan, evenals de processies, gebeden en het gebruik van het water dat daar ontspringt, mits alles geschiedt in geest van geloof, orde en onderwerping aan de Kerk. Deze devotie moet gekenmerkt blijven door eenvoud, boetvaardigheid, eerbied voor de sacramenten en gehoorzaamheid aan het kerkelijk gezag.

Gegeven te Tarbes, op 18 januari van het jaar des Heren 1862.

✠ Henri-Dominique, bisschop van Tarbes