HH. Perpetua & Felicitas van Carthago

6 maart – H.H. Perpetua & Felicitas, martelaressen † 203

Vandaag gedenkt de Kerk de heilige martelaressen Perpetua en Felicitas. Hun namen staan in de Romeinse Canon van de Mis, aan het begin van de lijst van zeven vrouwelijke martelaren: Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Caecilia en Anastasia.

Hun martelaarschap vond plaats rond het jaar 203 in Carthago tijdens de vervolging onder keizer Septimius Severus. Perpetua was een jonge vrouw uit een voorname familie en moeder van een klein kind. Felicitas was haar slavin. Zij werden samen met enkele andere christenen gearresteerd en naar het amfitheater gebracht. Daar werden zij tijdens de spelen aan wilde dieren prijsgegeven en uiteindelijk door het zwaard gedood.

Voor de christenen van de oudheid maakte dit diepe indruk: een vrije vrouw en een slavin die samen voor Christus sterven. Hun verering verspreidde zich snel van Noord-Afrika naar Rome, Italië, Gallië en Spanje. Toen de Romeinse Canon in de vijfde en zesde eeuw zijn vaste vorm kreeg, waren Perpetua en Felicitas al lang algemeen vereerde heiligen.

De Passie van Perpetua en Felicitas

Hun verhaal werd vrijwel onmiddellijk opgeschreven in de Passio Sanctarum Perpetuae et Felicitatis. Dit behoort tot de oudste en meest authentieke martelaarsakten van de Kerk. De tekst werd al in de derde eeuw op hun feestdag in de kerk voorgelezen. Augustinus van Hippo verwijst daar expliciet naar in zijn preken.

Perpetua schreef zelf een deel van dit verslag in de gevangenis. Ook haar metgezel Saturus beschreef zijn visioen. Perpetua schreef zelf een deel van het verslag in de gevangenis. Ook haar metgezel Saturus beschreef zijn visioen. De schrijver van de Passie voegde de proloog en het verslag van het martelaarschap toe.

Daardoor is deze Passie een van de zeldzame machtige teksten waarin wij rechtstreeks de stem horen van een christen uit het begin van de derde eeuw.

De volledige Passie is hier te lezen, in Katholieke Klassieken.

Heiligen Perpetua en Felicitas met de Maagd en het Kind
Heiligen Perpetua en Felicitas met de Heilige Maagd en het Kind. Sacra conversazione, onbekende meester. Nationaal Museum, Warschau.

Preek van de heilige Augustinus over het martelaarschap van de heilige Perpetua en Felicitas.

Deze martelaren, broeders, waren elkaars metgezellen; maar boven allen schitteren de naam en de verdiensten van de heilige Perpetua en Felicitas, de zalige dienstmaagden Gods. Want waar het geslacht zwakker is, daar schittert de kroon des te heerlijker. Waarlijk, in deze vrouwen heeft een mannelijke moed een wonder verricht: onder zo zware last bezweek hun vrouwelijke zwakheid niet.

Wel was het voor hen dat zij zich hechtten aan één Bruidegom, aan Hem aan wie ook de Kerk, als één kuise Maagd, wordt voorgesteld. Van Hem ontvingen zij de kracht om de duivel te weerstaan, opdat vrouwen die vijand zouden neerwerpen die eens door een vrouw een man had doen vallen.

Hij verscheen in hen onoverwonnen, Hij die om hunnentwil zwak wilde worden. Hij vervulde hen met kracht, opdat Hij hen zou oogsten; Hij die, om hen te zaaien, Zichzelf heeft ontledigd. Hij leidde hen tot deze heerlijkheid en eer, Hij die om hunentwil smaad en beschimping heeft verdragen. Hij deed deze vrouwen op mannelijke en gelovige wijze sterven, Hij die om hunentwil genadig heeft willen geboren worden uit een vrouw.

Een godvruchtige ziel verheugt zich bij het aanschouwen van het visioen dat aan de zalige Perpetua werd getoond, hoe zij een man werd en met de duivel streed. In die strijd liep ook zij naar de volmaakte mens, tot de maat van de volle wasdom van Christus.

De oude en sluwe vijand, die eens door een vrouw een man verleidde, moest nu ervaren dat een vrouw als een man tegen hem streed. Daarom trachtte hij haar door middel van een man te overwinnen. Niet haar echtgenoot stelde hij haar voor, maar haar vader, opdat de godvruchtige ziel, die niet kon worden gebroken door de verlokking van genot, misschien door de liefde van een kind voor haar vader zou bezwijken.

Maar de heilige Perpetua antwoordde haar vader met zulk een gematigdheid dat zij noch het gebod overtrad dat gebiedt de ouders te eren, noch toegaf aan de listen van de vijand. Zij verafschuwde in hem zijn dwaling, maar niet zijn natuur; zijn ongeloof, maar niet haar eigen afkomst.

Daarom weerstond zij met des te grotere heerlijkheid een zo geliefde vader wanneer hij slecht raad gaf, een vader die zij niet kon zien geslagen worden zonder verdriet. En juist dit verdriet ontnam niets aan de kracht van haar standvastigheid, maar voegde iets toe aan de heerlijkheid van haar lijden. Want voor hen die God liefhebben werken alle dingen mee ten goede.

Wat Felicitas betreft, zij droeg haar kind in de kerker en gaf in haar barensnood getuigenis van haar vrouwelijk lot. Zij onderging de pijn van Eva, maar zij proefde de genade van Maria. Van haar werd de schuld van de vrouw geëist, maar Hij kwam haar te hulp die door een Maagd geboren werd.

Zo werd haar kind geboren in een ontijdige maand, opdat de heerlijkheid van het martelaarschap niet zou worden uitgesteld. Want God wilde dat ook Felicitas haar plaats zou innemen in die heilige strijd, opdat niet alleen een metgezellin, maar ook de volheid van hun beloning aanwezig zou zijn.

Want dat is de betekenis van hun namen. Waarom verdragen martelaren alles, zo niet opdat zij zich mogen verheugen in eeuwige gelukzaligheid. Daarom werden deze vrouwen genoemd naar datgene waartoe allen geroepen zijn. En hoewel er in die strijd een grote menigte was, wordt door de namen van deze twee de eeuwige bestemming van allen aangeduid en de plechtigheid van allen bezegeld.