Vrijdagmeditatie VI over het Heilig Hart van O.H.J.C.

Heilig Hart van Jezus


← Overzicht Vrijdagmeditaties

Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.

HOOFDSTUK VI

Gezegend Hij die komt in de naam des Heren, Hosanna in den hoge. (Matth. 21, 9)

Jezus Christus door Zijn leerlingen en door het volk als Koning uitgeroepen

De beschikkingen van de goddelijke Voorzienigheid zijn altijd vol wijsheid; maar wanneer zij betrekking hebben op de heilige Mensheid van onze Heer, zijn zij waarlijk bewonderenswaardig. De eeuwige Vader had Jezus aangesteld tot Koning en Opperheer over het gehele menselijk geslacht en had beschikt dat bij Zijn komst in de wereld deze soevereiniteit plechtig zou worden verkondigd door de wijzen uit het Oosten. Gedurende dertig jaren leidde deze goddelijke Koning van onze harten een verborgen leven, geheel toegewijd aan gebed en offer. Eindelijk kwam het ogenblik waarop Hij de wereld zou verlichten door de glans van Zijn leer en haar vernieuwen door het vuur van Zijn liefde. Reeds bij de Jordaan had een stem uit de hemel Hem aangewezen als de geliefde Zoon van de Vader, terwijl tegelijk de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neerdaalde; ook Johannes had Hem begroet als het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt. Toch ontbrak nog een stem die Hem openlijk en plechtig als Koning van Israël zou erkennen.

Deze stem kwam van een der eerste leerlingen van Jezus, bestemd om een uitmuntend lid van het apostolisch college te worden. Nathanaël, ook Bartholomeüs genoemd, werd door Filippus tot Jezus geleid en hoorde uit Zijn mond woorden die zijn hart onmiddellijk voor de waarheid openden. In een levendig geloof en vurige liefde beleed hij Hem zonder aarzelen Zoon van God en Koning van Israël: “Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël.” Joh. 1, 49. Van dat ogenblik af weerklonken deze woorden in de oren van de leerlingen van Jezus; zij volgden Hem met dociliteit en vertrouwden zich aan Hem toe als aan hun geestelijke leider, terwijl zij in Hem de Koning van hun harten erkenden.

Maar de goddelijke Voorzienigheid wilde niet dat alleen de leerlingen deze koninklijke waardigheid zouden erkennen. Toen het Paasfeest naderde en Jezus zich naar Jeruzalem begaf, beschikte God dat Hij Zijn intocht in de heilige stad zou doen op een wijze die een koning waardig was, maar tevens overeenstemde met de zachtmoedigheid van Zijn Hart. Niet op een trots strijdros, maar op een nederige ezel reed Hij de stad binnen, omringd door Zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte. Het volk, door een innerlijke ingeving bewogen, spreidde zijn mantels op de weg, sneed takken van de bomen en begroette Hem met vreugdevolle toejuichingen: “Gezegend Hij die komt in de naam des Heren, Hosanna in den hoge.” Matth. 21, 9.

Wat betekende deze plotselinge hulde? Wat anders dan de onweerstaanbare kracht van deze Koning van liefde, die zelfs de meest weerspannige harten in een ogenblik kan bewegen en onderwerpen aan Zijn zoete heerschappij. Zelfs de eigenaar van het dier waarop Jezus reed stond het zonder aarzeling af toen de leerlingen het kwamen halen; want dezelfde Heer die Koning is over de harten der mensen is ook Heer over de gehele schepping en beweegt alle dingen naar Zijn welbehagen. Zo liet Hij reeds verstaan dat Zijn macht zich niet door geweld maar door liefde openbaart, een liefde die de diepten van het hart doorboort, alle weerstand overwint en tenslotte zegeviert over alles.

God wilde dat alle volkeren Jezus als hun Koning zouden erkennen, maar niet als een aardse koning die vandaag heerst en morgen verdwijnt. Hij is een Koning van vrede, een zachtmoedige Koning, de Koning van onze harten, van wie de profeet heeft gesproken: “Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig.” Matth. 21, 5. Zo werd door Gods beschikking deze plechtige intocht in Jeruzalem het teken van het koningschap van Christus, een koningschap dat niet steunt op geweld of aardse macht, maar op liefde en vrede.

De heilige Augustinus vraagt daarom waarom onze Heer Koning van Israël wilde worden. Was het soms een grote eer voor de Koning der eeuwen om koning van mensen te worden? Christus werd geen koning van Israël om belastingen te heffen of legers te verzamelen tegen zichtbare vijanden. Hij werd Koning om zielen te regeren, om voor hen eeuwige voorzieningen te treffen en om allen die in Hem geloven, op Hem hopen en Hem liefhebben te leiden naar het hemelse koninkrijk.


Deze meditatie is ontleend aan Jésus-Christ, Roi de nos cœurs, een klassiek geestelijk werk uit het begin van de twintigste eeuw, waarin de verering van het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus wordt belicht in samenhang met Zijn koningschap over de harten, de Kerk en de wereld.

De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn werk werd goedgekeurd en aanbevolen door paus Benedictus XV en kenmerkt zich door een sobere, kerkelijke toon en een sterke verankering in Schrift en Traditie.

Katholieke Klassieken