En om een offer te brengen, zoals geschreven staat in de wet des Heren: een paar tortelduiven of twee jonge duiven (Lucas II, 24).
Afstammeling van de koningen van Juda wordt Jozef teruggebracht tot het offer van de armen; maar dit veroorzaakt hem geen schaamte. Hij acht zich rijker dan de rijkste koningen, rijker zelfs dan David of Salomo in al hun glorie, want Jozef bezit Jezus.
Hoewel hij arm is aan de goederen van deze wereld ziet hij daarin geen vernedering. Is hij immers niet de echtgenoot van Maria en de aangenomen vader van Jezus? En Maria? Zij is de Moeder van Jezus. En het Kind? Dat Kind is de Zoon van David, wiens rijk geen einde zal kennen en wiens troon eeuwig zal zijn.
Wat is er vernederends in armoede, of wat is er zo roemrijk in rijkdom? Als ik arm ben is dat omdat ik het wil of omdat God het wil, en dit bewustzijn bevrijdt mij van de ketenen die de mens tot slaaf van het goud maken. Zou ik dan blozen over een armoede die mij onafhankelijkheid, vrijheid, adel en grootheid verzekert? Neen, zo zal het niet zijn. Ik zal verlangen niet alleen arm te zijn, maar ook arm te schijnen, want ik wil gelijkvormig zijn aan Jezus, Maria en Jozef.
Laat uw eisen elke dag geringer worden.
In 1657 hield Bossuet ter ere van de heilige Jozef een preek die zo schoon was dat men hem twee jaar later verzocht haar opnieuw te houden in tegenwoordigheid van de koningin-moeder. Het was de beroemde rede waarvan de tekst luidde Depositum custodi.
Op 19 maart 1661 wenste Anna van Oostenrijk opnieuw de grote redenaar te horen. Bossuet paste toen op de heilige Jozef de woorden toe die tot David werden gesproken toen Samuel hem tot koning van Israël zalfde Quaesivit sibi Deus virum juxta cor suum — God heeft zich een man gezocht naar Zijn eigen hart.