Maand gewijd aan de H. Jozef
15 maart

Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph

En toen zijn ouders het Kind Jezus binnenbrachten om voor Hem te doen volgens de gewoonte van de wet (Lucas 2, 27).

Zijn ouders: Parentes ejus. Zo erkent en wijst de Heilige Geest opnieuw duidelijk Sint-Jozef aan als de aangenomen vader van Jezus. Wat heeft hij gedaan om zo’n bijzondere plaats te verkrijgen in het werk van de verlossing van de wereld? Het antwoord wordt reeds aangeduid in het mysterie van de opdracht in de tempel. Velen menen dat verheven rang ontheft van de gewone verplichtingen van het leven, en dat ware grootheid bestaat in zich boven alle regel te verheffen. Jozef denkt anders.

Hier is een wet die de Heilige Drieëenheid niet betreft. Want welke reiniging heeft zij nodig die als Maagd en Moeder door haar aanwezigheid heiligt? Welke vlek kan zij hebben opgelopen door Hem te ontvangen in haar kuise schoot en door het leven te schenken aan de Heilige? Quod nascetur ex te sanctum. Toch kennen Jozef en Maria slechts één wet, en op de bepaalde dag verschijnen zij in de tempel om deel te nemen aan een plechtigheid die, in de ogen van de mensen, Maria plaatst naast de gewone moeders van het menselijk geslacht.

Ware voorzichtigheid en waardigheid bestaan allereerst in de eenvoudige, regelmatige en trouwe onderhouding van de geboden van God en van de Kerk, van de regels van onze staat en van de plichten van onze roeping. Wet en regel zijn immers de uitdrukking van Gods wil voor ons; en al onze wijsheid en al onze deugd bestaan hierin dat wij ons verstand en onze wil gelijkvormig maken aan de goddelijke wijsheid en goedheid die in de wet worden geopenbaard.

Leef overeenkomstig uw regel en gij zult voor God leven.

Groei van de devotie tot de heilige Jozef

In de brief waarin Pius IX de Vereniging van de Kinderen van Sint-Jozef tot een aartsbroederschap verhief, sprak de Heilige Vader over de groei van deze devotie. Hij verklaarde dat er nauwelijks iets is wat men vuriger kan wensen dan een dagelijkse toename van de devotie tot Sint-Jozef, de bruidegom van de allerheiligste Maagd.

Een geleerde en vrome schrijver uit de zestiende eeuw, op wiens getuigenis ook Benedictus XIV zich beroept, heeft in zijn Somme over Sint-Jozef op opmerkelijke wijze gesproken over de gaven die aan deze heilige patriarch zijn verleend. In oosterse landen, zo schrijft hij, heeft de Heilige Geest de harten van de gelovigen vervuld met het verlangen om grote eer te bewijzen aan Sint-Jozef. Men mag er zeker van zijn dat deze devotie, door de verdiensten en voorspraak van deze glorierijke patriarch, voor ons zal verkrijgen de afwending van vele gevaren waardoor de Kerk wordt bedreigd en voor de gelovigen een overvloed van genade.