Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph
En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij naar Jeruzalem waren opgegaan volgens de gewoonte van de feestdag, en de dagen voleindigd hadden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem achter, zonder dat Zijn ouders het bemerkten. (Luc. 2, 42–43)
En Zijn ouders bemerkten het niet. Waaraan dachten Maria en Jozef dan? Ongetwijfeld aan Jezus. Hoogstwaarschijnlijk was het, overeenkomstig het gebruik, zo dat Jozef zich onder de mannen bevond en Maria onder de vrouwen. De leeftijd van Jezus liet toe dat Hij met het ene of met het andere gezelschap meereisde. Jozef meende dus dat het Kind bij Maria was, en Maria dacht dat Hij met Jozef meeging.
Waarom nu heeft het goddelijk Kind van deze omstandigheid gebruik gemaakt en Zijn ouders zulk een smartelijk verdriet veroorzaakt? Vooreerst wilde Hij hun gelegenheid geven de diepte van hun liefde te tonen. Zelf geeft Hij ons ook de tweede reden. Dikwijls verbergt Jezus Zich, buiten onze schuld, voor ons oog. Hij laat ons alleen; wij worden traag tot het gebed en zonder vurigheid in Zijn dienst. Een vage en onuitsprekelijke onrust maakt zich van ons meester. Laat ons daarom niet moedeloos worden. De grootste heiligen hebben allen, zelfs Jozef en Maria, dezelfde beproeving doorgemaakt.
Wanneer de ziel zulk een verlatenheid smaakt, moet zij niet menen dat alles verloren is. Juist dan wordt haar trouw beproefd. De afwezigheid van vertroosting is niet de afwezigheid van genade. God wil dat men Hem zoekt met volharding, met nederigheid en met liefde, niet alleen wanneer Hij Zich laat gevoelen, maar ook wanneer Hij Zich schijnt te verbergen.
Vrees niet in het uur der beproeving.
Bekering door de voorspraak van de heilige Jozef
Een jongeman, die naar Parijs was gegaan om zich in zijn vak te bekwamen, keerde naar huis terug, nadat hij zowel geloof als gezondheid had verloren. Zijn moeder en zijn zuster baden vurig om zijn bekering. Toen de maand van de heilige Jozef aanbrak, richtten zij een klein oratorium ter ere van de heilige op. De vrijdenker vroeg zijn zuster wat deze voorbereidingen te betekenen hadden. Zij antwoordde dat het de maand van de heilige Jozef was en dat men voor zijn bekering zou bidden. De jongeman begon te lachen, maar bleef toch luisteren naar de lezing die deel uitmaakte van de godsvrucht. Toen hij vervolgens zijn hoofd ontblootte, riep hij uit dat hij ellendig was geworden, dat hij een rampzalige was en niet eens meer wist hoe hij moest bidden; hij smeekte zijn zuster hem te leren bidden, omdat hij als christen wilde leven. Deze wens werd spoedig vervuld en de oprechtheid van zijn bekering bleek uit het geduld waarmee hij het scherpe lijden van een dodelijke ziekte droeg, welke hij tot boete voor zijn zonden aannam en die hem na enkele maanden naar de hemel voerde.