Maand gewijd aan de H. Jozef
30 maart

Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph

Is dit niet de zoon van de timmerman? (Matth. 13, 55)
Is dit niet de timmerman? (Marc. 6, 3)
Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? (Joann. 6, 42)

Deze benamingen wekten geen tegenspraak op van de zijde van Jezus. Genoeg had Hij gezegd om te tonen dat God zijn ware Vader is, maar Jozef, als vertegenwoordiger van zijn hemelse Vader, als bruidegom van Maria en hoofd van het heilig Huisgezin, werd door Jezus erkend als zijn aangenomen vader. Hij behoefde er niet voor terug te deinzen de zoon van de timmerman genoemd te worden, want daarin lag niets dat Hem vernederde of aanleiding tot ergernis gaf. Jozef is geen man om zich te schamen. Deze woorden, de laatste vermelding van de heilige Jozef in het Evangelie, doen zijn verheven titel, zijn grootheid en zijn deugd des te sterker uitkomen. Zijn grootheid, want hij vervult het ambt van vader jegens Jezus, zijn deugd, want hij is die waardigheid waardig, en Jezus acht het goed voor de zoon van Jozef door te gaan.

Blijf in de sfeer waarin de Voorzienigheid u geplaatst heeft. Volg het voorbeeld van Jozef. De heerlijkheid van Jezus straalt des te helderder uit door de nederigheid van Jozef. Indien de pleegvader van Onze Heer een man van geleerdheid en aanzien was geweest, zouden wij minder verbaasd zijn geweest over de wonderbare woorden die van zijn lippen uitgingen. Gods aandeel in onze werken wordt des te zichtbaarder door de nederigheid van onze staat en de geringheid van onze talenten. Maar zoals bij Jozef, zo is het ook bij ons, en hoewel wij slechts het werktuig zijn en aan God alle eer toekomt, zal toch een deel daarvan op ons worden weerkaatst.

Vervul de plichten van uw staat, en door dit te doen zult u God verheerlijken.

De heilige Jozef en de pauselijke zouaaf

Joseph le Saige de la Villebrune, luitenant in het pauselijk leger, had een tedere devotie tot de heilige Jozef en werd door de heilige niet vergeten. Toen zijn laatste uur naderde, liet hij de kapelaan roepen en zei dat de heilige Jozef hem gebood zich onmiddellijk te laten biechten, want hij had geen ogenblik te verliezen. Nadat hij zijn biecht had gehoord, kondigde de kapelaan aan dat hij de Mis voor de zieke zou opdragen en hem daarna de heilige Communie zou brengen. Juist toen de kapelaan de treden van het altaar wilde bestijgen, liet de zieke zeggen dat er geen tijd te verliezen was. Hij bad luidop de gebeden vóór de Communie en dankte God dat hij zo lang bij bewustzijn had mogen blijven. Toen hij geëindigd had met bidden, keerde zijn verwardheid terug, maar toch opende hij nog de ogen om ze naar het beeld van de heilige te wenden. Hij wilde zelfs op de knieën vallen voor zijn heilige patroon en zei tot de zusters, toen zij hem probeerden over te halen weer te gaan liggen, geef mij snel mijn kleren, ziet u dan niet dat de heilige Jozef op mij wacht. De volgende morgen, omstreeks drie uur, opende hij de ogen, richtte ze op zijn patroon en ontsliep zacht.