Preek 116 over de Verrijzenis
H. Augustinus, bisschop van Hippo
De Heer verscheen na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen, zoals gij hebt gehoord, en begroette hen met de woorden vrede zij u . Deze vrede is een heilzame groet en een ware vervulling van het heil. Christus zelf is immers ons heil. Hij die gewond werd om onze zonden, die aan het kruis werd genageld, die van het kruis werd afgenomen en in het graf werd gelegd, stond op uit het graf met genezen wonden, terwijl de littekens bleven. Hij wilde dat de littekens bleven als geneesmiddel voor de wonden van hun harten. Welke wonden dan. De wonden van hun ongeloof. Hij verscheen voor hun ogen in werkelijk vlees, en toch meenden zij een geest te zien. Dat was geen kleine wond van het hart. Wie in deze wond volhardt, vervalt in een verderfelijke dwaling. Men zou immers kunnen menen dat het lichaam dat begraven was niet is opgestaan, maar dat slechts een schijn van een lichaam de ogen bedroog. Indien zij in dit geloof waren blijven volharden, zouden wij niet hun wonden moeten beklagen, maar hun ondergang.
Maar wat zegt de Heer. Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen zulke gedachten op in uw hart. Indien de gedachten opkomen uit het hart, dan komen zij uit de aarde. Wat nodig is, is dat de gedachten opgaan naar omhoog. Niet dat zij uit het hart opkomen, maar dat het hart omhoog stijgt. Daarheen wilde de apostel de harten der gelovigen richten, toen hij zei dat zij moesten zoeken wat boven is. In welke heerlijkheid. In de heerlijkheid van de verrijzenis. Luister naar de apostel die over dit lichaam spreekt. Het wordt gezaaid in schande, het zal verrijzen in heerlijkheid. Dat is de heerlijkheid die de apostelen hun Meester, hun Heer Christus, niet konden toekennen. Zij konden niet geloven dat Hij in staat was zijn lichaam uit het graf te doen verrijzen. Zij zagen zijn vlees, en toch konden zij hun ogen niet geloven. Zij zagen Hem en geloofden niet. Maar later geloofden zij door Hem die zij eerst niet konden geloven toen zij Hem zagen. Een zeer slechte wond, maar de littekens die Hij droeg waren genezende verbanden. Daarom zei Hij zie mijn handen en mijn voeten, waar Ik met de nagelen ben vastgemaakt. Tast met uw handen en ziet. Gij ziet en ziet niet. Tast met uw handen en ziet. Een geest heeft geen vlees en beenderen zoals gij ziet dat Ik heb. Dit zeggende toonde Hij hun zijn handen en voeten.
Terwijl zij nog ontsteld waren en van vreugde verwonderd, was er vreugde en toch bleef er nog onrust. Er was iets ongelooflijks gebeurd, maar het was toch gebeurd. Is het nu nog ongelooflijk dat de Heer in het vlees uit het graf is opgestaan. De gehele wereld is ertoe gekomen dit te geloven. Wie niet gelooft wordt meegesleept in verwarring. Toen was het ongelooflijk en zij moesten overtuigd worden, niet alleen door hun ogen maar ook door hun handen, opdat door de lichamelijke zintuigen het geloof zou afdalen in het hart, en het geloof dat in het hart was neergedaald over de gehele wereld zou worden verkondigd aan hen die noch zagen noch aanraakten en toch zonder aarzelen geloofden. Hebt gij hier iets te eten. Hoeveel zorg draagt de goede bouwmeester voor de versterking van het gebouw van het geloof. Hij had geen honger en toch vroeg Hij om te eten. Hij at om te tonen dat Hij kon eten, niet omdat Hij moest. Zo erkenden de leerlingen de werkelijkheid van zijn verrezen lichaam, dat vervolgens door hun prediking door de gehele wereld werd erkend.
Indien er nog ketters zijn die menen dat Christus zich wel aan de ogen der leerlingen heeft vertoond, maar niet in het werkelijke vlees van Christus, laat hen deze gedachte uit hun geest verwijderen en zich laten overtuigen door het evangelie. Ik weerleg hen omdat zij zo denken. Hijzelf zal hen veroordelen indien zij daarin volharden. Wie zijt gij, gij die niet gelooft dat het lichaam dat in het graf werd gelegd, is opgestaan. Zijt gij soms een manicheeër. Dan gelooft gij ook niet dat Hij gekruisigd werd, omdat gij niet gelooft dat Hij geboren werd. Wat gij verkondigt is dan dat alles wat Hij toonde schijn was. Hij zou dan slechts schijnbaar hebben geleden, schijnbaar zijn opgestaan, en wat gij zegt waar te zijn zou niet waar zijn. Gij liegt niet met uw lippen, maar Hij zou met zijn lichaam gelogen hebben. Zie toe dat gij niet denkt dat wat voor hun ogen verscheen geen werkelijk lichaam was. Het was geen schijn, maar vlees. Hij zegt het zelf, Hij wil u niet veroordelen maar genezen. Hij spreekt u aan en vraagt waarom zijt gij ontsteld en waarom komen zulke gedachten op in uw hart. Zie mijn handen en mijn voeten. Tast met uw handen en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals gij ziet dat Ik heb. Dat was waarheid, geen bedrog. Er was een lichaam, er was vlees, het was hetzelfde lichaam dat begraven was en dat aan hen verscheen. Laat dus twijfel en aarzeling verdwijnen en laat zij plaatsmaken voor lof en jubel.
Wat Hij aan zijn leerlingen toonde, was Hijzelf. Wat betekent Hijzelf. Het hoofd van zijn Kerk. De Kerk die over de gehele wereld zou worden gegrondvest, werd door Hem voorzegd maar nog niet gezien door de leerlingen. Hij toonde hun het hoofd en beloofde het lichaam. Daarom voegde Hij eraan toe dat dit de woorden waren die Hij tot hen gesproken had toen Hij nog bij hen was. Hij was met hen als sterfelijk mens, maar niet meer op dezelfde wijze. Hij was met hen vóór zijn lijden, nu is Hij met hen zonder te sterven. Daarom zei Hij dat alles moest worden vervuld wat over Hem geschreven stond in de wet, de profeten en de psalmen. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen. Open, Heer, ook de harten van hen die twijfelen. Open het verstand van hen die menen dat Christus slechts schijn was. Hij opende hun verstand om de Schriften te begrijpen.
En Hij zei tot hen dat zo geschreven stond en zo moest worden vervuld, dat Christus moest lijden en uit de doden opstaan. Zij zagen dit alles. Zij zagen Hem lijden, zij zagen Hem aan het kruis hangen, zij zagen Hem na de verrijzenis levend. Wat zagen zij echter niet. Het lichaam, dat wil zeggen de Kerk. Zij zagen de Bruidegom, de bruid was nog verborgen. Hij beloofde ook haar. Zo stond geschreven dat Christus moest lijden en op de derde dag uit de doden moest verrijzen. Dat is voor de Bruidegom. En wat betreft de bruid. Dat bekering en vergeving van zonden in zijn naam gepredikt zouden worden onder alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. De leerlingen konden dit nog niet zien. Zij zagen het hoofd, over het lichaam geloofden zij. Ook wij verkeren in een gelijke toestand. Wij zien wat zij niet zagen en zien niet wat zij zagen. Wat zien wij. De Kerk over de gehele wereld. Wat zien wij niet. Christus in het vlees. Zoals zij Hem zagen en geloofden over het lichaam, zo zien wij het lichaam en geloven over het hoofd. In beide gevallen helpt wat wij zien om te geloven wat wij niet zien. Het zien van Christus hielp hen te geloven in de Kerk die nog zou komen. Het zien van de Kerk helpt ons te geloven dat Christus is verrezen. Hun geloof werd vervuld door het zien van het hoofd, het onze wordt vervuld door het zien van het lichaam.
De gehele Christus was aan hen bekend en is ook aan ons bekend. Maar de gehele Christus werd door hen nog niet gezien en ook door ons nog niet. Door hen werd het hoofd gezien en het lichaam geloofd. Door ons wordt het lichaam gezien en het hoofd geloofd. En toch ontbreekt niets aan Christus. Hij is geheel in ons, en toch zijn er nog leden die moeten worden toegevoegd. De leerlingen geloofden, en door hen kwamen velen tot geloof, inwoners van Jeruzalem, Judea en Samaria. De leden voegden zich bij het lichaam, het gebouw groeide op zijn fundament. Niemand kan een ander fundament leggen dan dat wat gelegd is, dat is Christus Jezus. Laat de Joden razen. Stefanus wordt gestenigd. De klederen van hen die hem stenigden werden neergelegd bij Saulus, de latere apostel Paulus. Laat Stefanus sterven, de Kerk van Jeruzalem wordt verstrooid. De brandende takken worden verspreid en ontsteken elders nieuw vuur. Waar de Kerk van Jeruzalem was, daar brandde het vuur van de Heilige Geest. Toen Stefanus werd gestenigd, werd de houtstapel vervolgd, maar de vonken werden verstrooid en de wereld werd in vuur gezet.
Daarna volgde Saulus, die hen met woede vervolgde. Hij verkreeg brieven van de hogepriesters, trok woedend uit, dorstend naar bloed, om te grijpen wie hij kon vinden en hen weg te voeren om gestraft te worden. Waar was God, waar was Christus, waar was degene die Stefanus de kroon gaf. In de hemel. En Hij ziet ook Saulus, hoort zijn razernij en roept vanuit de hemel Saulus, Saulus, waarom vervolgt gij Mij. Ik ben in de hemel en gij zijt op aarde, en toch vervolgt gij Mij. Gij kunt het hoofd niet raken, maar gij treedt mijn leden met voeten. Wat denkt gij te doen. Wat baat het u. Het is hard voor u tegen de prikkel te slaan. Hoe meer gij slaat, des te meer verwondt gij uzelf. Leg dus uw razernij af, keer terug tot bezinning. Door deze stem werd hij neergeveld, de vervolger. Hij die woedend optrok tegen de leerlingen van de Heer ligt plotseling ter aarde, overwonnen door één woord. Waarheen ging gij, waarom raasde gij. Wie gij vervolgde volgt gij nu. Voor wie gij woedde zult gij nu lijden. De vervolger wordt verkondiger. Hij hoort de stem van de Heer, zijn ogen worden verblind zodat de ogen van zijn hart geopend worden. Hij wordt naar Ananias geleid, onderwezen in het geloof, gedoopt en daarna gezonden als apostel.
Spreek, verkondig Christus, zaai het zaad. Gij die kort tevoren een wolf waart, zijt nu een lam. Verre van mij mij ergens anders op te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Stort het evangelie uit. Laat de volkeren horen, laat de volkeren geloven, laat de volkeren groeien. Laat uit het bloed der martelaren een bruid geboren worden voor de Heer. En hoe velen zijn er reeds toegevoegd. Hoeveel leden hebben zich bij het hoofd gevoegd. En anderen worden nog toegevoegd. Aan het einde der tijden zullen de stenen zich aan het fundament hechten, levende stenen, heilige stenen, zodat het gehele gebouw voltooid wordt. Dan zal de Kerk het nieuwe lied zingen terwijl het huis wordt gebouwd. Zingt voor de Heer een nieuw lied, zingt voor de Heer heel de aarde. Het grote huis wordt gebouwd. Wanneer wordt het voltooid. Aan het einde der tijden. Het fundament is reeds gelegd. Hij is opgestegen naar de hemel en sterft niet meer. Wanneer ook wij verrijzen om niet meer te sterven, dan zullen ook wij worden ingewijd.