H. Petrus Canisius

27 April — Heilige Petrus Canisius, belijder en kerkleraar † 1597

De heilige Petrus Canisius werd in 1521 te Nijmegen geboren. Reeds vroeg toonde hij een grote aanleg voor studie en een oprechte godsvrucht. Tegen de wens van zijn ouders koos hij voor de theologie en werd aanvankelijk beïnvloed door de Devotio Moderna. Tijdens zijn studie te Keulen ontmoette hij Petrus Favre, onder wiens leiding hij de Geestelijke Oefeningen van de heilige Ignatius volbracht. Vervolgens trad hij in de Sociëteit van Jezus als een der eerste leden.

Gedurende drie decennia werkte hij aan het herstel van de katholieke Kerk in Duitsland, dat door de Reformatie zwaar was geschokt. In 1544 stichtte hij te Keulen het eerste jezuïetenhuis in Duitsland. In een tijd waarin een groot deel van de bevolking tot het protestantisme was overgegaan en zelfs in Rome het verlies van Duitsland werd gevreesd, trad hij op als een van de voornaamste verdedigers van het katholiek geloof.

Na de Vrede van Augsburg werd duidelijk dat een hernieuwde opbloei van het katholieke leven slechts mogelijk was door innerlijke hervorming. De Sociëteit van Jezus zette zich daarom in voor de verbetering van de clerus en de vorming van de gelovigen. Canisius werd in 1556 aangesteld als eerste overste van de Duitse provincie. Hij zag scherp in dat ook de volkstaal en de drukpers beslissend waren in de strijd om het geloof en bevorderde daarom de ontwikkeling van katholieke geschriften en onderwijs in de Duitse taal.

Het onderwijs werd een van de krachtigste middelen tot herstel. Onder zijn leiding ontstond een netwerk van colleges, die een nieuw katholiek leven brachten in tal van steden. Door onderricht, geduld en standvastigheid droegen deze instellingen bij aan het behoud en de versterking van het geloof.

Van blijvende betekenis zijn vooral zijn catechismussen, oorspronkelijk in het Latijn opgesteld en later in vele talen verspreid. Zij verschenen in verschillende vormen, aangepast aan studenten, jeugd en volk, en werden in heel Europa gebruikt. In Duitsland werd zijn naam zelfs gelijkgesteld met het begrip catechismus.

Hoewel hij grote werken verrichtte, bleef hij in alles nederig en aan God onderworpen. Herhaaldelijk werd hij tot het bisschopsambt geroepen, maar hij weigerde, om zich geheel aan zijn apostolische arbeid te kunnen wijden. Hij zocht niet de eer der mensen, maar het heil der zielen.

Na een leven van arbeid en toewijding stierf hij in 1597 te Fribourg in Zwitserland. De Kerk heeft hem later onder haar leraren geteld wegens zijn grote dienst aan de waarheid en de verdediging van het geloof. Hij wordt bijzonder vereerd als patroon van de katholieke pers en van het katholiek onderwijs.