Evangelie van de zondag (Johannes 16:23–30)
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Over al deze dingen heb Ik in beelden tot u gesproken; het uur komt, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u in duidelijke taal over de Vader mededelingen zal doen. Op die dag zult gij in mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u zal vragen; want de Vader Zelf heeft u lief, omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader. Zijn leerlingen zeiden Hem: Zie, nu spreekt Gij duidelijke taal, zonder enige beeldspraak te gebruiken. Nu zien wij, dat Gij alles weet, en dat het niet nodig is, dat iemand U ondervraagt; daarom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.

Johannes 16:23–30
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij.
Cornelius a Lapide
Cornelius a Lapide (1567–1637) was een Vlaamse jezuïet en een der beroemdste katholieke Schriftverklaarders van de Contrareformatie. Zijn omvangrijke commentaren op de Heilige Schrift steunen voortdurend op de Kerkvaders, de scholastieke theologie en de traditionele uitleg der Kerk. Eeuwenlang werden zij gebruikt door priesters, seminaries en predikers.
Over de woorden vraagt en gij zult verkrijgen schrijft hij:
In de Naam van Christus vragen betekent vragen door de verdiensten van Christus. Want Hij heeft door Zijn dood voor ons verdiend, dat wij alles zouden verkrijgen wat wij van God vragen. Voor ons is dit genade; voor Christus is het rechtvaardigheid. Zijn Naam betekent in de Heilige Schrift Zijn kracht, Zijn deugd, Zijn verdiensten, Zijn genade, Zijn waardigheid en Zijn macht. In de Naam van Christus vragen betekent daarom dat men zich beroept op Zijn verdiensten en daarop vertrouwt, niet op de onze; opdat God niet zou zien op onze onwaardigheid en zonden, maar op het aanschijn van Zijn Gezalfde, en omwille van Zijn heiligheid en verdiensten zou schenken wat wij niet verdienen.
Christus wijst hier daarom niet slechts op God, maar op God mens geworden, gehoorzaam tot aan de dood aan het kruis. Want Hij heeft voor ons verdiend, dat de Vader onze gebeden zou verhoren. Daarom besluit de Kerk al haar gebeden met de woorden: door onze Heer Jezus Christus.
Verder zegt Lapide:
In de Naam van Christus vragen betekent ook die dingen vragen welke Christus verlangt dat ons gegeven worden, namelijk datgene wat betrekking heeft op het heil van de ziel. Daarom is zulk een gebed krachtig en wordt het door God verhoord.
Over de woorden opdat uw vreugde volkomen zij schrijft hij:
Gij zult u verheugen over Mijn Verrijzenis; maar opdat uw vreugde volmaakt zou worden, vraagt de Vader in Mijn Naam om alle genaden die gij nodig hebt, opdat gij door ze van de Vader te verkrijgen de volheid der vreugde zoudt bezitten en in dit leven niets meer zoudt verlangen.