Reeds in de derde eeuw vindt men melding van een bijzondere viering van de laatste week van de Vasten, zoals blijkt bij de heilige Dionysius van Alexandrië. De heilige Johannes Chrysostomus noemt haar in de vierde eeuw de Grote Week, niet wegens het aantal dagen, maar om de grote geheimen die in deze dagen worden herdacht. Zij werd ook genoemd Hebdomada Poenosa, de smartvolle week, zowel om het lijden van Christus dat wordt herdacht, als om de vermoeienis die de viering van deze heilige mysteriën met zich bracht. In het Duits heet zij nog altijd Charwoche, de week der smarten. Omdat op Witte Donderdag de openbare zondaars met de Kerk werden verzoend, noemde men haar ook de week van vergiffenis. Meest gebruikelijk is echter de naam Heilige Week, om de heiligheid van de geheimen die worden gevierd.
In de oude Kerk werd deze week gekenmerkt door een strengere vasten. De heilige Epiphanius verhaalt dat sommigen vastten van maandagmorgen tot aan de dageraad van Pasen. Velen hielden deze strenge vasten twee, drie of vier dagen. Algemeen was de gewoonte zich van Witte Donderdag tot Paasmorgen van alle voedsel te onthouden. Gedurende deze dagen hielden de gelovigen nachtwaken in de kerken. Na de gedachtenis van het Laatste Avondmaal bleven zij, zo zegt Chrysostomus, lange tijd in gebed. De gehele nacht van vrijdag werd doorgebracht in gebed ter ere van de begrafenis van de Heer. In de nacht van zaterdag bleven de gelovigen in de kerk om de laatste voorbereiding van de catechumenen, hun doopsel en vervolgens het heilig Offer bij te wonen.
De Heilige Week werd bovendien onderscheiden door een volledige onthouding van slavenarbeid, opgelegd zowel door de burgerlijke als door de kerkelijke wet. De gelovigen, verzwakt door de langdurige vasten, moesten hun krachten bewaren voor de goddelijke diensten en het gebed. Bij een besluit van keizer Theodosius in het jaar 389 werden alle rechtszaken verboden gedurende de zeven dagen vóór en de zeven dagen na Pasen. Alleen handelingen tot vrijlating van slaven bleven toegestaan. Christelijke vorsten lieten in deze dagen gevangenen vrij, behalve hen die gevaarlijk waren voor de gemeenschap. De heilige Leo spoort de gelovigen aan deze mildheid na te volgen en elkaar hun persoonlijke beledigingen te vergeven. Uit de capitularia van Karel de Grote blijkt dat bisschoppen de vrijlating van gevangenen konden eisen ter liefde van Christus. Zelfs in latere tijden werden in deze week gevangenen vrijgelaten. Daarom noemde men deze dagen ook het koningschap van Christus. Tevens vermeerderden de gelovigen hun aalmoezen en werken van barmhartigheid.
In de liturgie van deze week houdt de Kerk drie zaken voor ogen, het lijden van de Heer, de laatste voorbereiding van de catechumenen op het doopsel en de verzoening van openbare zondaars. Overal klinkt de droefheid van de Kerk om de dood van haar Bruidegom. Vanaf Passiezondag is het Gloria Patri verstomd. De gewaden drukken rouw uit, behalve wanneer op Witte Donderdag kortstondig wit wordt gebruikt om de vreugde te tonen over de instelling van het Allerheiligst Sacrament. De kruisen zijn gesluierd als teken van de vernedering van de Heiland die zich voor de Joden moest verbergen. Ook de beelden der heiligen zijn bedekt, omdat de heerlijkheid van de Meester wordt verduisterd.

Stabat Mater Dolorosa
Stabat Mater dolorosa,
juxta Crucem lacrimosa,
dum pendebat Filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem,
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater Unigeniti.
Quae maerebat et dolebat,
pia Mater, dum videbat
Nati poenas incliti.
Quis est homo qui non fleret,
Matrem Christi si videret
in tanto supplicio.
Quis non posset contristari,
Christi Matrem contemplari
dolentem cum Filio.
Pro peccatis suae gentis
vidit Jesum in tormentis
et flagellis subditum.
Vidit suum dulcem Natum
moriendo desolatum,
dum emisit spiritum.
Eja Mater, fons amoris,
me sentire vim doloris
fac, ut tecum lugeam.
Fac ut ardeat cor meum
in amando Christum Deum,
ut sibi complaceam.
Sancta Mater, istud agas,
Crucifixi fige plagas
cordi meo valide.
Tui Nati vulnerati,
tam dignati pro me pati,
poenas mecum divide.
Fac me tecum pie flere,
Crucifixo condolere,
donec ego vixero.
Juxta Crucem tecum stare,
et me tibi sociare
in planctu desidero.
Virgo virginum praeclara,
mihi jam non sis amara,
fac me tecum plangere.
Fac ut portem Christi mortem,
passionis fac consortem,
et plagas recolere.
Fac me plagis vulnerari,
fac me Cruce inebriari,
et cruore Filii.
Flammis ne urar succensus,
per te, Virgo, sim defensus
in die judicii.
Christe, cum sit hinc exire,
da per Matrem me venire
ad palmam victoriae.
Quando corpus morietur,
fac ut animae donetur
paradisi gloria. Amen.
Met de tranen in haar ogen
stond de Moeder, diep bewogen,
naast het kruis, waar Jezus hing.
Door haar zuchtend, bedroefd harte,
overstelpt van wee en smart,
ging het scherpe zwaard der droefheid.
Hoe bedroefd en hoe verslagen
was de hooggezegende Moeder
van Gods eniggeboren Zoon.
Hoe zij treurde, hoe zij leed,
deze vrome Moeder,
toen zij Zijn bitter lijden zag.
Wie is hij die niet zou wenen,
als hij Christus’ Moeder zag
in zo grote foltering.
Wie zou zonder mede lijden
Christus’ Moeder kunnen zien,
smartelijk met Haar Zoon.
Om de zonden van haar volk
zag zij Jezus in de pijnen,
en door geesels neergeslagen.
Zij zag Haar lieve Zoon,
stervend, geheel verlaten,
toen Hij Zijn geest gaf.
O Moeder, bron van liefde,
laat mij de kracht der smart gevoelen,
opdat ik met u moge treuren.
Laat mijn hart van liefde branden
tot Christus God en Heer,
opdat ik Hem moge behagen.
Heilige Moeder, prent de wonden
van de Gekruisigde diep
in mijn hart.
Laat mij delen in het lijden
van uw Zoon, die Zich gewaardigde
voor mij te lijden.
Laat mij met u vroomlijk wenen,
met de Gekruisigde mede lijden,
zolang ik leef.
Bij het kruis met u te staan
en mij met u te verenigen
in de klacht, dat begeer ik.
Maagd der maagden, hoogverheven,
wees mij niet streng,
maar laat mij met u wenen.
Laat mij Christus’ dood meedragen,
maak mij deelgenoot van Zijn lijden
en Zijn wonden gedenken.
Laat mij door Zijn wonden gewond worden,
laat mij door het kruis worden vervuld,
en door het Bloed van uw Zoon.
Dat ik niet door het vuur verteerd word,
maar door u, o Maagd, verdedigd,
op de dag van het oordeel.
Christus, wanneer ik vanhier zal scheiden,
geef dat ik door uw Moeder
kom tot de palm der overwinning.
Wanneer mijn lichaam zal sterven,
geef dat aan mijn ziel wordt geschonken
de heerlijkheid van het paradijs. Amen.