Derde zondag van de Advent (Gaudete)

Evangelie van de zondag (Joh. 1, 19–28)

In die tijd zonden de Joden uit Jerusalem priesters en levieten tot Johannes, om hem te vragen wie hij was. En hij beleed en loochende het niet; en hij beleed: ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: wat dan, zijt gij Elias? En hij zei: ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: neen. Zij zeiden dan tot hem: wie zijt gij, opdat wij antwoord geven aan hen die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven? Hij zei: ik ben de stem van een roepende in de woestijn: maakt recht den weg des Heeren, gelijk de profeet Isaias gesproken heeft. En zij die gezonden waren, waren uit de Pharizeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem: waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet? Johannes antwoordde hun en zei: ik doop met water; maar in het midden van u staat Hij, die gij niet kent; Hij is het, die na mij komt, die vóór mij geworden is, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. Dit geschiedde te Bethanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.

Johannes de Doper wordt door priesters en levieten ondervraagd.
Johannes de Doper predikt.
In het midden van u staat Hij, die gij niet kent; Hij is het, die na mij komt, die vóór mij geworden is, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.

Zondag Gaudete

De derde zondag van de Advent draagt de naam Gaudete, naar de introitus van de Mis: Verheugt u in de Heer te allen tijde. Deze oproep klinkt terwijl de Advent nog volop gaande is. Het wachten wordt niet opgeheven, maar verlicht door de nabijheid van Christus. De liturgie behoudt haar ingetogen karakter: het Gloria blijft achterwege en de ernst van de Advent wordt niet losgelaten. Wel wijkt het paars op deze zondag voor roze, als teken dat de komst van de Heer nabij is. Zo drukt de Kerk uit dat het wachten zijn doel nadert, zonder het reeds te bereiken.

Dom Guéranger benadrukt dat deze vreugde geen feestelijkheid is, maar zekerheid. Zij berust niet op wat reeds vervuld is, maar op wat weldra zal worden geopenbaard. Daarom is Gaudete-zondag geen onderbreking van de Advent, maar een verduidelijking ervan: de hoop die de hele Advent draagt, wordt hier expliciet uitgesproken.

In het evangelie treedt Johannes de Doper naar voren als getuige van een beslissend feit. Hij kondigt geen verre toekomst aan en spreekt niet over zichzelf, maar wijst op een tegenwoordigheid: in het midden van u staat Hij, die gij niet kent. Christus is niet langer alleen de Verwachte; Hij is reeds nabij, verborgen en ongekend, maar werkelijk aanwezig. Juist deze tegenwoordigheid maakt de vreugde van Gaudete mogelijk. Zij berust niet op gevoel, maar op het vaste weten dat de Heer reeds nabij is en zich weldra zal tonen.

← Terug