Dinsdag onder het octaaf van Pasen

Evangelie van de dinsdag in de Paasweek (Lucas 24, 36–47)

In die tijd stond Jezus midden tussen zijn leerlingen en sprak tot hen: Vrede zij u, Ik ben het, vreest niet. Zij waren echter ontsteld en vol schrik, want zij meenden een geest te zien. Maar Hij zei hun: Waarom zijt gij ontsteld, en waarom komen zulke gedachten in uw hart op? Ziet mijn handen en mijn voeten, Ik ben het zelf. Betast Mij en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals gij ziet dat Ik heb. En na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en voeten. Omdat zij van vreugde nog niet konden geloven en vol verbazing waren, sprak Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten? Zij gaven Hem een stuk gebakken vis en een honingraat. En nadat Hij voor hun ogen gegeten had, nam Hij de rest en gaf die aan hen.

Daarna sprak Hij tot hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u gesproken heb toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes, in de profeten en in de psalmen, vervuld moest worden. Toen opende Hij hun geest om de Schriften te verstaan. En Hij zei hun: Zó staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en op de derde dag verrijzen uit de doden, en dat in zijn Naam boetvaardigheid en vergiffenis van zonden zouden worden gepredikt aan alle volkeren.

“`html

Christus verschijnt aan de apostelen na de verrijzenis
Christus verschijnt aan de apostelen na de verrijzenis.

De verschijningen van de verrezen Heer
H. Leo de Grote

Na de verrijzenis van de Heer volgden vele tekenen waardoor het geloof van de leerlingen werd versterkt. Wat eerst door vrees werd geschokt, werd door het zien bevestigd. De Heer verscheen niet slechts eenmaal maar dikwijls. Hij sprak met hen, wandelde met hen en liet zich aanraken. Hij toonde de wonden van zijn handen en van zijn zijde, opdat men zou weten dat het dezelfde was die geleden had en die verrezen was. Zo werd de waarheid van zijn lichaam bevestigd en werd de twijfel van hun hart verdreven.

Hij at met hen, niet omdat Hij voedsel nodig had maar om te tonen dat zijn natuur werkelijk menselijk was. Hij opende hun verstand voor de Schriften en leerde hun dat alles wat geschreven stond moest worden vervuld. Zo leidde Hij hen van schrik tot vreugde, van twijfel tot geloof en van vrees tot verkondiging. Want zij die eerst bevreesd waren werden later predikers van de verrijzenis en zij die gevlucht waren bij het lijden stonden nu standvastig in het getuigenis.

Deze verschijningen duurden veertig dagen opdat niets aan het geloof zou ontbreken. Wat zij met hun ogen zagen en met hun handen aanraakten dat verkondigden zij aan de wereld. Zo werd door vele bewijzen bevestigd dat de Heer waarlijk uit de doden was opgestaan en dat in Hem de menselijke natuur is verheven tot het leven dat geen einde kent. (H. paus Leo de Grote)

Hier vindt u een preek van de H. Augustinus over de Verrijzenis en de verschijningen van de Heer.