Te Deum

Te Deum

Christus in heerlijkheid
Wanneer de Kerk het Te Deum aanheft, verheft zij met één stem een machtige en glorieuze lof- en dankhymne tot eer van God, waarin de lof van hemel en aarde weerklinkt.

Te Deum laudamus:
te Dominum confitemur.
Te aeternum Patrem,
omnis terra veneratur.

Tibi omnes Angeli,
tibi caeli et universae potestates;
tibi Cherubim et Seraphim
incessabili voce proclamant:

Sanctus, Sanctus, Sanctus,
Dominus Deus Sabaoth.
Pleni sunt caeli et terra
maiestatis gloriae tuae.

Te gloriosus Apostolorum chorus,
te Prophetarum laudabilis numerus,
te Martyrum candidatus laudat exercitus.

Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia,
Patrem immensae maiestatis;
venerandum tuum verum et unicum Filium;
Sanctum quoque Paraclitum Spiritum.

Tu Rex gloriae, Christe.
Tu Patris sempiternus es Filius.
Tu, ad liberandum suscepturus hominem,
non horruisti Virginis uterum.

Tu, devicto mortis aculeo,
aperuisti credentibus regna caelorum.
Tu ad dexteram Dei sedes,
in gloria Patris.

Iudex crederis esse venturus.
Te ergo quaesumus, tuis famulis subveni,
quos pretioso sanguine redemisti.

Aeterna fac cum Sanctis tuis
in gloria numerari.

Salvum fac populum tuum, Domine,
et benedic hereditati tuae.
Et rege eos,
et extolle illos usque in aeternum.

Per singulos dies benedicimus te;
et laudamus nomen tuum in saeculum,
et in saeculum saeculi.

Dignare, Domine, die isto
sine peccato nos custodire.

Miserere nostri, Domine,
miserere nostri.

Fiat misericordia tua, Domine, super nos,
quemadmodum speravimus in te.

In te, Domine, speravi:
non confundar in aeternum.


Te Deum

U, God, loven wij;
U belijden wij als Heer.
U, eeuwige Vader,
eert de ganse aarde.

Aan U zingen alle engelen,
aan U de hemelen en alle machten;
aan U roepen de cherubijnen en serafijnen
zonder ophouden:

Heilig, heilig, heilig,
Heer God der heerscharen.
Hemel en aarde zijn vol
van de majesteit van Uw heerlijkheid.

U looft het heerlijke koor der apostelen;
U prijst het lofwaardige getal der profeten;
U verheerlijkt het blinkende leger der martelaren.

U belijdt de heilige Kerk over de gehele wereld:
de Vader van oneindige majesteit;
Uw aanbiddelijke, ware en enige Zoon;
en de Heilige Geest, de Trooster.

Gij zijt de Koning der heerlijkheid, o Christus.
Gij zijt de eeuwige Zoon van de Vader.
Gij hebt, om de mens te verlossen,
de schoot der Maagd niet versmaad.

Gij hebt de prikkel van de dood overwonnen
en het rijk der hemelen geopend voor de gelovigen.
Gij zit aan de rechterhand Gods,
in de heerlijkheid van de Vader.

Gij zult komen als Rechter.
Wij bidden U daarom: help Uw dienaren,
die Gij hebt verlost door Uw kostbaar bloed.

Laat hen geteld worden onder Uw heiligen
in de eeuwige heerlijkheid.

Behoed, Heer, Uw volk,
en zegen Uw erfdeel.
Bestuur hen
en verhef hen tot in eeuwigheid.

Dag aan dag zegenen wij U,
en loven wij Uw Naam in eeuwigheid,
ja, tot in alle eeuwigheid.

Verwaardig U, Heer, ons heden
voor de zonde te bewaren.

Ontferm U over ons, Heer,
ontferm U over ons.

Laat Uw barmhartigheid, Heer, over ons zijn,
zoals wij op U hopen.

Op U, Heer, heb ik gehoopt:
ik zal in eeuwigheid niet beschaamd worden.

↑ Terug naar Latijn