Gedachtenis O.L.V. van Zeven Smarten

27 maart – Vandaag gedenkt de Kerk Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten. De Kerk, die met vreugde de heerlijkheden van de Moeder Gods heeft bezongen, moet ook haar smarten gedenken. Nadat zij ons Maria heeft getoond in de glans van haar voorrechten, stelt zij haar nu voor in het lijden dat zij aan de voet van het kruis heeft ondergaan. Want het goddelijk raadsbesluit wilde dat de Moeder zou delen in het offer van de Zoon, en dat zij, die Hem zonder pijn had gebaard, Hem met de grootste smart zou zien sterven.

Reeds in de tempel had de heilige Simeon haar dit lijden aangekondigd, toen hij tot haar sprak: En uw eigen ziel zal een zwaard doorboren. Deze profetie wordt vervuld op Golgotha. Daar staat Maria, niet bezweken door zwakte, maar standvastig in geloof en liefde. Zij aanschouwt het lijden van haar Zoon, zij hoort zijn woorden, zij ziet Hem sterven; en in haar hart ondergaat zij alles wat Hij in zijn lichaam lijdt. Daarom eert de Kerk haar als de Moeder van Smarten. Zij ziet in haar de nieuwe Eva, die aan de zijde van de nieuwe Adam staat, niet meer in de vreugde van het paradijs, maar in de smart van de verlossing. Zoals de eerste Eva heeft deelgenomen aan de val, zo neemt Maria deel aan het herstel; en terwijl het bloed van de Verlosser vloeit, wordt ook haar ziel doorboord door de smart.

Door deze overweging wil de Kerk de gelovigen tot het kruis voeren. Zij nodigt hen uit de Moeder te aanschouwen, die zwijgend en standvastig blijft, en in haar hart het offer van haar Zoon aanvaardt. Want wie bij Maria blijft onder het kruis, leert de waarde van het lijden van Christus kennen en ontvangt rijker de vruchten van de verlossing. (Dom Guéranger)

Pietà

In de openbaringen van de heilige Birgitta van Zweden (8 oktober) beschrijft de Heilige Maagd zelf haar smart onder het kruis:

Ik ben die vrouw die stond naast het kruis van mijn Zoon. Toen Hij werd gekruisigd, stond ik dichtbij, en mijn hart werd als het ware met Hem gekruisigd. Want zoals Hij met de nagelen aan het hout werd vastgehecht, zo werd mijn hart doorboord door de smart. Toen men Zijn handen en voeten doorboorde, voelde ik de pijn in mijn hart; en toen Zijn hart door de lans werd geopend, was het alsof mijn hart werd doorboord.

Na Zijn dood werd Hij van het kruis afgenomen en in mijn armen gelegd. O hoe zwaar was die last! Zijn ledematen waren verstijfd, Zijn ogen gesloten, Zijn mond zwijgend. Ik zag de wonden die Hij had ontvangen, en mijn tranen vloeiden zonder ophouden. Ik kuste Zijn handen en voeten, en mijn hart smolt weg van droefheid.

Daarna droeg men Hem naar het graf. Ik volgde Hem met de grootste smart, en toen men Hem had neergelegd, bleef ik achter in bittere verlatenheid. Want Hij die mijn vreugde was, was mij ontnomen, en ik bleef alleen achter in de smart van mijn liefde.