H. Agnes, patrones

21 januari — Heilige Agnes, maagd en martelares † ca. 304

Zondag 18 januari vierden wij in onze kerk het patroonsfeest van de heilige Agnes, patrones van ons kerkgebouw. Vandaag, 21 januari, is haar eigenlijke Hoogfeestdag volgens de kalender van de Kerk.

Gisteren besloten wij de noveen ter ere van de heilige Agnes, dit jaar verbonden met de Actie Kerkbalans 2026. De noveen is voltooid; de wervingsactie zelf loopt nog door en we kunnen blijven bidden voor haar welslagen.

Actie Kerkbalans 2026
Noveengebed tot de heilige Agnes

De verering van de heilige Agnes

De heilige Agnes behoort tot de oudst vereerde martelaren van de Kerk van Rome. Haar naam is opgenomen in de Romeinse Canon van de Mis, het oudste eucharistische gebed van de Latijnse Kerk. Dit wijst op een vaste en algemeen erkende verering die teruggaat tot de eerste eeuwen.

Haar graf aan de Via Nomentana was reeds in de vierde eeuw een plaats van liturgische samenkomst. De basiliek die daar boven haar graf werd gebouwd behoort tot de vroegste christelijke grafkerken van Rome. De continuïteit van naam, plaats en feestdag vormt de kern van haar historische cultus.

De uitvoerige levensverhalen die later over Agnes zijn ontstaan, zijn van latere datum en literair van aard. De oudste traditie bewaart slechts wat liturgisch vaststaat: zij was Romeins, zij was maagd, zij was martelares. Deze soberheid is kenmerkend voor de vroegste Romeinse heiligenverering. Hier leest u haar heiligenleven.

De volgende tekst is ontleend aan een beroemde panegyriek (plechtige feestrede) over sint Agnes van de heilige Ambrosius, kerkvader en bisschop van Milaan. In sobere en heldere bewoordingen stelt hij Agnes voor als voorbeeld van geloof en standvastigheid.

VANDAAG vieren wij de geboortedag van de heilige maagd Agnes, niet haar aardse geboorte, maar haar geboorte tot de hemel. Zij was jong naar leeftijd, maar rijp in geloof; klein van gestalte, maar groot van geest; een kind naar de jaren, maar een martelaar naar de belijdenis.

Zij was nauwelijks oud genoeg om de wet te kennen, en reeds oud genoeg om haar geloof te belijden. Zij was jong naar de natuur, maar sterk naar de genade. De beul zag haar jeugd en meende haar te doen beven; maar zij zag Christus en vreesde niet. Men dreigde haar met de dood, maar zij verlangde naar het leven; men stelde haar het zwaard voor ogen, maar zij koos de kroon.

Wat kan men eerst bewonderen: haar leeftijd of haar moed? Haar zwakheid of haar overwinning? Zij die nog niet geleerd had te huwen, wist reeds hoe zij moest overwinnen. Zij stond onbeweeglijk te midden van de dreiging, en terwijl anderen sidderen voor de dood, verlangde zij ernaar te sterven voor Christus.

Men bracht haar naar het altaar van afgoden, maar zij weigerde te offeren; men trachtte haar te dwingen, maar zij bleef standvastig; men wilde haar breken, maar zij overwon. Haar lichaam werd blootgesteld aan geweld, maar haar geest bleef ongeschonden.

Zij bad niet om uitstel, zij vroeg niet om ontferming, zij zocht geen ontsnapping. Zij wist dat zij niet verloor wat zij gaf, maar ontving wat zij geloofde. Zij verloor het tijdelijke leven, maar verwierf het eeuwige.

Zo werd Agnes tegelijk maagd en martelaar. De maagdelijkheid ging haar niet verloren door het martelaarschap, en het martelaarschap ontnam haar niet de maagdelijkheid. Niet de jaren maakten haar volmaakt, maar de volheid van het geloof. In korte tijd voltooide zij wat anderen in lange jaren niet bereiken.

Dit gedicht van Guido Gezelle sluit wonderwel aan bij de woorden van de heilige Ambrosius.

Sinte Agnes

Sinte Agnes, bloem van eer,
bloeiend in den winter,
teer van lijf en jong van jaar,
sterk van ziel daarbinnen.

’t Vuur verging, het staal bezweek,
’t kwaad stond schaamrood stille;
God bewaart wat Hem behoort,
tegen ’s werelds wille.

Men zei: Gij sterft,
en ’t raakte haar niet;
men zei: Gij leeft,
en God alleen volstond haar.