13 december – H. Lucia van Syracuse, maagd en martelares † ca. 304
De Heilige Lucia wordt door de Kerk vereerd als maagd en martelares. Haar naam is van oudsher verbonden met Syracuse op Sicilië, waar zij tijdens de grote vervolging onder keizer Diocletianus, omstreeks het jaar 304, het martelaarschap onderging.
Haar naam is afgeleid van lux, licht. Haar feest valt in de donkerste dagen van het jaar, vlak voordat de dagen weer gaan lengen. Nog vóór de geboorte van Christus toont zij een getuige die straalt te midden van de duisternis — als een lamp die brandt in de nacht terwijl de Bruidegom nadert (Dom Prosper Guéranger).
Roeping en toewijding
Volgens de oude overlevering werd Lucia geboren in een voorname christelijke familie. Haar vader stierf vroeg; zij werd opgevoed door haar moeder Eutychia. Reeds als jong meisje had Lucia in stilte besloten haar maagdelijkheid aan Christus toe te wijden.
Het teken van Agatha
Een beslissend moment in haar leven was de bedevaart die Lucia met haar moeder maakte naar Catania, naar het graf van de Heilige Agatha. Eutychia leed aan een ernstige en langdurige ziekte, die in de overlevering uitdrukkelijk wordt vergeleken met die van de vrouw uit het Evangelie die reeds twaalf jaar aan bloedvloeiing leed en door geloof genezing ontving door de zoom van de mantel van Jezus aan te raken. Bij het graf van Agatha werd Eutychia genezen. Voor Lucia werd dit het moment waarop haar innerlijke roeping bevestigd werd: zij begreep dat zij haar leven geheel aan Christus mocht toewijden en besloot haar bruidsschat te verkopen en de opbrengst aan de armen te schenken.
Martelaarschap en verering
De afgewezen huwelijkskandidaat gaf haar daarop aan bij de Romeinse overheid. Voor de prefect Pascasius beleed Lucia vrijmoedig haar christelijk geloof en weigerde zij aan de afgoden te offeren. Pogingen om haar eer en lichaam te schenden faalden.
Volgens de overlevering kon zij niet van haar plaats worden bewogen, zelfs niet door een span ossen, en bleef zij ongedeerd toen men haar op de brandstapel plaatste. Bekend is ook de latere overlevering dat haar de ogen werden weggenomen. In de iconografie wordt zij daarom afgebeeld met een schaaltje waarop twee ogen rusten, terwijl God haar het vermogen tot zien niet ontnam. Uiteindelijk werd zij door het zwaard ter dood gebracht.
Zo werd Lucia’s naam blijvend verbonden met Christus, het ware Licht dat geen duisternis kan doven. In de volksdevotie, vooral in Noord-Europa, groeide haar feest uit tot een lichtfeest. Liturgisch blijft echter het accent liggen op haar geloofsgetuigenis, dat vooruitwijst naar Christus, het Licht dat met Kerstmis in de wereld komt.
De Heilige Lucia wordt vereerd als patrones van het zien en van het licht, als beschermheilige van blinden en oogzieken, en als voorspreekster van maagden en jonge vrouwen. Haar naam heeft een plaats in de canon van de Mis, tussen die van de Heilige Agatha en de Heilige Agnes — teken van de hoogste eer die de Kerk een martelares kan bewijzen.
Het reliekschrijn van de Heilige Lucia in Syracuse.
Het zilveren reliekschrijn van Sint Lucia wordt op 13 december door de
straten van Syracuse gedragen. Het levensgrote, zware beeld met haar relieken
gaat urenlang door volle straten, voortgedragen door gelovigen. Zoals we dat
ook elders zien in Zuid-Europa is deze processie een gepassioneerde, bijna
fysieke geloofsbelijdenis: met grote inspanning van lijf en leden en zonder
terughoudendheid. Prachtig.