Hemelvaart des Heren

Hoogfeest van de Hemelvaart van Onze Heer Jezus Christus

DE HELE KERK richt vandaag de ogen ten hemel. Christus is van ons heengegaan. Wij vernemen echter de boodschap van de engelen: Zoals gij Hem ten hemel hebt zien opstijgen, zo zal Hij wederkomen. Met aandachtige eenvoud wordt ons het verhaal van Christus’ Hemelvaart verteld in de Handelingen der Apostelen, zowel als in het Marcus-Evangelie. Na lezing van het Evangelie wordt de Paaskaars gedoofd, als symbool van Christus’ afscheid van deze aarde.

Juichen wij met de woorden van de psalmist: God steeg op onder gejubel en de Heer onder bazuingeschal, alleluja. Heffen wij een loflied aan ter ere van de Heer, die opstijgt naar de hemel der hemelen, alleluja.

Dom Guéranger verhaalt dat, volgens de overlevering die van de vroegste tijden van het christendom is overgeleverd, de Hemelvaart plaatsvond op het middaguur: hetzelfde uur waarop Christus, aan het kruis genageld, was opgeheven. Nadat Hij zijn heilige Moeder met kinderlijke liefde had aangezien, en daarna de kleine schare die rondom Hem stond met tedere afscheidsblik had begroet, hief Jezus zijn handen op en zegende hen allen. Terwijl Hij hen zegende, werd Hij van de aarde verheven en steeg Hij op ten hemel. Hun ogen volgden Hem, totdat een wolk Hem aan hun gezicht onttrok.

Eniggeboren Zoon van God, Gij hebt de dood overwonnen en zijt van de aarde naar de hemel overgegaan. Als Mensenzoon zijt Gij in grote heerlijkheid gezeten op uw troon, terwijl heel het engelenleger U lof brengt.

Verleen ons, nu wij met jubelende geloofsdevotie uw Hemelvaart tot de Vader vieren, dat wij niet door de banden der zonden gekluisterd worden aan de liefde van deze wereld; maar dat het verlangen van onze harten zonder ophouden gericht zij op de hemel, waarheen Gij na uw roemrijk lijden in heerlijkheid zijt opgevaren. Amen.

Hemelvaart van Onze Heer
Ascendit super caelos et volavit super pennas ventorum.
Hij steeg op boven de hemelen en vloog op de vleugelen der winden.

Dominus Iesus, postquam locutus est, assumptus est in caelum.
De Heer Jezus werd, nadat Hij gesproken had, opgenomen ten hemel.

Uit een preek van de heilige paus Leo de Grote over de Hemelvaart des Heren

Geliefden, na de zalige en glorierijke verrijzenis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de ware godheid van Hem die gekruisigd en verrezen was bevestigd werd, heeft Hij gedurende veertig dagen met zijn leerlingen verkeerd en door vele bewijzen getoond dat Hij waarlijk leefde. Hij sprak met hen over het Koninkrijk Gods en versterkte hun geloof, opdat zij niet zouden menen dat hetgeen zij in Hem zagen slechts een geestverschijning was, maar werkelijk hetzelfde lichaam dat geboren, geleden en verrezen was.

Daarna werd Hij voor hun ogen verheven boven alle hemelen, om deel te hebben aan de heerlijkheid van de Vader. En wat tot dan toe zichtbaar was geweest in onze Verlosser, ging over in de sacramenten der Kerk. Het geloof werd daardoor edeler en sterker; want voortaan werd de Zoon Gods niet meer met lichamelijke ogen aanschouwd, maar door het geloof omhelsd.

Opdat dit geloof vast en standvastig zou zijn, werd het zichtbare aanschouwen weggenomen en werd een groter onderricht gegeven. Want de menselijke natuur is in Christus boven de waardigheid van alle hemelse schepselen verheven: zij is opgevaren boven de engelenkoren, verheven boven de aartsengelen en boven alle machten der hemelgeesten. Zij heeft haar plaats gevonden aan de rechterhand van de eeuwige Vader.

Want de Hemelvaart van Christus is onze verheffing; en daarheen waar de heerlijkheid van het Hoofd is voorgegaan, wordt ook het lichaam geroepen in hoop. Laat ons dus, geliefden, jubelen met waardige vreugde en ons verheugen met heilige dankzegging. Want heden zijn wij niet slechts bevestigd als bezitters van het paradijs, maar in Christus zelfs doorgedrongen tot in de hoogste hemelen. Door de onuitsprekelijke genade van Christus hebben wij meer ontvangen dan wij verloren hadden door de afgunst van de duivel. Want hen die de boosaardige vijand uit hun eerste woonplaats verdreven had, heeft de Zoon Gods ingelijfd bij Zichzelf en geplaatst aan de rechterhand van de Vader, met wie Hij leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Viri Galilaei

De H. Mis van Hemelvaart opent met de woorden van de engelen tot de apostelen, nadat Christus voor hun ogen was opgenomen in de hemel: Viri Galilaei, quid admiramini aspicientes in caelum? Mannen van Galilea, wat staat gij verwonderd naar de hemel te staren?

Hemelvaart van Onze Heer
Viri Galilaei, quid admiramini aspicientes in caelum?
Mannen van Galilea, wat staat gij verwonderd naar de hemel te staren?

In deze woorden ligt de overgang van aanschouwen naar geloven. De apostelen zien hun Heer niet langer met lichamelijke ogen, maar zij worden niet verlaten. Hij is opgevaren, zoals Hij gezegd had; en Hij zal wederkomen, zoals de engelen verkondigen. Daarom is de introïtus van Hemelvaart tegelijk verheven en ernstig: de blik wordt naar de hemel gericht, maar de apostelen worden ook teruggezonden naar de zending van de Kerk.

Giovanni Pierluigi da Palestrina heeft deze tekst getoonzet in het motet Viri Galilaei. De muziek draagt de woorden in heldere, plechtige verheffing. De stemmen stijgen en antwoorden elkaar, alsof zij de blik van de apostelen volgen: omhoog naar de hemel, en tegelijk naar de belofte dat dezelfde Christus zal wederkomen.

Viri Galilaei, quid admiramini aspicientes in caelum?
Hic Iesus, qui assumptus est a vobis in caelum, sic veniet, quemadmodum vidistis eum euntem in caelum.

Mannen van Galilea, wat staat gij verwonderd naar de hemel te staren?
Deze Jezus, die van u is opgenomen ten hemel, zal wederkomen zoals gij Hem hebt zien opvaren naar de hemel.