Maand gewijd aan de H. Jozef
22 maart

Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph

Maar Jozef stond op, nam het Kind en Zijn Moeder en kwam in het land Israël. (Matteüs 2:21)

Hier is een nieuw bewijs van Jozefs gehoorzaamheid. De Engel heeft gesproken en Jozef gehoorzaamt onmiddellijk met een bereidwilligheid zonder aarzeling. Elk woord van het Evangelie beantwoordt aan een deel van de boodschap van de Engel. Zoals bij het vertrek zo ook bij de terugkeer is er een volmaakte overeenstemming tussen het handelen van Jozef en het bevel van de hemel.

Sta op. Jozef staat op. Neem het Kind en Zijn Moeder. Hij neemt het Kind en Zijn Moeder. Ga naar het land Israël. En hij gaat naar het land Israël. Dit feit wordt in weinig woorden vermeld maar de reis uit Egypte was vol moeite en ontbering. Indien de vlucht naar Egypte met pijn en vermoeienis gepaard ging moet de terugkeer niet minder zwaar zijn geweest.

Of de Heilige Familie drie of zoals sommigen zeggen zeven jaren in Egypte verbleef zo lange tocht moet voor een kind dat nog jong was bijzonder zwaar zijn geweest. Hij was te zwak om lange tijd te gaan en te zwaar om voortdurend gedragen te worden. Laat ons Jozef volgen op deze moeizame weg. Zijn toewijding is onuitputtelijk en zijn geduld en kalmte blijven onverstoorbaar. Hij denkt niet aan zichzelf maar alleen aan de Moeder en het Kind. Hij neemt het Kind en Zijn Moeder. De weg was lang en scheen eindeloos maar eindelijk komt hij tot zijn einde en hij komt in het land Israël.

Indien Jozef de beschermer en patroon is van hen die in moeilijkheden verkeren dan is hij ook hun voorbeeld. Hij heeft allerlei beproevingen ondervonden en weet hoe hij medelijden moet hebben. Laat ons tot hem onze toevlucht nemen wanneer wij hinderpalen ontmoeten of moeilijkheden die onoverkomelijk lijken. De Kerk zelf nodigt ons uit in zulke omstandigheden tot de heilige Patriarch te vluchten. Volgen wij zijn voorbeeld dan zullen wij volharden en ons doel bereiken. Wanneer alles onmogelijk schijnt doe wat gij kunt en God zal de rest volbrengen.

De kapel van de Kleine Zusters der Armen

Twee reizigers uit Parijs, man en vrouw, kwamen aan bij het noviciaat van de Kleine Zusters der Armen te La Tour. Zij werden diep getroffen door de hartelijke ontvangst die zij ontvingen en door de armoede die in het huis heerste. Vooral de kapel trof hen. Zij was te klein om de novicen te bevatten maar zij bevatte een klein beeld van de heilige Jozef tot wie de zusters hun toevlucht namen voor de middelen om een geschikter gebouw op te richten.

De reizigers hadden zojuist hun gebeden verricht bij het heiligdom van de heilige toen een van hen zei dat hem tijdens het knielen een gedachte was ingevallen. De ander antwoordde dat hetzelfde bij hem was opgekomen. Zij zeiden dat zij rijk waren maar geen kinderen hadden en vroegen zich af of zij op die plaats geen kapel ter ere van de heilige Jozef zouden bouwen. Het besluit werd uitgevoerd en nog heden bezitten de Kleine Zusters van La Tour dankzij de vrijgevigheid van deze weldoeners een mooie kerk.