Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph
En Zijn ouders gingen alle jaren naar Jeruzalem op de plechtige dag van het Pascha. (Luc. 2, 41)
De Heilige Geest schept er behagen in de aangenomen vaderlijke waardigheid van de heilige Jozef in herinnering te brengen: Et ibant parentes ejus, Zijn ouders. De heilige patriarch wordt in dezelfde rang geplaatst als de allerheiligste Maagd, en dit omdat de gevoelens van Jozef jegens Jezus de gevoelens van een vader waren, en die van Jezus jegens Jozef de liefde van een zoon.
Hoe bewonderenswaardig is de eenvoud van het heilig Huisgezin. Uiterlijk was er niets opmerkelijks aan te onderscheiden. Jezus, Maria en Jozef vervulden slechts de gewone plichten van hun staat. Zij deden eenvoudig wat alle gelovige onderhouders van de wet doen, niets meer en niets minder. In niets waren zij te onderscheiden van gewone mensen. Zij bleven noch beneden, noch gingen zij boven de vervulling van hun plicht uit.
Hoe anders is vaak onze houding. Wij dromen van een verheven volmaaktheid, vermenigvuldigen onze godsvruchtige oefeningen, maar verwaarlozen de wezenlijke plichten van de godsdienst en de eerste verplichtingen van het christelijk leven. Wij streven naar buitengewone dingen en laten de geboden na. Laat ons wantrouwen tegen iedere ingeving die ons tot iets uitzonderlijks zou willen drijven, terwijl het ons ontbreekt aan de moed die nodig is om trouw de gewone plichten van het dagelijks leven te vervullen. Laat ons daarom allereerst getrouw beantwoorden aan de eisen van de gewone wet: Ibant per singulos annos. Indien God ons tot een bijzondere taak heeft bestemd, zal Hij die openbaren op Zijn eigen tijd. Laat ons dus geen gelegenheden tot offer zoeken; God zal die vragen wanneer het Hem behaagt, en Hij zal maken dat zij strekken tot Zijn glorie en tot ons heil.
Vervul eerst de gewone plichten van het leven.
Bekering door de heilige Jozef
Een christelijke vrouw had een dochter wier gedrag waarlijk beklagenswaardig was. De arme moeder betrad de kerk nooit zonder zich neer te werpen voor een beeld van de heilige Jozef en onder tranen de bekering van haar kind af te smeken. Eindelijk kwam haar de gedachte in om een afbeelding van de heilige Jozef in de kamer van haar dochter te plaatsen. Zij maakte van diens afwezigheid gebruik en ging terstond naar haar vertrek. Op de tafel lag een boek. Maar wat voor een boek! Ach, heilige Jozef, vergeef mij dat ik Uw afbeelding hier neerzet, maar de nood dwingt mij.
Toen het jonge meisje thuiskwam, nam zij het boek op om te lezen. Waarom, wat is dit? Een prent! Zij keek er opnieuw naar, draaide haar om en begon werktuiglijk een in verzen gesteld gebed te lezen dat op de keerzijde gedrukt stond. Toen barstte zij in tranen uit, wierp haar slechte boek in het vuur en bekeerde zich.