Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph
Vierde meditatie
Jozef, haar man, die rechtvaardig was en haar niet in opspraak wilde brengen, besloot haar in stilte te verlaten. (Mattheüs 1, 19)
De Heilige Geest noemt Jozef een rechtvaardig man, en tegelijk wordt gezegd dat hij Maria niet wilde aanklagen. Hieruit volgt dat de heilige aartsvader overtuigd moet zijn geweest van de volmaakte onschuld van zijn engelachtige bruid. Ware dit niet zo geweest, dan zou zijn voornemen in strijd zijn geweest met de wet en dus ook met de rechtvaardigheid.
Waarom overweegt Jozef dan toch de scheiding. Ongetwijfeld omdat hij zich onwaardig achtte te blijven bij haar in wie zulke goddelijke mysteries werden voltrokken. Welke innerlijke strijd moet hij hebben doorgemaakt om de gehoorzaamheid aan de wet te verzoenen met de eerbied die hij verschuldigd was aan de deugd van Maria. Bewonder de wijsheid van deze rechtvaardige man, die in het zich terugtrekken een weg tot verzoening vindt.
Hoe sterk het uiterlijke bewijs ook tegen onze naaste schijnt te spreken, laten wij ons hoeden hem te oordelen. Bedenk welk berouw het de heilige Jozef zou hebben gekost indien hij zich naar de schijn had laten leiden.
Wilt gij uzelf en uw broeders veel en vaak onherstelbaar verdriet besparen, oordeel uw naaste niet. Spreek niet en handel niet tegen zijn belangen, tenzij in geval van openbaarheid, zekerheid of strikte noodzaak.
Sint Jozef en de twee professoren
Toen pater Lallemand rector was van het college te Bourges en het feest van de heilige Jozef naderde, ontbood hij twee jonge professoren. Hij beloofde hun de genade te verkrijgen die zij verlangden, mits zij hun leerlingen zouden aansporen tot een bijzondere devotie tot Sint Jozef.
Beiden stemden gaarne toe. Hun ijver droeg rijke vrucht, zodat op de feestdag al hun leerlingen de heilige Communie ontvingen.
Nog diezelfde dag begaven de twee professoren zich tot de rector en noemden ieder afzonderlijk de genade die hij verlangde. De eerste, de vermaarde pater Nouet, vroeg de genade om waardig te mogen spreken en schrijven over onze goddelijke Heiland. Welke gunst de andere verzocht, weten wij niet, slechts dit is ons bekend dat zij werd verkregen.
Wat pater Nouet betreft, reeds de volgende dag kwam hij terug bij de rector en verklaarde dat hij van gedachten was veranderd. Bij nader inzien meende hij een genade te moeten vragen die noodzakelijker was voor zijn eigen volmaaktheid.
De rector antwoordde hem echter dat het nu te laat was, Sint Jozef had de eerstgevraagde gunst reeds verleend.