Maand gewijd aan de heilige Jozef
7 maart

Maria zal een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk redden van hun zonden. (Mattheüs 1, 21)

Nu begrijpt Jozef de hoge eer waartoe zijn vereniging met Maria hem verheft. Hij is gekozen tot vader van Maria’s Zoon, de Zoon van God, en het zal zijn eer zijn aan het goddelijk Kind de bewonderenswaardige naam van Jezus te geven, een naam die in zichzelf alles aanduidt wat Hij is en alles wat Hij zal zijn.

Laat ons niet langer klagen over het zwijgen van Jozef. Wij kennen slechts één woord dat van zijn lippen is gekomen; maar door dit ene woord heeft Jozef meer geopenbaard dan alle profeten van het Oude Testament en evenveel als de apostelen en de leraren van het Nieuwe: want Jozef heeft de naam van Jezus uitgesproken.

De profeten hebben voorzegd wat de Messias zou doen en zeggen, maar geen van hen heeft zijn naam geopenbaard. Deze naam zelf onthult alles wat Jezus is en alles wat Hij zal zijn. De apostelen kunnen ons niets groters verkondigen dan dit: wanneer zij de wereld doortrekken, dan is het om de naam van Jezus te verkondigen.

Wanneer zij wonderen verrichten, is het in de naam van Jezus; wanneer zij lijden, wanneer zij sterven, is het om de naam van Jezus. De leraren spreken en schrijven om het geloof te verklaren, te verbreiden en te verdedigen in de naam van Jezus. En de heilige Bernardus roept, evenals de heilige Paulus, dat hij niets anders weet dan één ding: Jezus.

Laat er voor ons weinig woorden zijn en weinig gedachten. Eén is genoeg. Met Jozef zoeken wij slechts Jezus, denken wij slechts aan Jezus, spreken wij slechts van Jezus, dienen wij slechts Jezus en handelen wij slechts voor Jezus; en dan zullen wij nooit van Jezus gescheiden worden.

Roep onophoudelijk de heilige Naam van Jezus aan.

De drie grote Namen

Pater Gaspard Bon begon en eindigde al zijn vragen en al zijn antwoorden door de heilige namen van Jezus, Maria en Jozef aan te roepen. Met deze heilige namen op de lippen is hij gestorven; namen die op zichzelf reeds een onderpand van zaligheid zijn.