O Adonai

Op 18 december richt de Kerk haar smeekbede tot Christus als Adonai, de Heer en Aanvoerder van Israël. In deze O-antifoon wordt Hij aangeroepen als Degene die zich aan Mozes openbaarde in het brandende braambos en op de Sinaï de Wet gaf, en die nu wordt gesmeekt om met machtige arm te komen verlossen.

O Adonai,
et Dux domus Israël,
qui Moysi in igne flammae rubi apparuisti,
et ei in Sina legem dedisti:
veni ad redimendum nos in brachio extento.

O Adonai, aanvoerder van het huis van Israël,
Gij zijt aan Mozes verschenen in de vlammen van het brandende braambos
en hebt hem op de Sinaï de Wet gegeven:
kom en strek Uw arm uit om ons te redden.

Schrift

De titel Adonai is de eerbiedige naam waarmee Israël de onuitsprekelijke Naam van God aanduidt (Exodus 3,14–15). De verschijning van de Heer in het brandende braambos, waar Hij Mozes roept en zendt, wordt beschreven in het boek Exodus (Exodus 3,1–12). De gave van de Wet op de Sinaï, teken van Gods verbond en heerschappij, vormt het hart van Israëls roeping (Exodus 19,3–6; 20,1–17). De uitdrukking “met uitgestrekte arm” herinnert aan de machtige verlossing uit de slavernij van Egypte (Deuteronomium 4,34; 5,15). In het licht van het Evangelie herkent de Kerk in deze Heer Christus zelf, die niet slechts de Wet verkondigt, maar haar vervult en door het kruis de ware bevrijding schenkt.

→ Over de Grote O-antifonen
← Terug