
Boven de aardse stad verschijnen Maria en het Kind in heerlijkheid,
omgeven door engelen.
Zo verbeeldt het beeld de spanning van de Advent:
Christus wordt aangeroepen terwijl Zijn komst nog wordt verwacht.
De zeven titels
O Sapientia (Isaias 11, 2–3; Sapientia 8, 1)
O Adonai (Isaias 33, 22; Exodus 3, 2; Exodus 19, 1–20, 26)
O Radix Jesse (Isaias 11, 1.10)
O Clavis David (Isaias 22, 22)
O Oriens (Isaias 9, 1; Maleachi 3, 20)
O Rex Gentium (Isaias 9, 6; Isaias 28, 16)
O Emmanuel (Isaias 7, 14; Isaias 8, 8)
Wie de beginletters van deze titels achterwaarts leest — Emmanuel, Rex, Oriens, Clavis, Radix, Adonai, Sapientia, leest de woorden ero cras: morgen zal Ik er zijn.
Veni, Veni Emmanuel
Het gezang Veni, Veni Emmanuel is gebaseerd op de
O-antifonen. De afzonderlijke aanroepingen die in de Vespers elk op hun
eigen dag klinken, zijn hierin samengebracht tot één meerstrofisch lied.
Daardoor heeft deze tekst een vaste plaats gekregen in de Advent en wordt
zij traditioneel gezongen aan het einde van de Heilige Mis.