O Radix Jesse

Op 19 december roept de Kerk Christus aan als Radix Jesse, de Wortel van Jesse, uit wie de Messias voortkomt. Hij is het teken dat voor de volken wordt opgericht, bij Wie de koningen verstommen en tot Wie de naties hun toevlucht nemen.

De Jesseboom: Christus en zijn voorouders, uit een twaalfde-eeuws antifonarium.
Initiaal A met de Jesseboom, uit een twaalfde-eeuws antifonarium (Duitsland, Maasvallei, ca. 1115–1125). Uit Jesse ontspruit de stam die uitgroeit tot koning David en zijn nakomelingen, uitmondend in Christus. De profeet Isaias, die de komst van de Messias voorzag, staat aan de oorsprong van deze beeldtraditie, die in de Advent de vervulling van Gods beloften bezingt.

O Radix Jesse,
qui stas in signum populorum,
super quem continebunt reges os suum,
quem gentes deprecabuntur:
veni ad liberandum nos, jam noli tardare.

O Wortel van Jesse,
Gij staat daar voor de volken als een standaard;
voor U zullen de koningen verstommen,
de volken zullen tot U bidden:
kom om ons te bevrijden, wil niet talmen.

Schrift

De aanroeping van de Wortel van Jesse is ontleend aan de profetie van Isaias, die spreekt over een telg die ontspruit uit de afgehouwen stam van Jesse, de vader van koning David (Isaias 11,1–10). Dat deze Messias als een teken voor de volken wordt opgericht en door de naties wordt gezocht, wordt eveneens door Isaias voorzegd (Isaias 11,10). De belofte dat de koningen zullen verstommen vindt haar weerklank in de psalmen (Psalm 71(72),10–11). De Kerk herkent in deze Wortel Christus zelf, voortgekomen uit het huis van David naar het vlees, maar gesteld tot Heer van alle volken.

→ Over de Grote O-antifonen
← Terug