Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.
HOOFDSTUK III
Jezus Christus, door de profeten aangekondigd als ware Koning van onze harten
In de eeuwige raadsbesluiten was geschreven dat Jezus Christus in de wereld zou komen, bekleed met koninklijke waardigheid. Dit vinden wij opgetekend in de bladzijden van het Oude Testament.
Laat ons Jesaja openslaan, waar de profeet ons uitnodigt Sion te aanschouwen — dat wil zeggen de Kerk van het Nieuwe Verbond, de woning van overvloed: Aanschouw Sion, de stad van onze feestelijkheid … een rijke woonstede. (Jes. 33, 20)
Maar wie zal de rechter zijn van deze vermaarde stad? Wie is haar wetgever? Wie zal haar koning zijn, zo niet Jezus Christus Zelf? Want de Heer is onze rechter, de Heer is onze wetgever, de Heer is onze koning: Hij zal ons redden. (Jes. 33, 22)
Daarom zal onze Zaligmaker, dat is Jezus Christus, Zelf de Rechter, de Heiland, de Koning en Heer van de Kerk van het Nieuwe Verbond zijn.
Van Jesaja gaan wij over naar de koninklijke psalmist, die uitdrukkelijk zegt dat Jezus Christus zal heersen van zee tot zee en van de rivier tot aan de einden der aarde. (Ps. 71, 8)
Maar opdat wij ons niet zouden vergissen omtrent de aard van deze toekomstige Koning der wereld, opdat wij ons niet, zoals de aardsgezinde Joden, een veroveraar zouden voorstellen, gehuld in wapenrusting onder zijn soldaten, in een rijke strijdwagen voortgetrokken door slaven, in plaats van een zachte en beminnelijke koning — schildert de profeet Zacharias Hem omgeven met de tekenen van armoede en nederigheid, en als niet schroomvallig om Zijn intocht in het trotse Jeruzalem te maken, gezeten op het nederigste der dieren: Verheug u zeer, dochter van Sion; juich van blijdschap, dochter van Jeruzalem: zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig en een Heiland; Hij is arm en rijdt op een ezel, en op een veulen, het jong van een ezelin. (Zach. 9, 9)
Laten wij goed acht slaan op wat de profetieën ons zeggen over de toekomstige Verlosser, opdat wij Zijn gedaante leren kennen in al haar zoete en tedere majesteit. Want niet alleen de Joden hebben zich vergist omtrent de koninklijke waardigheid van de Messias. Ook onder de christenen zijn er niet weinigen die Hem als hun Koning willen hebben naar hun grove en aardse denkbeelden.
Indien Hij Koning is, zo zeggen zij, laat Hem dan heersen door liefde of door geweld, door zoetheid of door schrik; laat Hij Zijn vijanden neerwerpen en, indien nodig, vernietigen. Indien Hij dit niet doet, waar is dan Zijn koninklijke waardigheid? Waar is Zijn macht?
Om beter te begrijpen wat volgens Gods raadsbesluit de aard van de heerschappij van Jezus Christus moest zijn, is het nuttig opnieuw een beroep te doen op het getuigenis van Jesaja, die onder de profeten van oudsher het duidelijkst het beeld van het vleesgeworden Woord tekent. Wat zegt deze ziener der vertroosting, wiens woorden eerder die van een evangelist of apostel schijnen dan van een verreziende profeet?
Jesaja, zoon van Amos, sprekende uitdrukkelijk over Jezus Christus onze Heer, zegt dat Hij, komende in deze wereld, zal zitten op de troon van David en het koninkrijk van David als Zijn erfdeel zal ontvangen, het bevestigend in oordeel en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid: Hij zal zitten op de troon van David en over zijn rijk, om het te vestigen en te versterken door recht en gerechtigheid, van nu af en voor altijd. (Jes. 9, 7)
Maar om te tonen dat dit koninkrijk geestelijk en niet tijdelijk is, somt de profeet met grote nauwkeurigheid de bijzondere titels op van deze Koning der liefde: En Zijn naam zal genoemd worden: Wonderbaar, Raadgever, Sterke God, Vader der toekomende eeuw, Vredevorst. (Jes. 9, 6)
Waarlijk, Jezus is de Wonderbare bij uitnemendheid: wonderbaar in Zijn verborgen ontvangenis; wonderbaar in Zijn geboorte uit een Maagd, zo nederig als zij edel en verheven is; wonderbaar in Zijn leven van heiligheid en liefde; wonderbaar in Zijn leer en in Zijn wonderen; wonderbaar in Zijn lijden en sterven; wonderbaar in Zijn glorierijke verrijzenis.
Hij is wonderbaar niet alleen in Zichzelf, maar ook in Zijn heiligen, in wie Hij werkt, door Zijn raad, Zijn ingeving en Zijn genade, grote en bewonderenswaardige daden. Hij wordt de ware God genoemd, omdat Hij de Zoon des Vaders is en één in wezen met Hem; daarom brengen alle engelen Hem aanbidding, zelfs wanneer zij Hem vernederd en veracht zien.
Maar de Wonderbare, deze God-Mens, hoewel zacht en nederig als een lam, is niettemin een groot held. Hij toont Zijn kracht niet door Zijn vijanden te doden of grote aardse overwinningen te behalen, maar door arbeid, tegenspraak en smarten te ondergaan, ja zelfs de dood van het kruis.
Hij is machtig om het rijk van Zijn machtigste vijand, de duivel, te vernietigen door middelen die naar het uiterlijk nederig en zwak schijnen. Hij is de Vader van een geslacht van mensen die in Hem nieuwe schepselen worden, wedergeboren uit het woord der waarheid (Jak. 1, 18).
Zijn bijzondere zending is het brengen van vrede in de wereld, die vrede Gods, die alle verstand te boven gaat (Fil. 4, 7), welke vrede moet heersen in de harten van al Zijn ware kinderen.
Wij mogen, in de beknopte beschrijving van de toekomstige Messias die de profeet Jesaja geeft, het beminnelijk beeld aanschouwen van onze allerzoetste Heer Jezus Christus, zoals wij het zien voorgesteld in het beeld van het Heilig Hart, dat de heilige Margaretha Maria Alacoque over de gehele wereld heeft doen verspreiden volgens de openbaring die haar werd geschonken.
Wel mogen wij, wanneer wij dit beeld aanschouwen, overwegen die heerlijke eigenschappen die de profeet Jesaja aan onze gezegende Zaligmaker toekent. Deze beschouwing zal ons helpen te verstaan hoe die heerlijke profetieën vervuld werden, en hoe Jezus Christus, deze wereld binnentredend, Zijn intrede deed als Koning — Koning van onze harten.
Deze meditatie is ontleend aan Jésus-Christ, Roi de nos cœurs, een klassiek geestelijk werk uit het begin van de twintigste eeuw, waarin de verering van het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus wordt belicht in samenhang met Zijn koningschap over de harten, de Kerk en de wereld.
De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn werk werd goedgekeurd en aanbevolen door paus Benedictus XV en kenmerkt zich door een sobere, kerkelijke toon en een sterke verankering in Schrift en Traditie.