Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.
HOOFDSTUK VIII
Jezus Christus wordt door Pilatus uitgeroepen tot Koning der Joden
Jezus Christus heeft Zichzelf aan de dood overgeleverd om getuigenis af te leggen van de waarheid, niet alleen van Zijn godheid maar ook van Zijn koninklijke macht over het gehele menselijk geslacht. Daarom legden de Joden, toen zij Hem bij Pilatus aanklaagden, vooral nadruk op deze aanspraak van koninklijke waardigheid, omdat zij meenden dat juist dit punt de aandacht van de landvoogd zou trekken. Wij moeten dan ook aandachtig het verloop volgen van het laatste gedeelte van het lijden van Onze Heer, om te zien hoe juist deze aanspraak, die Hij voor Zichzelf had bevestigd, uiteindelijk de beslissende aanleiding werd tot Zijn veroordeling. Toen Pilatus de Zaligmaker uit de handen der Joden wilde bevrijden, stelde hij het volk een keuze voor tussen Jezus en Barabbas en sprak: Gij hebt de gewoonte dat ik u met Pasen iemand loslaat, wilt gij dan dat ik u de Koning der Joden loslaat.1 Maar zij riepen opnieuw: Niet deze maar Barabbas.2 Zo werd Hij die de ware Koning was verworpen en verkoos het volk een misdadiger boven zijn Verlosser. Nadat Pilatus had ingezien dat hij niets kon uitrichten liet hij Jezus geselen, de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd, zij bekleedden Hem met een purperen mantel en zij traden tot Hem en zeiden: Wees gegroet Koning der Joden.3 Zo werd Zijn koninklijke waardigheid bespot, maar juist onder deze tekenen van vernedering openbaarde zich de waarheid van Zijn heerschappij.
Pilatus bracht Jezus opnieuw naar buiten en sprak tot het volk dat hij geen schuld in Hem vond, en Jezus verscheen dragende de doornenkroon en het purperen kleed, waarna Pilatus zei: Ziet de mens.4 Maar de overpriesters riepen: Kruisig Hem.5 Pilatus sprak opnieuw: Zal ik uw Koning kruisigen. en zij antwoordden: Wij hebben geen koning dan Caesar.6 In deze woorden verloochenden zij niet alleen Christus maar ook de hoop van Israël en de beloften van God. Toen Pilatus tenslotte toegaf wees hij Jezus aan en sprak nog eenmaal plechtig: Ziet uw Koning.7 Zo werd door de mond van een heidense landvoogd de koninklijke waardigheid van Christus openbaar verkondigd. Terwijl Zijn vijanden Hem bespotten en verwerpen wordt Hij juist dan als Koning voorgesteld aan het volk, Hij draagt een kroon al is zij van doornen, Hij heeft een purperen mantel al is zij tot spot gegeven, Hij staat voor Zijn onderdanen niet om geëerd maar om verworpen te worden, en toch is juist in deze vernedering de glorie van Zijn koningschap zichtbaar, want Hij regeert niet door macht maar door liefde en offer. Daarom moeten ook wij Christus erkennen als de ware Koning van onze harten, Hij heeft Zijn koninklijke waardigheid bevestigd door Zijn lijden en dood en verlangt dat wij ons vrijwillig aan Zijn heerschappij onderwerpen, laat ons Hem hulde brengen niet alleen met woorden maar door ons leven, door gehoorzaamheid aan Zijn wet en door liefde tot Zijn heilig Hart.
1 Joh. 18, 39.
2 Joh. 18, 40.
3 Joh.. 19, 2-3.
4 Joh. 19, 4-5.
5 Joh.. 19, 6.
6 Joh. 19, 15.
7 Joh. 19, 14.
Deze meditatie is ontleend aan Jesus Christ the King of Our Hearts, de Engelse uitgave van Lepiciers werk over het koningschap van Onze Heer Jezus Christus over de harten, de Kerk en de wereld.
De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn geestelijke geschriften ademen een klassieke katholieke geest en verbinden Schrift, dogma en devotie op sobere en verheven wijze.
Katholieke Klassieken