1 mei — Heilige Jozef, Arbeider
De Kerk stelt op deze dag de heilige Jozef voor als voorbeeld voor allen die arbeiden. In de werkplaats van Nazareth heeft hij, door het werk van zijn handen, het Heilig Huisgezin onderhouden en het dagelijks leven geheiligd. In vereniging met Jezus heeft hij de arbeid gedragen in stilte, gehoorzaamheid en trouw. Zo leert hij dat het werk, verricht naar Gods wil, niet alleen dient tot onderhoud, maar ook tot heiliging van de mens. Daarom wordt hij aangeroepen als beschermer en leidsman van allen die werken.

De heilige Jozef in de liturgie: 19 maart en 1 mei
De Kerk eert de heilige Jozef allereerst op 19 maart, zijn eigen en voornaamste feestdag: Bruidegom van de allerheiligste Maagd Maria, voedstervader van Onze Heer Jezus Christus en Patroon van de universele Kerk. Deze viering behoort tot de vaste en overgeleverde orde van de Romeinse liturgie. De waardigheid van Jozef wordt hier bepaald door zijn plaats in het heilsgeheim zelf: hij is door God aangesteld als beschermer van de Maagd en het Kind, als hoofd van het Heilig Huisgezin en als stille dienaar van de Menswording.
De liturgie van deze dag richt zich daarom niet op een enkel aspect van zijn leven, maar op zijn gehele roeping. Zij toont hem zoals de Kerk hem van oudsher heeft gezien: rechtvaardig, gehoorzaam, verborgen, maar verheven door zijn unieke nabijheid tot Christus. Vandaar ook zijn titel als Patroon van de Kerk, die uit deze bovennatuurlijke betrekking voortvloeit.
Op 1 mei stond daarentegen in de traditionele Romeinse kalender het feest van de heilige Apostelen Philippus en Jacobus. Deze dag had een vaste plaats en werd als apostelfeest gevierd binnen de organisch gegroeide orde van het kerkelijk jaar.
In 1955 heeft paus Pius XII bepaald dat deze datum voortaan gewijd zou zijn aan de heilige Jozef onder de titel Jozef de Arbeider. In zijn toespraak verklaarde hij dat de eerste mei, reeds verbonden met de viering van de arbeid, voortaan als feest van de heilige Jozef door de katholieke arbeiders zou worden gevierd. De bedoeling was de arbeid onder de bescherming van de heilige te plaatsen en zo een katholieke duiding te geven aan een dag die in de moderne wereld een uitgesproken sociaal karakter had gekregen.
Wanneer men deze invoering nuchter beziet, valt een duidelijk onderscheid op. Het feest van 19 maart is uit de traditie zelf voortgekomen en geworteld in de mysteries van het geloof. Het nieuwe feest van 1 mei daarentegen is van recente datum en ingevoerd met een bepaald oogmerk, namelijk een antwoord te bieden op een bestaande maatschappelijke ontwikkeling.
Daarbij wordt op 1 mei de aandacht toegespitst op één enkel aspect van het leven van de heilige, namelijk zijn arbeid. Hoewel dit op zichzelf waar en passend is, blijft het een afgeleide eigenschap. De eigenlijke grootheid van de heilige Jozef ligt niet in zijn ambacht, maar in zijn goddelijke roeping en zijn plaats binnen het mysterie van de Menswording.
Ook de keuze van de datum is niet zonder betekenis. De eerste mei had reeds een uitgesproken wereldlijk karakter. De poging om deze dag te hernemen en te vullen met een christelijke inhoud is begrijpelijk, maar brengt een zekere spanning met zich mee. De liturgie volgt immers van oudsher een eigen orde, die niet uitgaat van maatschappelijke indelingen, maar van het kerkelijk jaar en de heilsfeiten.
Ten slotte blijkt in de praktijk dat dit nieuwe feest niet dezelfde plaats heeft ingenomen als de oudere viering van 19 maart. Waar die laatste diep verankerd is in de devotie en de liturgie, blijft 1 mei eerder een toevoeging die minder vanzelfsprekend wordt beleefd. Het accent op de arbeider kan bovendien het gevaar meebrengen dat de figuur van de heilige wordt benaderd vanuit een categorie die eerder tot de moderne wereld behoort dan tot de traditionele uitdrukking van het geloof.
De feesten van de heilige Jozef in de kalender
Het voornaamste feest van de heilige Jozef is 19 maart. Op deze dag eert de Kerk hem als bruidegom van de allerheiligste Maagd Maria, voedstervader van Onze Heer Jezus Christus en patroon van de universele Kerk.
In de negentiende eeuw werd daarnaast een afzonderlijk feest ingesteld ter ere van de heilige Jozef als Patroon van de universele Kerk. Daarmee werd uitdrukkelijk beleden dat zijn bescherming, eens uitgeoefend over het Heilig Huisgezin, zich ook uitstrekt over de Kerk.
In 1955 werd deze kalenderordening gewijzigd. Het afzonderlijke feest van Jozef als patroon van de Kerk verdween, en op 1 mei werd het feest van Jozef de Arbeider ingevoerd.