Vierde zondag na Pasen

Evangelie van de zondag (Johannes 16, 5–14)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: Ik ga heen naar Hem die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik u dit heb gezegd, heeft droefheid uw hart vervuld. Toch zeg Ik u de waarheid het is goed voor u dat Ik heenga. Want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen, maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen wat betreft zonde en gerechtigheid en oordeel. Wat betreft zonde omdat zij niet in Mij geloofd hebben, wat betreft gerechtigheid omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet meer zult zien, wat betreft oordeel omdat de vorst van deze wereld reeds geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de volle waarheid leren. Want Hij zal niet spreken uit Zichzelf, maar Hij zal spreken al wat Hij hoort, en Hij zal u de komende dingen verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want van het mijne zal Hij ontvangen en het u verkondigen.

Christus onderwijst zijn leerlingen
Christus onderwijst zijn leerlingen. Miniatuur uit een middeleeuws handschrift.

Uit de tractaten van de heilige Augustinus over het Evangelie volgens Johannes

Het is nuttig voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, zal de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. Wat betekent dit, broeders? Was de Zoon soms minder dan de Heilige Geest, dat Hij daarom zei: Indien Ik niet heenga, zal Hij niet komen? Volstrekt niet. Maar omdat de leerlingen nog vleselijk gezind waren en de tegenwoordigheid van het lichaam liefhadden die zij zagen, moest deze zichtbare tegenwoordigheid hun worden ontnomen, opdat hun hart zou leren het onzichtbare te verlangen.

De Heer is dus niet zó heengegaan dat Hij hen verliet die Hij verlost had en de Heilige Geest is niet zó gekomen dat Hij de plaats van de Zoon innam. Want de Drieëenheid is ondeelbaar: waar de Vader is, daar is ook de Zoon en de Heilige Geest. Maar er is een andere tegenwoordigheid volgens de gedaante van de dienstknecht, en een andere volgens de gedaante van God. Volgens de gedaante van de dienstknecht was de Heer zichtbaar, volgens de gedaante van God is Hij altijd onzichtbaar en gelijk aan de Vader. Deze lichamelijke tegenwoordigheid heeft Hij dus weggenomen, om de geestelijke tegenwoordigheid aan te bevelen.

En wanneer Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. Van zonde, omdat zij niet in Mij hebben geloofd. Want dit is de grootste zonde, dat men niet in Christus gelooft, omdat door dit ongeloof de mens in al zijn zonden blijft. Van gerechtigheid, omdat Ik tot de Vader ga en gij Mij niet meer zult zien. Wat betekent dit anders dan dat Hij rechtvaardig is, die door de Vader wordt verheerlijkt? Want indien Hij een zondaar was geweest, zou Hij niet uit de dood zijn opgewekt, noch zou Hij tot Hem verheven zijn die rechtvaardig is.

Van oordeel, omdat de vorst van deze wereld reeds geoordeeld is. Reeds geoordeeld wil zeggen: reeds veroordeeld is de duivel. Hoewel hij nog zijn macht uitoefent over de ongelovigen, is hij toch door het lijden van Christus overwonnen. En zoals hij reeds geoordeeld is, zo worden ook zij geoordeeld die in zijn gezelschap willen blijven.

Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen. Niet omdat er niets meer te zeggen zou zijn, maar omdat zij nog niet in staat waren het te bevatten. Wanneer echter de Geest der waarheid komt, zal Hij u in alle waarheid onderrichten. Niet alsof Hij iets anders leert dan de Zoon, maar omdat Hij door zijn genade doet verstaan wat zij gehoord hebben. Want Hij stort de liefde uit in de harten, zonder welke niets juist wordt begrepen.

Want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar wat Hij hoort zal Hij spreken. Dit moet niet zo worden verstaan, alsof de Heilige Geest van elders zou horen dan van de Vader en de Zoon, maar omdat Hij uit de Drieëenheid zelf is en daarvan onafscheidelijk voortkomt. Daarom zijn de dingen die Hij spreekt Gods dingen, en wat Gods is, is één waarheid.