Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.
HOOFDSTUK IX
Het hoogste getuigenis van de koninklijke waardigheid van Jezus Christus
Wij hebben gezien hoe Jezus door Pilatus als Koning werd en hoe deze titel het uitgangspunt werd van de aanklacht die tegen Hem werd ingebracht om Zijn veroordeling te verkrijgen. Maar er moest nog een hoger getuigenis gegeven worden van de koninklijke waardigheid van Jezus Christus. Dit getuigenis zou voortkomen uit een dubbele bron, van Zijn vijanden en van Zijn vrienden, de eersten in de vorm van de hoogste belediging, de laatsten in de vorm van de hoogste hulde. De vijanden kwamen uit alle standen van het Joodse volk, de priesters, de schriftgeleerden, de oudsten en de menigte die toekeek. Daarbij voegden zich de soldaten, die wel heidenen waren maar het voorbeeld van de Joden volgden, en allen wierpen zich op de gekruisigde Zaligmaker met goddeloze uitdaging en spraken dat Hij, indien Hij de Koning van Israël was, van het kruis zou afdalen en zij in Hem zouden geloven.
Jezus week voor deze uitdaging niet terug en verliet het kruis niet, omdat het heil en de zaligheid van hen die Hem lasterden vereisten dat Hij deze troon van goddelijke barmhartigheid niet zou verlaten. De overvloed van Zijn liefde hield Hem gewond aan het kruis, te midden van pijnen en smaad. Tegelijkertijd gaf Hij een welsprekend getuigenis van Zijn koninklijke waardigheid. Want deze hoogste bespotting toont dat, indien Jezus aan het kruis hing, dit was omdat Hij als Koning van Israël erkend wilde worden. Zo gaf Hij in Zijn marteldood een plechtig getuigenis van Zijn godheid en van Zijn waardigheid als Koning der mensen.
Maar zie, op deze plaats van foltering en verachting verheft zich een andere stem die in tegenwoordigheid van allen deze koninklijke waardigheid belijdt. Eén van de twee misdadigers die met Hem gekruisigd waren, nadert het einde van zijn leven en, nu het menselijk belang hem niet meer beweegt tot vleierij of bedrog, wendt hij zich tot Jezus en zegt Hem te gedenken wanneer Hij in Zijn koninkrijk zal komen. Hoe kan hij spreken van een koninkrijk bij Hem die daar hangt, waar geen troon van majesteit te zien is, geen scepter van macht, geen mantel van eer en geen koninklijke kroon, maar slechts een kruis, doorboorde handen en een kroon van doornen. Toch erkent hij in deze vernedering de ware Koning.
Dit nederig en vurig gebed van de goede moordenaar is een kostbare belijdenis van de koninklijke waardigheid van Jezus Christus. Het kruis met al zijn schande is voor deze boetvaardige zondaar geen teken van schande, maar een gedenkteken van de kracht en de wijsheid van God. Terwijl anderen in Jezus slechts een veroordeelde zien, aanschouwt hij in Hem de Koning der koningen en de Heer der heren. Hij aanbidt Hem op dit harde hout als op de troon van Zijn majesteit en verkondigt dat Jezus de ware Koning is, de door de profeten beloofde Messias.
Jezus bevestigt deze belijdenis met de troostrijke belofte die Hij hem geeft en zegt dat hij nog diezelfde dag met Hem in het paradijs zal zijn. Zo toont Hij dat Hij inderdaad Koning is, niet van een aards rijk, maar van de harten, en dat allen Zijn onderdanen zijn die zich geheel aan Hem onderwerpen en hun wil, hun genegenheden en hun gehele hart naar Zijn voorbeeld vormen. De christelijke ziel, die in het Heilig Hart van Jezus haar rechtmatige leider en haar hoogste Heer erkent en zich geheel onder Zijn heerschappij stelt, kan gezegd worden waarlijk te leven volgens de geest van het Evangelie. Want Jezus te dienen is te regeren.
1 Matth. 27, 42; Marc. 15, 32.
2 Luc. 23, 37.
3 Luc. 23, 42.
4 Luc. 23, 43.
Deze meditatie is ontleend aan Jesus Christ the King of Our Hearts, de Engelse uitgave van Lepiciers werk over het koningschap van Onze Heer Jezus Christus over de harten, de Kerk en de wereld.
De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn geestelijke geschriften ademen een klassieke katholieke geest en verbinden Schrift, dogma en devotie op sobere en verheven wijze.
Katholieke Klassieken