Evangelie (Johannes 14, 15-21)
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Indien gij Mij liefhebt, onderhoudt dan Mijn geboden. Dan zal Ik de Vader vragen, en Hij zal u een andere Helper geven, opdat Deze bij u blijft in eeuwigheid, de Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet ziet en Hem niet kent. Maar gij zult Hem kennen, omdat Hij bij u zal blijven en in u zal zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal weer bij u komen. Nog een korte tijd, en de wereld ziet Mij niet meer. Maar gij zult Mij weerzien; want Ik leef en gij zult leven. Op die dag zult gij erkennen dat Ik in Mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u. Wie Mijn geboden bezit en ze onderhoudt, hij is het die Mij bemint. En wie Mij bemint, hij zal door Mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Mijzelf aan hem openbaren.

En indien wij willen weten welke voorbereiding wij moeten treffen voor het bezoek van de Parakleet, keren wij dan in gedachten terug naar het Cenakel, waar wij de leerlingen hebben achtergelaten, eensgezind volhardend in het gebed, en wachtend, zoals hun Meester hun had bevolen, tot de Kracht van de Allerhoogste op hen zou neerdalen en hen zou wapenen voor hun toekomstige strijd.
De eerste die wij in dit heiligdom van ingetogenheid en vrede zoeken, is Maria, de Moeder van Jezus, het meesterwerk van de Heilige Geest, de Kerk van de levende God, uit wie morgen, door de werking van dezelfde goddelijke Geest, de strijdende Kerk geboren zal worden; want deze tweede Eva vertegenwoordigt haar en bevat haar in zichzelf.
Welnu, verdient dit onvergelijkelijk schepsel nu niet onze eer? Hebben wij haar heerlijke aandeel niet gezien in alle geheimen van de Mens-God? En zal zij niet het dierbaarste en waardigste voorwerp zijn van het bezoek van de Parakleet? Gegroet dan, o Maria, vol van genade! Gij zijt onze Moeder, en wij verheugen ons Uw kinderen te zijn.
Onbevlekte Moeder! Tempel van de Heilige Geest! Gij moet een nieuw bezoek van de Geest ontvangen, want een nieuw werk wordt U toevertrouwd: de zorg voor de jonge Kerk gedurende verscheidene jaren die komen.
Rond de heilige Moeder is het apostolisch college verzameld; het is hun een feest haar te aanschouwen, want zij zien in haar gelaat de gelijkenis van hun Jezus.
In het Cenakel, en in het gezelschap van de gezegende Moeder, zijn ook de leerlingen; minder geëerd, het is waar, dan de Twaalf, en toch zijn ook zij getuigen geweest van de werken en geheimen van de Mens-God; ook zij zullen delen in de verkondiging van de Blijde Boodschap.
En ten slotte zijn Magdalena en de andere heilige vrouwen daar, zich voorbereidend, zoals de Meester had voorgeschreven, op het bezoek van boven, dat ook op hen zal neerdalen. Laat ons deze vurige vergadering van de honderd twintig leerlingen eren. Zij zijn onze voorbeelden. (Dom Guéranger)