16 februari 2026 – Wij naderen de heilige Vastentijd. De Quadragesima wordt door de Kerk onderhouden naar het voorbeeld van de heilige Schrift: Mozes verbleef veertig dagen en nachten op de berg Sinaï toen hij de Wet ontving; Elia wandelde veertig dagen tot aan de berg Horeb; en onze Heer Jezus Christus vastte veertig dagen in de woestijn vóór het begin van zijn prediking. Het getal veertig is daarom niet willekeurig, maar gewijd.
In de oude kerkelijke uitleg verwijst het getal tien naar de Wet, gegeven in de tien geboden. Het getal vier duidt de wereld aan, voorgesteld door de vier windstreken, waarlangs het gehele leven van de mens zich beweegt. Tien maal vier vormt veertig. Daarmee wordt aangeduid dat de mens in de gehele loop van dit tijdelijke leven, in alle richtingen van deze wereld, gehouden is aan de Wet van God.
Daarom vasten wij veertig dagen: niet slechts in onthouding van voedsel, maar in zuiverheid van geest en tuchtiging van het lichaam. Want indien het lichaam wordt gekweld en de ziel niet van zonden wordt teruggebracht, is het vasten onvruchtbaar. De toorn moet worden beteugeld, de hoogmoed vernederd, de hebzucht gebroken, opdat de uiterlijke onthouding gepaard ga met innerlijke bekering.
Zoals de Heer in de woestijn de verzoekingen van de duivel overwon, zo bereiden ook wij ons door vasten en gebed voor op de geestelijke strijd. Door deze veertig dagen worden wij voorbereid op de heilige viering van Pasen, opdat wij met Christus mogen verrijzen, indien wij met Hem door boetvaardigheid aan de zonde sterven.
naar Amalarius van Metz, Karolingisch liturgisch theoloog ca. 850)

“En een rivier stroomde uit Eden om de tuin te bevloeien; en vandaar verdeelde zij zich en werd tot vier armen.” (Gen. 2,10)
De vier rivieren van het Paradijs worden traditioneel verstaan als aanduiding van de gehele wereld. Het getal vier duidt de verspreiding over de aarde aan; verbonden met de tien geboden vormt het veertig, het getal van dit tijdelijke leven onder de Wet.