4 februari – De heilige Andreas Corsini, bisschop en belijder † 1373
Andreas Corsini werd in het jaar 1302 geboren te Florence, op het feest van de apostel Andreas, naar wie hij bij zijn doop werd genoemd. Hij stamde uit een der aanzienlijkste families van de stad. Zijn ouders, vrome mensen, hadden hem reeds vóór zijn geboorte door een gelofte aan God toegewijd. Ondanks hun zorg bracht hij echter het eerste deel van zijn jeugd door in losbandigheid en werelds leven.
Zijn moeder Peregrina hield niet op te bidden om zijn bekering. Zij vertelde hem eens een droom die zij tijdens haar zwangerschap had gehad: dat een wolf, eenmaal een kerk binnengegaan, in een lam werd veranderd. Zij gaf hem te verstaan dat hij niet voor de wereld, maar voor God was geboren, en onder de bescherming van de Heilige Maagd aan diens dienst was toevertrouwd. Deze woorden maakten zo’n diepe indruk op hem, dat hij zich terstond naar de kerk van de Karmelieten begaf en daar, na vurig gebed voor het altaar van Onze Lieve Vrouw, besloot de wereld te verlaten.
In het jaar 1318 trad hij in bij de Karmelieten en legde na zijn noviciaat zijn plechtige geloften af. Vanaf het begin van zijn bekering bleef hij standvastig in zijn ijver. Hij oefende zich in nederigheid, gehoorzaamheid, stilte en gebed, en verrichtte met liefde de nederigste diensten in het klooster. Hij maakte grote vorderingen in de Heilige Schrift en de godgeleerdheid en werd in 1328 tot priester gewijd. Om de wereldse feestelijkheden te vermijden die zijn familie voor die dag had voorbereid, bracht hij de dag in stilte door in een afgelegen klooster.
Na enkele jaren van vruchtbare prediking te Florence werd hij naar Parijs gezonden, waar hij drie jaar studeerde, en vervolgde zijn studies later te Avignon. Na zijn terugkeer werd hij een ware apostel van Florence. Men beschouwde hem als profeet en thaumaturg, en zijn prediking bracht velen tot bekering. Hij werd tot prior en vervolgens tot provinciaal overste van zijn orde gekozen.
Na het overlijden van de bisschop van Fiesole werd Corsini tot diens opvolger aangewezen. Hij trachtte zich aan deze waardigheid te onttrekken en vluchtte, maar werd door goddelijke beschikking ontdekt — door een kind aangetroffen in een huis van de kartuizers — en in het begin van het jaar 1360 tot bisschop gewijd. Als bisschop verdubbelde hij zijn boetedoeningen. Hij leidde een streng leven van gebed en versterving en wijdde zich met grote ijver aan zijn herderlijke taken.
Hij was bijzonder zorgzaam voor de armen, vooral voor hen die uit schaamte hun nood verborgen hielden, en hielp hen in het geheim. Door zijn wijsheid en zachtmoedigheid wist hij twisten te verzoenen en oproeren te stillen, zowel in Fiesole als in Florence. Om die reden werd hij door paus Urbanus V met legatiebevoegdheid naar Bologna gezonden, waar hij de verdeelde stad tot vrede bracht.
Elke donderdag waste hij uit nederigheid de voeten van de armen. Hij voorzag dagelijks velen van aalmoezen en liet niemand onverzorgd heengaan. Tijdens de Nachtmis van Kerstmis van het jaar 1372 verscheen aan hem de Heilige Maagd Maria, die hem aankondigde dat hij deze wereld zou verlaten op het hoogfeest van Epifanie. Door koorts overvallen gaf hij op 6 januari 1373 zijn ziel aan God over, in grote vrede, na twaalf jaar het bisschopsambt te hebben bekleed.
Na zijn dood gebeurden er zó vele wonderen op zijn voorspraak, dat zijn heiligheid reeds spoedig algemeen werd erkend. Hij werd door het volk als heilige vereerd en door talloze tekenen verheerlijkt. Paus Eugenius IV stond toe dat zijn relieken openbaar werden vereerd. De formele heiligverklaring volgde in 1629 door paus Urbanus VIII. Paus Clemens XII, geboren als Lorenzo Corsini, verplaatste zijn gedachtenis naar 4 februari en liet ter ere van zijn heilige verwant een prachtige kapel bouwen in de aartsbasiliek van Sint-Jan van Lateranen.