3 februari — Heilige Blasius, bisschop en martelaar † 316
Op deze dag viert de Kerk de gedachtenis van heilige Blasius, bisschop van Sebaste in Armenië, die aan het begin van de vierde eeuw de marteldood onderging. Volgens de overlevering was Blasius vóór zijn bisschopswijding opgeleid als geneesheer, in een tijd waarin de christelijke Kerk nog door het Romeinse Rijk werd vervolgd. Het bekendste aan Blasius toegeschreven wonder is de redding van een kind dat dreigde te stikken in een visgraat. Op grond van dit teken van Gods genade wordt hij in de Kerk aangeroepen als voorspraak bij keelziekten. Hieruit is de jaarlijkse Blasiuszegen ontstaan.

De Blasiuszegen
De Blasiuszegen behoort tot de oudste volksdevoties van de Kerk. Zij is geen sacrament, maar een sacramentale: een kerkelijke zegen, waarin de Kerk bidt om Gods bescherming voor het dagelijks leven.
Allereerst zegent de priester de kaarsen:
Onze hulp is in de Naam des Heren.
Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden. Almachtige en allerzachtmoedigste God, die alleen door het Woord alle verschillende wezens hebt geschapen en gewild hebt dat tot herstel van de mensheid datzelfde Woord, door hetwelk alles is gemaakt, zelf mens zou worden; die groot zijt en onmetelijk, vreeswekkend en lofwaardig, die wonderen werkt; door zijn geloof in U te belijden heeft de roemrijke martelaar en bisschop Blasius, onbevreesd voor allerlei folteringen, het geluk van de martelpalm verworven, en Gij hebt hem onder andere genaden ook het voorrecht geschonken alle keelziekten door uw kracht te genezen. Wij bidden ootmoedig uwe Majesteit dat Gij dit schepsel, deze was, wilt zegenen en heiligen, opdat allen die in gelovig vertrouwen hiermee hun hals laten aanraken door de verdiensten van zijn lijden van alle keelziekten worden verlost en U dank zeggen in uw heilige Kerk, die gezegend is in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Na dit gebed besprenkelt de priester de kaarsen met wijwater.
Kruisgewijs houdt de priester de twee gezegende kaarsen onder de kin van hen die voor hem komen knielen en zegt:
Door de voorspraak van Heilige Blasius, bisschop en martelaar, bevrijde u God van keelziekte en van alle ander kwaad.