H. Susanna

11 augustus – H. Susanna, maagd en martelares † 295

Vandaag viert de Kerk de gedachtenis van de H. Susanna. Zij was een van de aanzienlijkste maagden van Rome en een naaste verwante van keizer Diocletianus, werd vanaf haar vroegste jeugd door haar vader Gabinus en paus Cajus in het christelijk geloof opgevoed. Zodra zij oud genoeg was om de waarde van de kuisheid te begrijpen, legde zij de gelofte af nooit een andere Bruidegom te kiezen dan Jezus Christus. Diocletianus wist dat Gabinus en diens broer Cajus christenen waren, maar omdat zij zo nauw met hem verwant waren, deed hij alsof hij daarvan niets wist. Nadat hij Maximianus Galerius als zijn mederegent en erfgenaam van de keizerlijke troon had gekozen, wilde hij Susanna aan hem ten huwelijk geven en haar zo tot keizerin maken. Om Gabinus van dit voornemen in kennis te stellen, zond hij zijn neef Claudius naar hem toe. Gabinus vroeg bedenktijd en begaf zich onmiddellijk naar paus Cajus om met hem te overleggen. Beiden deelden de kuise Susanna het voornemen van de keizer mee en vroegen haar hoe zij in deze gewichtige zaak wilde handelen. Het christelijk geloof, antwoordde zij zonder aarzelen, en de maagdelijke kuisheid hebben voor mij grotere waarde dan een kroon. Ik zal niet de echtgenote worden van iemand die geen christen is. Bovendien heb ik mij aan God beloofd en noch eer, noch rijkdom, noch enig ander aards voordeel zal mij ertoe brengen mijn gelofte te breken. Cajus en Gabinus verheugden zich over dit antwoord, spoorden haar aan standvastig te blijven en raadden haar aan zich door gebed, vasten en andere goede werken voor te bereiden op een zware strijd, daar er reden was te vrezen dat haar verzet tegen de wil van de keizer haar het leven zou kosten. En wat zou voor mij een grotere eer kunnen zijn, zei zij, dan in plaats van de kroon van het keizerrijk de heerlijke kroon van het martelaarschap te verkrijgen? Drie dagen later keerde Claudius naar Gabinus terug om het antwoord te vernemen. Toen hij het huis binnenging, zag hij Susanna zelf en naderde haar om haar, als teken van eerbied, de hand te kussen. Maar de maagd, vervuld van heilige verontwaardiging, trok haar hand terug en zei streng: Nooit heb ik vanaf mijn jeugd aan enig man een dergelijke vrijheid toegestaan, en nog minder zal ik u die toestaan, want gij zijt een afgodendienaar en uw lippen zijn bezoedeld door het offer waarvan gij hebt gegeten. Vervolgens sprak zij zo ernstig met hem over haar geloof, dat Claudius enige ogenblikken sprakeloos voor haar bleef staan. Ten slotte, diep getroffen door haar woorden en haar houding en aangespoord door een innerlijke stem, besloot hij samen met zijn vrouw en kinderen het christelijk geloof te omhelzen. Een andere hoveling, Maximus, die Claudius was gevolgd om het antwoord van Gabinus te vernemen, deed hetzelfde. Toen de keizer hiervan hoorde, ontstak hij in woede. Hij liet Claudius, diens vrouw en kinderen, en Maximus met zijn gezin gevangennemen en levend verbranden, terwijl Susanna en haar vader in de kerker werden geworpen. Enkele dagen later liet hij Susanna vrij en vertrouwde haar toe aan Serena, zijn vrouw, die moest trachten haar ertoe te bewegen de echtgenote van Maximianus te worden. Serena echter, die in het geheim christin was, versterkte Susanna in haar besluit en spoorde haar aan rijkdom, eer en zelfs de keizerlijke kroon te verachten liever dan haar belofte aan God te verbreken. Ten slotte deelde Serena de onveranderlijke vastberadenheid van Susanna aan de keizer mee. Tegen alle verwachting in zond hij haar terug naar het huis van haar vader en liet het aan Maximianus over zelf zijn zaak te bepleiten. Deze drong ’s nachts het huis van haar vader binnen, vastbesloten haar met geweld van haar kostbaarste schat te beroven. Maar toen hij de deur opende, zag hij haar geheel verdiept in gebed en omgeven door een hemels licht. Met ontzag vervuld trok hij zich terug, ging naar Diocletianus en vertelde hem alles wat hij had gezien. De keizer beval daarop Macedonius, een afvallige van het geloof, haar te dwingen de goden te aanbidden of haar te doden. Macedonius kon haar noch met beloften noch met bedreigingen overwinnen. Hij liet Susanna daarom wreed geselen en vervolgens in haar eigen huis onthoofden. Tijdens haar martelaarschap dankte zij God dat Hij haar waardig had geacht voor Hem te lijden en te sterven. (Weninger)

H. Susanna, O.P.N.

Hoogaltaar van Santa Susanna te Rome met het martelaarschap van de H. Susanna
Het martelaarschap van de H. Susanna. Hoogaltaar van Santa Susanna alle Terme di Diocleziano te Rome, met het altaarstuk van Tommaso Laureti. Volgens de oude overlevering staat de kerk op de plaats van het huis van Susanna’s vader Gabinus, waar zij werd onthoofd en waar vervolgens haar verering ontstond. De oude naam ad duas domos, bij de twee huizen, herinnert aan de woningen van Gabinus en diens broer, paus Cajus. In het priesterkoor wordt haar gehele martelaarsverhaal voortgezet: Susanna tegenover Maximianus, haar weigering aan de afgoden te offeren, haar marteldood en daarboven haar opname in de hemel, waar Christus haar met de kroon der heerlijkheid wacht. Ook Claudius en zijn gezin, die volgens haar levensverhaal door haar getuigenis tot het geloof kwamen, zijn er afgebeeld, evenals het martelaarschap van haar vader Gabinus. In de crypte worden de relieken van Susanna en Gabinus vereerd. Bij opgravingen kwamen bovendien onder de kerk resten van een Romeinse woning uit de derde eeuw aan het licht, nog zichtbaar door de glazen vloer van de sacristie. Zo ligt onder de eeuwenoude plaats van haar verering daadwerkelijk een Romeins woonhuis uit ongeveer de tijd waarin haar martelaarschap wordt geplaatst.