
Ochtendgloren. Maria-embleem van Jacques Callot, 1625–1629. Het aanbreken van de dag boven een landschap, terwijl de sterren verdwijnen en het licht aan de horizon verschijnt. Uit de reeks Vita Beatae Mariae Virginis Matris Dei emblematis delineata. Rijksmuseum, Amsterdam.
Heden is de Maagd Maria geboren uit het geslacht van David. Door haar is het heil der wereld aan de gelovigen verschenen, haar luisterrijk leven schonk het licht aan de wereld. Laten wij de geboorte van de Heilige Maagd met vreugde vieren.
Zo luidt de uitnodiging die de Kerk vandaag tot ons richt. Gegroet, nieuwe wereld, die de eerste schepping verre in heerlijkheid overtreft. Gegroet, gezegende haven, waar wij na zoveel stormen rust vinden. De dageraad breekt aan, de regenboog schittert aan de hemel, de duif komt tevoorschijn, de ark rust op de aarde en biedt de wereld een nieuwe toekomst. Dit alles zijt gij, lieflijk Kind, in wie reeds alle genade, alle waarheid en alle leven wonen. O Toren van de ware David, burcht die de eerste aanval van Satan weerstaat en al zijn macht breekt, waarachtig Sion, gegrondvest op de heilige bergen, tempel en paleis, waarvan die van Salomo slechts een zwakke voorafbeelding waren, huis dat de eeuwige Wijsheid voor zichzelf heeft gebouwd. De volmaakte lijnen van uw schone bouw zijn van eeuwigheid ontworpen. Samen met Emmanuel, die u heeft voorbestemd tot Zijn woning van welbehagen, zijt gijzelf, o gezegend Kind, de bekroning van de schepping. Laten wij dan de Kerk verstaan wanneer zij reeds op deze dag uw goddelijk moederschap verkondigt en in haar lofzangen de geboorte van Emmanuel met uw eigen geboorte verenigt. Hij die van nature Zoon van God is en tevens Zoon des mensen wilde zijn, had vóór al Zijn andere raadsbesluiten bepaald dat Hij een Moeder zou hebben. Zo was bijgevolg het moederschap van meet af aan zo volstrekt met haar wezen verbonden, dat het in het eeuwige raadsbesluit één was met het bestaan zelf van het uitverkoren schepsel, de beweegreden en oorzaak van haar bestaan, evenals de bron van al haar natuurlijke en bovennatuurlijke volmaaktheden. Ook wij moeten u daarom reeds vanaf uw wieg als Moeder erkennen en uw geboortedag vieren door uw Zoon, onze Heer, te aanbidden. Omdat uw gezegend moederschap alle broeders van de Godmens omvat, spreidt het zijn stralen uit over alle tijden, zowel vóór als na deze gelukkige dag. God is onze Koning vóór alle eeuwen, Hij heeft het heil bewerkt in het midden der aarde. Het midden der aarde, zegt de abt van Clairvaux, stelt Maria op wonderbare wijze voor. Maria is het middelpunt van het heelal, de ark Gods, de oorzaak der schepping, de zaak der eeuwen. Naar haar wenden zich de bewoners van de hemel en zij die verblijven in de plaats der loutering, de mensen die ons zijn voorgegaan en wij die thans leven, zij die na ons zullen komen, onze kindskinderen en hun nakomelingen. Zij die in de hemel zijn, zien naar haar opdat hun rangen worden aangevuld. Zij die in het vagevuur zijn, opdat zij bevrijd worden. De mensen van de eerste eeuwen, opdat zij trouwe profeten bevonden mogen worden. Zij die daarna komen, opdat zij het eeuwige geluk mogen verkrijgen. Moeder Gods, Koningin des hemels, Gebiedster der wereld, alle geslachten zullen u zalig prijzen, want gij hebt voor allen het leven en de heerlijkheid voortgebracht. In u vinden de engelen altijd hun vreugde, de rechtvaardigen genade, de zondaars vergiffenis. In u, door u en uit u heeft de barmhartige hand van de Almachtige de eerste schepping hersteld. De H. Andreas van Kreta noemt deze dag een plechtigheid van de intrede, een feest van het begin, waarvan het einde de vereniging van het Woord met ons vlees is, een maagdelijk feest, vol vreugde en vertrouwen voor allen. Komt hierheen, alle volkeren, roept de H. Johannes Damascenus, komt, ieder geslacht en iedere taal, iedere leeftijd en iedere waardigheid, laten wij vol vreugde de geboortedag vieren van haar die de vreugde der wereld is. Het is het begin van het heil, de oorsprong van ieder feest, zegt de H. Petrus Damianus, want zie, de Moeder van de Bruidegom wordt geboren. Terecht verheugt de gehele wereld zich vandaag en gebiedt de Kerk, buiten zichzelf van vreugde, haar koren bruiloftsliederen te zingen. (Dom Prosper Guéranger)

Van oudsher werden de vier grote Mariafeesten te Rome met een plechtige pauselijke processie gevierd: Maria Lichtmis op 2 februari, Maria Boodschap op 25 maart, Maria Tenhemelopneming op 15 augustus en Maria Geboorte op 8 september. De processie van Maria Tenhemelopneming kreeg in de middeleeuwen bovendien een eigen luisterrijke vorm, waarbij de oude icoon van Christus de Verlosser uit het Lateraan door Rome werd gedragen. Bij de processie van Maria Geboorte kwamen de achttien oude diaconieën van Rome ieder met hun eigen Maria-icoon, geestelijkheid en gelovigen naar het Forum. Daar verenigden de afzonderlijke stoeten zich bij de kerk van de H. Adrianus, die gevestigd was in de oude Romeinse Senaatscurie, tot één grote processie naar Santa Maria Maggiore. De paus kwam intussen vanuit de Lateraan naar het Forum. Bij de kerk van de H. Martina steeg hij van zijn paard en ging, omringd door bisschoppen, kardinalen en de leden van de schola, te voet verder naar de H. Adrianus. Daar voegde hij zich bij de verzamelde geestelijkheid en het volk. Hij werd met de rode pauselijke mantel bekleed, waarna de subdiaken het statiekruis ophief en vóór hem uit droeg. Twee acolieten gingen met brandende kaarsen voor hem en een wierookvat werd meegedragen. Daarna zette de gezamenlijke processie zich met de Maria-iconen, de geestelijkheid en het verzamelde volk in beweging naar Santa Maria Maggiore.

Aan de linkerzijde van de paus liep de primicerius. Hij droeg het pallium en zette samen met de zangers de oude Maria-antifoon Adorna thalamum tuum, Sion in. De schola antwoordde, terwijl de paus en de overige geestelijken de psalmen zongen. Zo trok de lange stoet door het hart van het oude Rome, voorbij de Boog van Nerva en door het Forum van Trajanus, vervolgens langs de porticus absidata en omhoog in de richting van Eudoxia. Vandaar ging zij verder langs de clivus bij het Huis van Orpheus en langs de titelkerk van de H. Praxedes. Bij het naderen van Santa Maria Maggiore werd de litanie aangeheven. De iconen die uit de verschillende delen van Rome naar het Forum waren gebracht, bereikten nu gezamenlijk de grote basiliek van de Moeder Gods op de Esquilijn. De paus trad de basiliek binnen en het Te Deum werd aangeheven. Vervolgens begaf hij zich naar het sacrarium, waar de mappularii en cubicularii met warm water gereedstonden om zijn voeten te wassen. Daarna werden hem de liturgische kousen en sandalen aangetrokken en werd hij met de gewaden voor de pontificale Mis bekleed. Zo eindigde de lange processie uit de verschillende kerken van Rome bij het altaar van Santa Maria Maggiore, waar de plechtige Mis van de Geboorte van de Heilige Maagd begon. (Francis Morgan Nichols, The Marvels of Rome, 1889, Ordo Romanus)