12 september – Allerheiligste Naam van Maria
Vandaag viert de Kerk de Allerheiligste Naam van Maria. Het feest eert de heilige naam van de Moeder Gods en herinnert aan de bijzondere bescherming die door haar voorspraak aan de christenheid werd geschonken.
De eerbiedwaardige naam van Maria, die wel verklaard wordt als Sterre der zee, past bijzonder goed bij de Moedermaagd. Want zeer terecht wordt zij met een ster vergeleken, omdat de Maagd zonder letsel van zichzelf haar Zoon baarde, zoals een ster zijn stralen uitzendt zonder er zelf onder te lijden. De stralen van de ster verminderen zijn licht niet; evenmin vermindert de Zoon de ongereptheid van de Maagd. Zij is die edele ster, uit Jakob opgegaan, en vanzelfsprekend staat zij hoog verheven boven de geweldige zeevlakte, schitterend door haar verdiensten, lichtend door haar voorbeeld. O gij allen die inziet dat gij in de stroom van deze wereld meer rondzwerft onder stormen en orkanen dan dat gij over vaste grond wandelt, wendt uw ogen niet af van deze schitterende ster. Denkt aan Maria, roept Maria aan, om zo in uzelf te ervaren met hoeveel reden er gezegd is: En de naam van de maagd was Maria. Deze allerzoetste naam werd vroeger al hier en daar in de christenwereld bijzonder vereerd, maar om de markante overwinning bij Wenen in Oostenrijk op de vreselijke Turkse tiran, die het christendom naar het leven stond, bepaalde paus Innocentius XI dat de hele Kerk ter eeuwige gedachtenis aan deze grote weldaad elk jaar de naam van Maria feestelijk moest herdenken. (Romeins brevier)

Evangelie van het feest
Lucas 1, 26–38
In die tijd werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad van Galilea, Nazareth genaamd, tot een maagd, die ten huwelijk was gegeven aan een man die Jozef heette, uit het huis van David; en de naam van die maagd was Maria. En de engel trad bij haar binnen en sprak: Wees gegroet, gij vol van genade; de Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen. Toen zij dat hoorde, schrok zij van zijn woorden en vroeg zich af, wat die groet zou moeten betekenen. Maar de engel zei tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God: zie, gij zult in uw schoot ontvangen en een zoon ter wereld brengen; die gij Jezus moet noemen. Hij zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden; en God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid, en aan zijn heerschappij zal geen einde komen. Maria echter sprak tot de engel: Hoe kan dat geschieden, daar ik geen man beken? Doch de engel gaf haar ten antwoord: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; en daarom ook zal het heilige, dat uit u geboren wordt, Zoon van God genoemd worden. En zie, ook uw nicht Elisabeth heeft op haar hoge leeftijd nog een zoon ontvangen; en zij, die onvruchtbaar heette, is reeds in haar zesde maand; want bij God is niets onmogelijk. Toen sprak Maria: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.
En de naam der Maagd was Maria
Wie gij ook zijt, die beseft dat gij in de wisselvalligheden van deze wereld eerder wordt voortgedreven tussen stormen en golven dan dat gij over vaste grond gaat, wend uw ogen niet af van de glans van deze ster, indien gij niet door de storm wilt worden verzwolgen. Wanneer de winden der bekoring opsteken, wanneer gij op de klippen der beproevingen stoot, zie op naar de ster, roep Maria aan. Wanneer gij wordt voortgeslingerd door de golven van hoogmoed, eerzucht, kwaadsprekerij of afgunst, zie op naar de ster, roep Maria aan. Wanneer gramschap, hebzucht of de begeerten van het vlees het scheepje van uw ziel bestormen, zie op naar Maria. Wanneer de grootheid van uw zonden u verschrikt, de onreinheid van uw geweten u beschaamt en de vrees voor het oordeel u ontzet, wanneer gij dreigt weg te zinken in droefheid en in de afgrond der wanhoop, denk aan Maria. In gevaren, in benauwdheid, in twijfel, denk aan Maria, roep Maria aan. Laat haar naam niet wijken van uw mond en niet wijken uit uw hart. Wanneer gij haar volgt, zult gij niet verdwalen. Wanneer gij haar aanroept, zult gij niet wanhopen. Wanneer gij aan haar denkt, zult gij niet dwalen. Wanneer zij u vasthoudt, zult gij niet vallen. Wanneer zij u beschermt, hebt gij niets te vrezen. Wanneer zij u leidt, zult gij niet vermoeid worden. Wanneer zij u gunstig gezind is, zult gij het doel bereiken. En zo zult gij door eigen ondervinding verstaan hoe terecht geschreven staat: En de naam der Maagd was Maria. En de engel ging van haar heen.
H. Bernardus van Clairvaux, Homilia II super Missus est
Het feest van de Heilige Naam van Maria
Dit feest werd ingesteld door paus Innocentius XI, opdat de gelovigen op deze dag op bijzondere wijze zouden worden aangespoord om door de voorspraak van de Heilige Maagd de noden van Zijn Kerk aan God aan te bevelen en Hem dank te brengen voor Zijn genadige bescherming en Zijn talloze weldaden. De aanleiding tot de instelling van dit feest was een plechtige dankzegging voor het ontzet van Wenen, toen deze stad in 1683 door de Turken werd belegerd. Indien wij verlangen door onze gebeden de goddelijke toorn af te wenden, die door onze zonden terecht is opgewekt, moeten wij daaraan de tranen van oprecht berouw en een volkomen bekering van onze levenswandel verbinden. De eerste genade die wij altijd van God behoren af te smeken, is dat Hij ons tot de gesteltenis van een waardige boetvaardigheid brengt. Alleen zo zullen onze smeekbeden om de goddelijke barmhartigheid en onze dankzeggingen voor ontvangen weldaden welgevallig worden. Langs geen andere weg kunnen wij Gods zegen verdienen of door de bescherming van Zijn heilige Moeder daarvoor worden aanbevolen. Het is een vrome en heilzame gewoonte om met het aanroepen van Jezus ook onze toevlucht tot de Heilige Maagd te verbinden, opdat wij door haar voorspraak gemakkelijker en overvloediger de verhoring van onze smeekbeden verkrijgen. In deze zin spreken godvruchtige zielen met grote liefde en vertrouwen de heilige namen van Jezus en Maria uit. (Alban Butler, The Lives of the Fathers, Martyrs, and Other Principal Saints, 19e-eeuwse editie).