H. Remigius, bisschop van Reims

1 oktober – H. Remigius, bisschop en belijder † 533

Vandaag viert de Kerk de gedachtenis van de Heilige Remigius. Remigiusdie ook Remedius genoemd wordt, werd te Laon geboren uit adellijke ouders, Aemilius en de H. Cilinia. Zij waren reeds op gevorderde leeftijd en stonden bij hun volk in hoog aanzien wegens hun deugd. Zijn geboorte was voorzegd door een blinde kluizenaar, Montanus geheten. Deze herkreeg later zijn gezichtsvermogen nadat aan zijn ogen enige melk was aangebracht waarmee het kind Remigius werd gevoed. De toekomstige Apostel der Franken bracht zijn eerste levensjaren in afzondering door met studie en gebed. Maar hoe meer hij de omgang met de mensen trachtte te ontvluchten, des te meer verbreidde zijn roem zich door de gehele provincie. Na de dood van Bennadius, aartsbisschop van Reims, werd Remigius op tweeëntwintigjarige leeftijd wegens de rijpheid van zijn levenswandel, die reeds die van een grijsaard geleek, door aller stemmen naar de zetel van Reims gevoerd. Men kan zeggen dat hij er eerder heen werd gesleept dan gekozen. Hij wilde de last van het bisschopsambt ontvluchten, maar werd door goddelijke vermaningen gedwongen deze op zich te nemen. Door de bisschoppen van de provincie gewijd, gedroeg hij zich bij het bestuur van zijn Kerk als een ervaren grijsaard. Hij was welsprekend, machtig in de Schriften en een voorbeeld voor de gelovigen. Wat hij met zijn mond leerde, bracht hij door zijn werken ten uitvoer. Nadat hij met de grootste zorg en waakzaamheid zijn eigen kudde in de geheimen van het geloof had onderricht en onder zijn geestelijkheid de tucht had gevestigd, ondernam hij de uitbreiding van het rijk van Christus in België. Hij bekeerde de volken tot het geloof en richtte nieuwe bisschopszetels op. Te Terwaan stelde hij de H. Antimundus aan, te Atrecht de H. Vedastus en te Laon de H. Genebaldus.

De wonderbare werken van Remigius, waarvan overal het gerucht verbreid werd, maakten diepe indruk op Clovis en op de Franken, die nog aan de heidense eredienst gehecht waren. Toen Clovis, reeds overwinnaar over de Galliërs, ook de Alemannen bij Tolbiac had verslagen nadat hij de naam van Christus had aangeroepen, liet hij Remigius bij zich komen en luisterde hij gaarne naar diens uiteenzetting van de christelijke godsdienst. Remigius drong er bij hem op aan het geloof te belijden. Clovis antwoordde dat hij vreesde dat zijn volk hem dit niet zou toestaan. Maar zodra het volk dit vernam, riep het terstond uit dat het de sterfelijke goden verwierp en bereid was de onsterfelijke God te volgen die Remigius verkondigde. Daarop legde Remigius hun overeenkomstig het gebruik van de Kerk een vasten op. In tegenwoordigheid van de heilige koningin Clotildis onderrichtte hij de koning in de leer van het geloof. Op de dag zelf van de Geboorte des Heren doopte hij hem. Toen sprak hij tot hem: Buig zachtmoedig uw nek, Sicamber. Aanbid wat gij hebt verbrand en verbrand wat gij hebt aanbeden. Na zijn doop zalfde hij hem met het heilige chrisma en tekende hem met het teken van het Kruis van Christus. Uit zijn leger werden meer dan drieduizend mannen door het doopsel ingewijd. Ook Albofledis, de zuster van Clovis, werd gedoopt. Toen zij kort daarna overleed, troostte Remigius de koning door een brief. Lanthildis, een andere zuster van de koning, werd van de ariaanse ketterij teruggebracht, met het heilige chrisma gezalfd en met de Kerk verzoend.

Remigius was buitengewoon vrijgevig tegenover de armen en bezat een bijzondere zachtmoedigheid tegenover hen die boete deden. De Heer, zo placht hij te zeggen, heeft ons niet aangesteld om onze toorn uit te oefenen, maar om voor de mensen zorg te dragen. Tijdens een synode deed hij door goddelijke kracht een ariaanse bisschop verstommen. Toen deze door gebaren om vergiffenis smeekte, gaf Remigius hem zijn stem terug met de woorden: In de naam van onze Heer Jezus Christus, indien gij zo juist over Hem denkt, spreek dan en belijd aangaande Hem hetgeen de katholieke Kerk gelooft. Nadat de bisschop zijn stem had teruggekregen, verklaarde hij dat hij geloofde en in datzelfde geloof wilde sterven. Tegen het einde van zijn leven verloor Remigius het gebruik van zijn ogen. Kort voor zijn dood kreeg hij echter zijn gezichtsvermogen terug. Hij kende de dag van zijn heengaan. Nadat de plechtigheden van de Mis voltooid waren en hij zijn volk had gesterkt met het heilige Lichaam van Christus, nam hij afscheid van geestelijkheid en volk. Hij gaf ieder de vrede in de kus van de Heer en verliet, vol van jaren en werken, dit leven op de iden van januari, in het jaar des Heren 533, op zesennegentigjarige leeftijd. Hij werd begraven in het kerkje van de H. Christoffel. En zoals hij tijdens zijn leven door wonderen schitterde, zo schitterde hij ook na zijn dood. (Uit het oude Officie van de H. Remigius)

Florilegium

H. Remigius, bisschop en belijder
Feestdag: 1 oktober
Liturgische kleur: wit
Geboren: ca. 437
Gestorven: 13 januari 533
5e en 6e eeuw
Remigius leefde in de overgangstijd tussen het uiteenvallende West Romeinse Rijk en de opkomst van de Germaanse koninkrijken.
Op jonge leeftijd bisschop
Volgens de oude overlevering werd hij reeds op tweeëntwintigjarige leeftijd tot bisschop van Reims gekozen.
Apostel der Franken
Deze eretitel dankt hij aan zijn grote aandeel in de bekering en kerstening van de Franken.
Clovis
Hij onderrichtte en doopte Clovis, koning der Franken, op het feest van de Geboorte des Heren.
Frankrijk
De doop van Clovis is het beslissende beginpunt van de bijzondere band tussen de Kerk en Frankrijk als haar oudste dochter.
Oude heiligenverering
Zijn verering ontstond reeds kort na zijn dood. Een formeel canonisatieproces bestond in zijn tijd nog niet.
Geschriften
Enkele brieven van Remigius zijn bewaard gebleven, waaronder brieven aan Clovis. Zijn preken zijn verloren gegaan.

Reims
Hij was meer dan zeventig jaar bisschop van Reims. Zijn graf en verering maakten de stad tot het blijvende middelpunt van zijn cultus.
Sidonius Apollinaris
De H. Sidonius Apollinaris prees Remigius om zijn welsprekendheid.
Heilige Ampul
Aan zijn naam is de oude overlevering verbonden van de duif die het heilige chrisma bracht voor de zalving van Clovis.
Graf en relieken
Zijn relieken worden vereerd in de basiliek Saint Remi te Reims. In de loop der eeuwen werden zij vanwege oorlog en gevaar meermaals overgebracht.
Waarom 1 oktober?
Remigius stierf op 13 januari 533. Zijn feest op 1 oktober houdt verband met de overbrenging van zijn relieken.
In de kunst
Remigius wordt meestal voorgesteld als bisschop bij de doop van Clovis. Dikwijls verschijnen daarbij het doopvont, de duif en de Heilige Ampul.

Wandtapijt met de geboorte en jeugd van de H. Remigius
De geboorte en jeugd van de H. Remigius. Linksboven ontvangt de blinde kluizenaar Montanus de aankondiging van Remigius’ geboorte. Rechtsboven brengt hij deze boodschap aan de H. Cilinia. Linksonder vertelt zij het aan haar echtgenoot Aemilius. In het midden wordt Remigius geboren. Rechtsonder raakt het kind de ogen van Montanus aan, die daarop zijn gezichtsvermogen terugkrijgt. Wandtapijt uit de reeks over het leven van de H. Remigius, eerste helft van de 16e eeuw, toegeschreven aan Gauthier de Campes. Musée Saint Remi, Reims.

De bekering van de Franken

Nauwelijks twee eeuwen waren verstreken sinds de overwinning van het Kruis op de Romeinse afgoderij, toen Satan opnieuw de zege scheen uit te roepen. Terwijl het eutychianisme te Byzantium werd gekroond in de persoon van Anastasius de Zwijger, heerste in het Westen het arianisme. Over vrijwel het gehele oude grondgebied van het keizerrijk had de ketterij de overhand en bijna overal vervolgde zij de Kerk, die nu onder haar zonen nauwelijks anderen telde dan overwonnenen. Maar vrees niet, verheug u veeleer, zegt Baronius op dit punt in zijn Annalen. Het is nog altijd de goddelijke Wijsheid die er behagen in schept in de wereld haar spel te spelen. De gedachten der mensen betekenen weinig voor Hem die het licht in zijn handen houdt, het verbergt wanneer het Hem behaagt en het opnieuw tevoorschijn brengt wanneer Hij wil. De duisternis die nu de aarde bedekt, kondigt het uur aan waarop de dageraad in de harten der Franken zal aanbreken en het katholieke geloof daar in al zijn heerlijkheid zal schitteren.

Weinig bekend in onze dagen is zulk een wijze van geschiedschrijving. Toch was dit de zienswijze van de eerste en grootste geschiedschrijver der Kerk. Hoe zouden wij, zo vraagt hij, de Voorzienigheid niet bewonderen die de Kerk nooit in de steek laat? Uit het midden van nog heidense stammen en onmiddellijk na de val van het keizerrijk vormt God Zich een nieuw volk en verwekt Hij Zich een vorst. Tegen hen moeten de opkomende golven van ketters en barbaren breken. Zo openbaarde zich werkelijk in de loop der eeuwen de goddelijke zending van de Frankische koningen.

Van toen af openbaarde zich de macht der Franken wanneer het Kruis hun voorging in de strijd. Tot dan toe waren zij onbekend geweest en hadden zij voor hun bestaan moeten strijden. Nu werden zij overal overwinnaars. Zij hadden slechts Christus hoeven erkennen om de hoogste toppen van roem, eer en aanzien te bereiken. Alle eer dan aan de heilige Opperherder die verdiende het werktuig te worden van zulke hemelse weldaden. Volgens de woorden van de H. paus Hormisdas bekeerde Remigius de natie en doopte hij Clovis te midden van wonderen die herinnerden aan het apostolische tijdperk. De gebeden van Clotildis, de arbeid van Genoveva en de boetedoeningen van de monniken die de wouden van Gallië bevolkten, hadden zonder twijfel een groot aandeel in een bekering die zoveel vreugde bracht aan de engelen.

Remigius, tijdgenoot en overlevende van de grote bisschoppen van de vijfde eeuw en hun gelijke in welsprekendheid, adeldom en heiligheid, scheen hen allen te vertegenwoordigen in die kerstnacht waarop zovele verlangens, gebeden en smarten waren vooruitgelopen. In het baptisterium van de H. Maria te Reims werd de Frankische natie voor God geboren.

Terug naar inhoud

De H. Remigius doopt Clovis, koning der Franken

Frankrijk, oudste dochter van de Kerk

De oudste uitvoerige beschrijving van de bekering en de doop van Clovis vinden wij bij de H. Gregorius van Tours in zijn Historia Francorum. Hij verhaalt hoe de H. Clotildis haar echtgenoot bleef aansporen de ware God te erkennen en de afgoden te verlaten. Eerst bleef Clovis weigeren. Pas tijdens de oorlog tegen de Alemannen kwam de ommekeer.

De koningin hield niet op hem aan te sporen de ware God te erkennen en de afgoden te verlaten. Maar hij kon op geen enkele wijze tot dit geloof worden bewogen, totdat ten slotte een oorlog uitbrak tegen de Alemannen, waarin hij door de nood gedwongen werd te belijden wat hij tevoren uit eigen beweging had verloochend. Terwijl beide legers hevig met elkaar streden, werd er een grote slachting aangericht en begon het leger van Clovis gevaar te lopen geheel vernietigd te worden.

Toen hij dit zag, hief hij zijn ogen ten hemel op en, met berouw in zijn hart en tranen in zijn ogen, riep hij uit: Jezus Christus, van wie Clotildis zegt dat Gij de Zoon van de levende God zijt, van wie gezegd wordt dat Gij hulp verleent aan hen die in nood verkeren en de overwinning schenkt aan hen die op U hopen, ik smeek om de heerlijkheid van Uw hulp. Indien Gij mij de overwinning over deze vijanden schenkt en ik de macht zal leren kennen die, zoals zij zegt, het volk dat aan Uw naam is toegewijd van U heeft ontvangen, dan zal ik in U geloven en mij in Uw naam laten dopen. Want ik heb mijn eigen goden aangeroepen, maar ik bemerk dat zij zich eraan onttrekken mij te helpen. Daarom geloof ik dat zij geen macht bezitten, omdat zij degenen die hen gehoorzamen niet te hulp komen. Nu roep ik U aan. Ik verlang in U te geloven, mits ik uit de handen van mijn tegenstanders word gered.

Toen hij dit gezegd had, keerden de Alemannen hun de rug toe en begonnen zij zich in de vlucht te verspreiden. Toen zij zagen dat hun koning gedood was, onderwierpen zij zich aan het gezag van Clovis en smeekten hem het volk niet verder te laten omkomen. Daarop liet hij de strijd staken. Nadat hij zijn mannen had toegesproken, keerde hij in vrede terug en vertelde hij de koningin hoe hij door het aanroepen van de naam van Christus de overwinning had verkregen.

Daarop liet de koningin de H. Remigius, bisschop van Reims, in het geheim bij Clovis komen en verzocht hem de koning het woord des heils te verkondigen. De bisschop begon hem aan te sporen te geloven in de ware God, Schepper van hemel en aarde, en de afgoden niet langer te vereren, die zichzelf noch anderen konden helpen.

De koning antwoordde: Zeer heilige vader, ik luister gaarne naar u. Maar er blijft één zaak over. Het volk dat mij volgt zal het niet kunnen verdragen zijn goden te verlaten. Toch zal ik naar hen toegaan en tot hen spreken overeenkomstig uw woorden.

Hij kwam bij zijn volk bijeen. Maar nog voordat hij kon spreken, kwam de macht van God hem voor en het gehele volk riep als uit één mond: Godvruchtige koning, wij verwerpen onze sterfelijke goden en wij zijn bereid de onsterfelijke God te volgen die Remigius verkondigt.

Toen dit aan de bisschop werd bericht, werd hij met grote vreugde vervuld en beval hij het doopvont gereed te maken. De pleinen werden overspannen met gekleurde doeken, de kerken met witte gordijnen versierd en het baptisterium werd in gereedheid gebracht. De geur van wierook verspreidde zich, welriekende kaarsen brandden helder en het gehele heiligdom van het baptisterium werd vervuld met een goddelijke geur. De Heer schonk aan de aanwezigen zulk een genade dat zij meenden te zijn geplaatst te midden van de geuren van het paradijs.

De H. Remigius doopt Clovis, ivoren boekbandplaat uit Reims, 9e eeuw
De H. Remigius doopt Clovis. Ivoren boekbandplaat uit Reims, laatste kwart van de 9e eeuw, met boven het doopvont de duif en de Heilige Ampul. Musée de Picardie, Amiens.

De koning was de eerste die vroeg door de bisschop gedoopt te worden. Een nieuwe Constantijn trad naar het doopvont om de ziekte van de oude melaatsheid te beëindigen en door fris water de vuile vlekken af te wassen die hij zo lang gedragen had. Toen hij binnentrad om gedoopt te worden, sprak de heilige Gods tot hem: Buig zachtmoedig uw nek, Sicamber. Aanbid wat gij hebt verbrand en verbrand wat gij hebt aanbeden.

De koning beleed daarop de almachtige God in de Drieëenheid en werd gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Daarna werd hij gezalfd met het heilige chrisma en getekend met het teken van het Kruis van Christus. Van zijn leger werden meer dan drieduizend mannen gedoopt. Ook zijn zuster Albofledis ontving het doopsel. Een andere zuster, Lanthildis, die het Arianisme had aangehangen, beleed eveneens het katholieke geloof en werd met de Kerk verzoend.

Terug naar inhoud

Wandtapijt met de H. Remigius en Clovis
De H. Remigius en Clovis. Linksboven de slag bij Tolbiac, linksonder het onderricht van Clovis door de H. Remigius in tegenwoordigheid van de H. Clotildis, rechts de doop en zalving van Clovis, terwijl boven hem de duif de Heilige Ampul brengt. Wandtapijt uit de reeks over het leven van de H. Remigius, eerste helft van de 16e eeuw, toegeschreven aan Gauthier de Campes. Musée Saint Remi, Reims.
Voorstelling van het oude reliekschrijn van de Heilige Ampul van Reims
Voorstelling van het oude reliekschrijn van de Heilige Ampul van Reims. Het ovale schrijn wordt gedragen aan een ketting. In het midden bevindt zich de duif die de fiool met de Heilige Ampul draagt.

De Heilige Ampul en de oudste dochter van de Kerk

Guéranger verbindt aan de doop van Clovis de oude overlevering van de Heilige Ampul. Zoals eertijds aan de oevers van de Jordaan werd opnieuw boven de wateren de duif gezien. Ditmaal eerde zij niet het doopsel van Jezus, maar dat van de oudste dochter der Kerk. Zij bracht een gave uit de hemel, de Heilige Ampul met het chrisma waarmee in toekomstige eeuwen de Franse koningen zouden worden gezalfd.

Twee kerken in de stad Reims bewaarden in het bijzonder de herinnering aan deze roemrijke gebeurtenissen. De grote kerk van Onze Lieve Vrouw en de eerbiedwaardige basiliek waar Remigius rustte, met de Ampul van het chrisma aan zijn voeten en zijn grafmonument omgeven door de twaalf Pairs van Frankrijk.

Deze kerk van de H. Remigius droeg de naam Caput Franciae, hoofd van geheel Frankrijk. Zo bleef de herinnering aan de Apostel der Franken verbonden met het koningschap dat uit de doop van Clovis was voortgekomen. De Heilige Ampul werd bij de kroningen te Reims een tastbare herinnering aan die oorsprong.

Terug naar inhoud

De Heilige Ampul tijdens de Franse Revolutie

De Heilige Ampul bleef eeuwenlang verbonden met de kroning van de Franse koningen te Reims. Frankrijk, dat sinds de doop van Clovis als oudste dochter van de Kerk was geëerd, keerde zich in de Revolutie met geweld tegen de katholieke orde waaraan het zijn oudste glorie ontleende.

In oktober 1793 werd het oorspronkelijke reliekschrijn met een groot deel van de balsem door de conventioneel Rühl vernield, aan de voet van het standbeeld van Lodewijk XV op de Place Royale te Reims. De vernietiging van deze reliek, die zo nauw verbonden was met de zalving van de Franse koningen, had een uitgesproken antikoninklijke betekenis.

De Heilige Ampul ging niet geheel verloren. Volgens een overlevering raapten inwoners van Reims die bij de vernieling aanwezig waren fragmenten op en brachten deze in veiligheid. Een andere overlevering verhaalt dat Jules Armand Seraine en de municipale ambtenaar Philippe Hourelle een deel van de inhoud van de Ampul hadden weten te bemachtigen en verborgen. Ook Louis Champagne Prévoteau zou twee glasscherven hebben bewaard waaraan nog resten van de balsem kleefden.

In 1819 gaf Jean Charles de Coucy, aartsbisschop van Reims, opdracht tot het vervaardigen van een nieuw reliekschrijn voor de bewaarde overblijfselen. De koninklijke goudsmid Jean Charles Cahier vervaardigde het schrijn, dat in 1820 werd voltooid. Daarin werd een klein flesje van bergkristal geplaatst waarin de overgebleven balsem werd bewaard. Het reliekschrijn bevindt zich nog altijd in het Palais du Tau te Reims.

Toen koning Karel X zich te Reims liet kronen, werd opnieuw aangeknoopt bij de oude zalvingstraditie. Op 29 mei 1825 vond zijn kroning in de kathedraal plaats en werd de bewaarde balsem van de Heilige Ampul opnieuw gebruikt.

Zo keerde in Reims nog eenmaal de kroningstraditie terug die haar oorsprong vond bij Clovis en de H. Remigius. De bewaarde balsem werd gebruikt bij de zalving van een Franse koning, in dezelfde stad waar Remigius eeuwen tevoren Clovis had gedoopt en gezalfd. De Heilige Ampul bleef daarna in Reims bewaard. Haar geschiedenis bleef verbonden met die kerstnacht waarin, naar het woord van Guéranger, de Frankische natie voor God geboren werd.

Terug naar inhoud