7 oktober – Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans
Vandaag viert de Kerk het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans. De rozenkrans verbindt het herhaalde bidden van het Onze Vader en het Weesgegroet met de overweging van de geheimen van onze verlossing. Volgens de oude overlevering werd deze wijze van bidden in het bijzonder door de H. Dominicus verbreid in zijn strijd tegen de Albigenzen. Het feest zelf is nauw verbonden met de overwinning van de christelijke vloot op de Ottomaanse vloot bij Lepanto op 7 oktober 1571. Paus H. Pius V had de christenheid opgeroepen tot gebed en tot het bidden van de rozenkrans en schreef de overwinning toe aan de voorspraak van de H. Maagd. Ter herinnering aan deze gebeurtenis stelde hij een feest in ter ere van Onze Lieve Vrouw van de Overwinning. Paus Gregorius XIII verbond de viering vervolgens uitdrukkelijk met de Heilige Rozenkrans. Na latere overwinningen op de Turken breidde paus Clemens XI het feest uit tot de gehele Kerk. In de negentiende eeuw gaf paus Leo XIII een nieuwe en krachtige impuls aan de rozenkransdevotie en wijdde hij de maand oktober op bijzondere wijze aan de Heilige Koningin van de Rozenkrans. Zo verenigt dit feest de overweging van de mysteries van Christus, de voorspraak van de H. Maagd en de dankbare herinnering aan de bescherming die de Kerk door haar tussenkomst heeft ontvangen.
De H. Dominicus en de rozenkrans
Leo XIII over de rozenkrans
De rozenkrans als weg van geloof
De rozenkrans als overweging en gebed
Het ontstaan van het feest van de Heilige Rozenkrans
Bedemaand oktober, Guido Gezelle

De H. Dominicus en de rozenkrans
Het Romeins Brevier verhaalt bij het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans de oude overlevering over de H. Dominicus en de verbreiding van het rozenkransgebed. Toen de ketterij der Albigenzen het land van Toulouse vergiftigde en er dagelijks dieper wortel schoot, zette de H. Dominicus, die pas de grondslag gelegd had voor de Orde der Predikheren, zich geheel in om dit kwaad uit te roeien. Om de taak krachtiger te kunnen volbrengen smeekte hij met dringende gebeden de hulp af van de gelukzalige Maagd, wier waardigheid door die dwaalleer zo schaamteloos werd aangevallen, en aan wie het gegeven is alle ketterijen over de hele wereld uit te roeien. Door haar werd hij, naar de overlevering verhaalt, vermaand om aan de mensen het rozenkransgebed te leren als een bijzondere bescherming tegen ketterij en ondeugd. Het is opvallend met hoeveel geestdrift en met wat voor resultaat hij de opgenomen taak heeft volbracht. De rozenkrans nu is een bepaalde gebedsformule, waarin vijftien tientjes van Weesgegroeten voorkomen, elk tientje afgewisseld door een Onze Vader, waarbij wij gedurende elk tientje een of ander geheim van onze verlossing vroom overwegen. Vanaf die tijd heeft deze wijze van bidden door de H. Dominicus een verrassende bekendheid en verbreiding gekregen. Dat hij daarvan de ontwerper en bevorderaar is geweest, hebben de pausen in hun apostolische brieven meermalen bevestigd.
Leo XIII over de rozenkrans
In de encycliek Supremi Apostolatus Officio van 1 september 1883 spoort paus Leo XIII de gehele Kerk aan tot het bidden van de rozenkrans. Hij verbindt dit gebed met de overweging van de geheimen van onze verlossing, de voorspraak van de H. Maagd en de bijzondere toewijding van de maand oktober aan de Heilige Koningin van de Rozenkrans. De H. Dominicus begreep, door goddelijk licht geleid, dat geen geneesmiddel geschikter was voor de rampen van zijn tijd dan dat de mensen zouden terugkeren tot Christus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is, door dikwijls de verlossing te overwegen die Hij voor ons heeft verworven, en tegelijk hun toevlucht te nemen tot de voorspraak bij God van die Maagd aan wie het gegeven is alle ketterijen te overwinnen. Daarom stelde hij de rozenkrans zo samen, dat de geheimen van onze verlossing achtereenvolgens in herinnering worden gebracht, terwijl de overweging daarvan wordt vermengd en als het ware verweven met de engelengroet en met het gebed tot God, de Vader van onze Heer Jezus Christus. Wij sporen daarom niet alleen alle christenen dringend aan om zich, hetzij in het openbaar, hetzij in hun eigen huis en gezin, toe te leggen op het bidden van de rozenkrans en dit heilige gebruik niet na te laten, maar Wij verlangen bovendien dat de gehele maand oktober geheel wordt toegewijd en geheiligd aan de Heilige Koningin van de Rozenkrans.
Bron: paus Leo XIII, Supremi Apostolatus Officio, 1 september 1883.
De rozenkrans als weg van geloof

In de encycliek Magnae Dei Matris van 8 september 1892 beschrijft paus Leo XIII hoe de rozenkrans de voornaamste geheimen van het christelijk geloof voor de geest stelt en diep in het gemoed prent. In de opeenvolging van de blijde, droevige en glorievolle geheimen wordt het gehele werk van onze verlossing overwogen. De rozenkrans biedt een gemakkelijke wijze om de voornaamste geheimen van de christelijke godsdienst voor de geest te stellen en diep in het gemoed te prenten. In de rozenkrans volgen, samen met het schoonste en krachtigste gebed, de voornaamste geheimen van ons geloof elkaar op ter overweging. Eerst de geheimen waarin het Woord vlees is geworden en Maria, Maagd en Moeder, haar moederlijke taak met heilige vreugde vervulde, vervolgens het lijden en de dood van Christus, waardoor het heil van het menselijk geslacht werd verworven, en ten slotte de geheimen vol heerlijkheid, zijn overwinning op de dood, zijn Hemelvaart, de zending van de Heilige Geest, Maria opgenomen in de hemelse heerlijkheid en de eeuwige heerlijkheid van alle heiligen.
De rozenkrans als overweging en gebed
In de encycliek Iucunda semper expectatione van 8 september 1894 beschrijft paus Leo XIII de rozenkrans als een gebed waarin overweging en mondgebed onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. De beschouwing van de geheimen moet volgens hem niet bij herinnering alleen blijven, maar de ziel brengen tot bekering en heiliging van het leven. De rozenkrans bestaat uit twee onderscheiden maar onafscheidelijke delen, de overweging van de geheimen en het uitspreken van de gebeden. Het is dus een gebed dat niet alleen een zekere verheffing van de ziel tot God vraagt, maar ook een bijzondere en uitdrukkelijke aandacht, opdat uit de beschouwing van hetgeen overwogen wordt, bewegingen en voornemens mogen voortkomen tot verbetering en heiliging van het leven.
Het ontstaan van het feest van de Heilige Rozenkrans

Paus Leo XIII beschrijft in de encycliek Supremi Apostolatus Officio van 1 september 1883 hoe de overwinning bij Lepanto op 7 oktober 1571 aanleiding gaf tot de liturgische gedachtenis die later het feest van de Heilige Rozenkrans werd. De kracht en werkzaamheid van deze devotie openbaarden zich eveneens op wonderbare wijze in de zestiende eeuw, toen de geweldige strijdmacht van de Turken dreigde bijna geheel Europa het juk van bijgeloof en barbaarsheid op te leggen. In die tijd trachtte de Opperste Herder, de H. Pius V, nadat hij bij alle christelijke vorsten het besef van een gemeenschappelijke verdediging had opgewekt, bovenal met de grootste ijver voor de christenheid de gunst te verkrijgen van de machtige Moeder Gods. Dit edele voorbeeld, dat in die dagen aan hemel en aarde werd gegeven, bracht de geesten en harten van allen om hem heen bijeen. Zo trokken de trouwe strijders van Christus, bereid hun leven en bloed te offeren voor het behoud van hun geloof en vaderland, onverschrokken de vijand tegemoet bij de Golf van Korinthe. Zij die niet aan de strijd konden deelnemen, vormden intussen een vrome schare van smekenden. Zij riepen Maria aan en begroetten haar eensgezind telkens opnieuw met de woorden van de rozenkrans, terwijl zij haar smeekten de overwinning te schenken aan hun broeders die in de strijd gewikkeld waren. Onze Oppervrouwe schonk inderdaad haar hulp. In de zeeslag bij de Echinadische eilanden behaalde de christelijke vloot een schitterende overwinning, zonder zelf grote verliezen te lijden, terwijl de vijand met zware verliezen werd verslagen. Om de herinnering aan deze grote weldaad te bewaren, wilde dezelfde allerheiligste Paus dat de verjaardag van deze gedenkwaardige strijd zou worden gevierd met een feest ter ere van Onze Lieve Vrouw van de Overwinningen. Paus Gregorius XIII wijdde dit feest vervolgens toe onder de titel van de Heilige Rozenkrans. Evenzo werden in de vorige eeuw belangrijke overwinningen op de Turken behaald bij Temeswar in Pannonië en bij Korfoe. In beide gevallen vielen deze gevechten samen met feesten van de H. Maagd en met de afsluiting van openbare rozenkransdevoties. Dit bracht onze voorganger Clemens XI ertoe uit dankbaarheid te bepalen dat de zalige Moeder Gods ieder jaar door de gehele Kerk bijzonder zou worden vereerd in haar Rozenkrans.
Bedemaand van Guido Gezelle
In Bedemaand verbindt Guido Gezelle de oktobermaand met het rozenkransgebed, de herfst en de vergankelijkheid van het menselijke leven. Voor de hedendaagse lezer zijn enkele woorden en beelden niet meer onmiddellijk duidelijk. Wanneer Gezelle spreekt van de kranke oktobermaand, bedoelt hij de maand waarin het jaar zichtbaar verzwakt. De bladeren vallen, de zomer is voorbij en de natuur nadert haar winterse rust. Ook het menselijke leven wordt daardoor herinnerd aan zijn einde.
Gezelle vergelijkt het jaar vervolgens met een Mis die haar voltooiing nadert. Het Ite missa est kondigt het einde aan. De vallende bladeren worden een beeld van de mens die eens zelf zal vallen. Daartegenover staat de rozenkrans als beêsnoer, als gebed dat de christen begeleidt in boete, dankzegging en voorbereiding op de dood. Wanneer Gezelle de rozenkrans het onwinbaar wapen noemt, sluit hij aan bij de katholieke traditie waarin de rozenkrans wordt beschouwd als een krachtig geestelijk wapen. De uitdrukking galge Gods verwijst naar het Kruis van Christus.
Roozenkrans! De blâren vallen,
laat ons, zoo t de Paus vermaant,
beêvaart doen, en boeten allen:
t is de kranke Octobermaand!
t Jaar heeft schielijk omgeslagen
nog een blad; en k zie den boek
weg en weder overdragen
naar des autaars anderen hoek.
Ite missa est zal t wezen,
de oude boodschap; en voortaan
blijft, de jaarmesse uitgelezen,
s werelds kerkvat ijdel staan.
Laat ons onze lenden allen
gorden, ter begankenis,
eer wij, als de blâren, vallen;
eer het tijd van sterven is!
t Jaar is ziek, alzoo de zonne is,
die heur laatste sprongen telt;
t jaar is veeg, en in zijn vonnis
ligt de zomer neêrgeveld!
Schier is ook ons leven tenden;
ach, hoe velen, hier en daar,
die geen zomerzonne en kenden,
die geen zaaitijd, in dit jaar!
Laat ons biddend gaan, en boeten,
t heilig beêsnoer in de hand,
Onze Vaders, Weest gegroeten,
voor die vielen, achter t land!
De aarde ligt en asemjagen,
na des arbeids overlast;
uitgeput van kinderdragen,
moe gekoorend, moe gevlast.
Eer de letste blâren vallen,
eer de winter zegepraalt,
laat ons God bedanken, allen:
de akkervrome is ingehaald!
God bedankt, om al Zijn goedheid,
Hem gejond een bedelied,
die den mensche, in al zijn moedheid,
die der molden ruste biedt.
Komt, ze zijn in t veld getogen,
kruis en vane, vrouwe en man;
volgt nu, al die volgen mogen:
geen die t Kruis misvolgen kan.
Roozenkrans! t Onwinbaar wapen,
wint des vijands volk en steê:
mannen, meiskes, vrouwen, knapen,
brengt des Heeren bidsnoer meê!
t Is de keten, die geen slaven,
die Gods vrije kinderen al,
heeren, burgers, knechten, graven,
koninklijk omhangen zal.
t Is des schipmans touw, gesmeten
om den stam der galge Gods;
van geen bare intween gebeten,
van geen bulderend zeegebots.
Roozenkrans! Bij duizendtallen,
onder t biddend stemgeroer,
valt, alzoo de blâren vallen,
beiers van mijn bedesnoer!
Guido Gezelle, Bedemaand